Wegen, bermen, alles is hier zwart als roet

In Durban, Zuid-Afrika, wordt twee weken lang over een nieuw klimaatakkoord onderhandeld.

Maar Zuid-Afrika bouwt ook nieuwe kolencentrales.

Hannes de Beer junior ontvouwt een enorme topografische kaart. „Hier ligt onze boerderij”, wijst hij. „En wat ingekleurd is, willen ze hebben.” Haast het hele perceel is ingekleurd. Waar vader en zoon De Beer nu nog 1.500 hectare maïs verbouwen, wil mijngigant Anglo Coal een open steenkoolmijn beginnen. „Als het zo doorgaat, blijft er geen landbouwgrond meer over”, zucht Hannes senior. „We worden steenrijk, maar het volk heeft straks niets meer te eten.”

Zuid-Afrika is ‘verslaafd’ aan steenkool, zeggen milieuactivisten. Het land dat op dit moment in Durban de klimaatonderhandelingen leidt, is voor 90 procent van zijn elektriciteit afhankelijk van oude, vervuilende kolencentrales. 45 procent van alle CO2-uitstoot komt voor rekening van het nationale elektriciteitsbedrijf Eskom. Milieugroepen vragen zich af of de grootste vervuiler van Afrika als hoofdonderhandelaar op de klimaattop wel serieus valt te nemen.

„Onze regering zegt internationaal altijd precies wat iedereen horen wil. Maar hebben we recht van spreken? De afhankelijkheid van kolen is een erfenis van de apartheid, maar daar kun je niet meer mee wegkomen als je zeventien jaar later blijft investeren in kolencentrales”, zegt Tristen Taylor van Earthlife Africa. Stroom uit steenkool lijkt goedkoop, schreef Greenpeace onlangs in een rapport, maar door de gezondheidsschade en de CO2-uitstoot is Zuid-Afrika op lange termijn duurder uit.

Acht van de elf grootste kolencentrales van Zuid-Afrika liggen in de provincie Mpumalanga. Het energiebedrijf Sasol (‘Suid Afrikaanse Steenkool en Olie’) bouwde hier bovendien de grootste fabriek ter wereld waar uit steenkool vloeibare brandstof gemaakt wordt. ‘Coal-to-liquid’ heet het procedé dat door nazi-Duitsland werd bedacht en door het apartheidsregime na de oliecrisis in de jaren zeventig werd vervolmaakt. 160.000 vaten synthetische olie produceert Sasol hier per dag. Uit steenkool.

De ‘JM de Beer Boerdery’ ligt middenin het mijngebied tussen de Sasol-fabriek in Secunda en de mijnhoofdstad Witbank. ‘eMalahleni’ heet Witbank sinds een paar jaar: ‘plaats van kool’ in het Zulu.

„De beste landbouwgrond blijkt helaas ook altijd de hoogste kwaliteit steenkool op te leveren”, vertelt De Beer junior in het huiskamerkantoor van de boerderij. Veel van zijn collega’s zijn al gezwicht voor de druk van de mijnbedrijven. „Je grondwater wordt onbruikbaar, overal is stof en de mijnbedrijven pakken je personeel af. Hebben we enige keus?”

Duizenden vrachtwagens denderen vierentwintig uur per dag over de smalle provinciewegen om de stroomfabrieken draaiende te houden. Niet nóg eens mag Zuid-Afrika zonder elektriciteit komen te zitten. Na planningsproblemen bij energiebedrijf Eskom lag de economie in 2008 weken plat. Er waren minstens veertig nieuwe mijnen nodig om de vraag naar steenkool nationaal en internationaal bij te houden.

Eskom produceert 60 procent van alle elektriciteit op het Afrikaanse continent. Maar dat is nog altijd te weinig om Zuid-Afrika alleen al van betrouwbare stroom te voorzien. Om storingen te voorkomen, werden na 2008 drie eerder afgeschreven kolencentrales uit de jaren zestig opnieuw in gebruik genomen. Ook besloot de regering tot de bouw van twee nieuwe megacentrales: ‘Medupi’ in het noorden van het land en ‘Kusile’, hier in steenkoolland, komen bij oplevering in 2015 en 2018 direct in de topvijf van grootste kolengestookte elektriciteitscentrales van de wereld. De CO2-uitstoot van Zuid-Afrika zal met 10 procent toenemen.

Kleine en grote mijnen schieten rondom de oude en nieuwe centrales uit de grond. De meeste zijn niet meer dan een groot gat middenin een weiland. De wegen en de bermen: alles is zwart als roet.

„Vrijwel alle nieuwe mijnen zijn open”, legt voorman Gary van de Goedgevonden-mijn in het verderop gelegen stadje Ogies uit. „Dat is veiliger en levert twee keer zoveel steenkool op.” Goedgevonden is de efficiëntste steenkoolmijn ter wereld. Met minder dan tweehonderd werknemers haalt het Australische Xtrata hier samen met een Zuid-Afrikaanse partner maandelijks 1,2 miljoen ton steenkool omhoog. 70 procent is voor export, de rest moet naar Eskom.

Stoffig is het wel bij de efficiëntste mijn. „We proberen alles vochtig te houden om de gezondheidsschade te beperken, maar echt gezond is het natuurlijk niet”, zegt Gary. Als op een diepte van dertig meter alle steenkool opgegraven is, dan wordt de grond ‘gerehabiliteerd’. Daar moet je je niet te veel van voorstellen”, zegt de voorman. „We maken het gat dicht, we planten gras en we zetten er wat beestjes op.”