Wat ik Mark Rutte van harte gun

De grootste kracht en meest aanstekelijke eigenschap van premier Mark Rutte (VVD) is zijn optimisme. Geen wolk zo donker, of hij ziet de zon erachter schijnen. Verder is hij de ultieme pragmaticus. Als de politieke context erom vraagt, verandert hij soepel van koers, daarbij eerdere stellige standpunten makkelijk vergetend. Hij zou met evenveel overtuiging leiding geven aan een kabinet met een radicaal andere koers dan deze, door de PVV gegijzelde constructie. Hij belichaamt die ene helft van de Nederlandse ziel: de koopman. De andere helft, dominee, neemt Wilders voor zijn rekening, als deus ex machina van het kabinet.

En toch zat er in Ruttes rede voor het VVD-congres iets wat wringt met dit beeld. Naast enkele citaten uit speeches van Obama – wellicht een gebaar naar zijn gastheer van deze week – viel de ideologische lading op. Van een pragmaticus zou je verwachten dat hij de wereld wil zien zoals zij is, niet zoals zij zou moeten zijn. Van een liberaal zeker, want de grote kracht van het liberalisme is scepsis tegenover iedere heilsleer, of deze nu christelijk, socialistisch of nationalistisch is. Als de geschiedenis iets laat zien, dan is het dat waar de heilsleer vooropstaat, de mens wordt vergeten en vervolgens vermalen.

In zijn rede nam Rutte afstand van een uitspraak van premier Joop den Uyl (PvdA) ten tijde van de eerste oliecrisis. „Het wordt nooit meer zoals het was.” Wie met een open blik naar onze tijd kijkt, zal moeten erkennen dat deze uitspraak vandaag nog nadrukkelijker geldt dan in 1973. De kluwen aan crises waar wij nu voor staan, zal onze wereld definitief veranderen. Het zijn tektonische veranderingen, die leiden tot nieuwe verhoudingen in de wereld, tot een wezenlijk ander fundament van onze economie. Een open land als Nederland kan hier succesvol uitkomen, maar het kan er ook vreselijk mee tussen de wielen van de wereld raken.

Waarom wil Rutte dit zo nadrukkelijk ontkennen? Misschien omdat ‘dominee’ Wilders hem gevangen houdt in de bedrieglijke roes van een voorgespiegelde terugkeer naar een verleden dat nooit heeft bestaan. Maar misschien ook omdat Rutte zelf gevangen zit in de heilsleer die wil dat de vrije markt geen instrument meer is, maar een doel op zich.

In de laatste honderd jaar wordt de politiek in westerse samenlevingen gedomineerd door de vraag hoe sociale rechtvaardigheid in evenwicht te brengen met economische dynamiek. Sociale rechtvaardigheid vraagt om meer gelijkheid, economische dynamiek bestaat door ongelijkheid. Wie te veel gewicht legt op hetzij de ene, hetzij de andere kant van deze weegschaal, brengt de boel uit evenwicht en de samenleving op drift. Dat is wat er gebeurde toen de verzorgingsstaat in de jaren zeventig onder het eigen gewicht bezweek en de veranderingen niet aankon die Joop den Uyl voorspelde. En dat is ook wat er in de afgelopen twintig jaar is gebeurd door een te grote nadruk op de vrije markt: de onmiskenbaar grotere economische dynamiek heeft veel goeds gebracht, maar ook de ongelijkheid zo vergroot, dat er scheuren zijn ontstaan in het weefsel van de samenleving.

In hun boek The Spirit Level: Why More Equal Societies Almost Always Do Better geven de onderzoekers Richard G. Wilkinson en Kate Pickett een wetenschappelijke onderbouwing van de stelling dat grotere ongelijkheid niet alleen de armsten raakt, maar de overgrote meerderheid van de bevolking. Ook laten zij zien dat in samenlevingen waar de inkomensongelijkheid het geringst is, er niet alleen minder sociale onrust bestaat, maar ook minder ziekte en minder criminaliteit. Dertig jaar onderzoek laat zien dat iedereen voordeel heeft van minder ongelijkheid, rijk net zozeer als arm. Daarmee zou het nastreven van minder ongelijkheid een prima fundament kunnen leggen voor het grote aanpassingsvermogen dat van Nederlanders zal worden gevraagd in de komende tien jaar.

Vierhonderd jaar geleden, toen religieuze heilsboodschappen dood en verderf zaaiden in Europa, schreef de Engelse filosoof Francis Bacon over dogmatische opvattingen: „Als we beginnen met overtuigingen, zullen we eindigen in twijfel, maar als we beginnen met twijfel, en deze geduldig dragen, eindigen we misschien bij een overtuiging”. Ik gun het Mark Rutte van harte.

Frans Timmermans is Kamerlid voor de PvdA. Hij schrijft de wisselcolumn beurtelings met Ad Koppejan (CDA) en Elbert Dijkgraaf (SGP).