Vluchten voor het vuurwerk

Rond de jaarwisseling vluchten duizenden vogels de lucht in. Ook in beschermde natuurgebieden. Dat blijkt uit radarbeelden van het KNMI.

Watervogels houden niet van vuurwerk. Sterker nog, ze gaan er massaal voor op de vlucht. Enkele minuten na de jaarwisseling is dat duidelijk te zien op de radar van het KNMI. Tienduizenden watervogels gaan als reactie op het vuurwerk de lucht in. Zo’n drie kwartier blijft het heel druk in de lucht, tot een hoogte van 500 meter. Pas rond half 2 is de rust weer teruggekeerd. Dat meldden biologen van de Universiteit van Amsterdam (UvA) vorige week in het tijdschrift Behavioral Ecology, samen met collega’s van het KNMI en de Koninklijke Luchtmacht.

Dat honden en katten niet van vuurwerk houden, is bekend. Maar wat vinden wilde dieren er eigenlijk van? Daar zijn nauwelijks gegevens van. Diergedrag is ’s nachts moeilijk te bestuderen. Maar dankzij radar kun je grootschalige luchtbewegingen ook ’s nachts goed waarnemen, en je kunt ze bovendien kwantificeren. Dat vertelt Judy Shamoun-Baranes, eerste auteur van het artikel in Behavioral Ecology. Zij werkt bij het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteemdynamica (IBED) van de Universiteit van Amsterdam (UvA). „In Nederland gebruikt de luchtmacht sinds de jaren 70 radar om te kijken waar vogels vliegen”, vertelt ze. „Zo wil men botsingen tussen vogels en vliegtuigen voorkomen. Sinds 2003 werken wij met de luchtmacht samen om vliegbewegingen tijdens de vogeltrek te voorspellen.”

Sinds een paar jaar is ook het KNMI betrokken bij die samenwerking. Met de geavanceerde radars van het KNMI kun je heel nauwkeurig rekenen aan wat je ziet. Maar hoe weet je nu wanneer het om vogels gaat? „Een radar neemt bewegende deeltjes waar”, legt Shamoun uit. „Het signaal vertelt iets over de richting en de snelheid van die beweging, en de variatie daarin. Voor iedere ‘wolk’ is dat signaal anders. Samen met de luchtmacht, het KNMI en het European Space Agency (ESA) hebben we op grote schaal metingen gedaan aan groepen vliegende vogels. Dat resulteerde in software die groepen vogels kan herkennen in radardata. En die je vertelt om hoeveel vogels het gaat.”

Voor hun onderzoek gebruikten Shamoun en haar collega’s gegevens van de weerradar in De Bilt. „Dat is een gewone weerradar”, zegt ze, „dezelfde als de Buienradar van internet.” Hun berekeningen voerden ze uit voor het gebied binnen een straal van 25 kilometer rond De Bilt. „Daarin vallen verschillende beschermde natuurgebieden”, benadrukt Shamoun, „onder meer de Oostelijke Vechtplassen”.

Het signaal is duidelijk, volgens Shamoun. Direct na de jaarwisseling gaat een eerste grote golf watervogels de lucht in: zo’n duizend vogels per vierkante kilometer. Dan is het even relatief rustig, tot er rond 0:15 uur een tweede golf opvliegt. „Dan zijn de mensen klaar met hun nieuwjaarswensen en gaan ze weer verder met het afsteken van vuurwerk”, legt Shamoun uit. „Ditzelfde patroon zagen Duitse onderzoekers die metingen deden aan fijnstof rond de jaarwisseling. Dat relatief rustige kwartiertje noemden zij de ‘Champagne Dip’.”

Wat individuele vogels precies doen, weten de biologen niet. „Dat kunnen we verder uitzoeken door vogels te zenderen”, zegt Shamoun. „Maar duidelijk is dat de groepen langdurig in de lucht blijven.” Is dat erg? „Op de korte termijn in elk geval wel”, zegt Shamoun. „De vogels zijn aan het rusten of aan het eten en vliegen dan opeens op. Dat kost veel energie, nog afgezien van die drie kwartier die ze blijven rondvliegen. Zo’n stressreactie gaat gepaard met een adrenalinepiek, en wordt altijd gevolgd door een energiedip. En juist dan moet zo’n vogel weer een veilige plek zoeken om te landen.” Ook op de langere termijn kan zo’n aanslag op de energie gevolgen hebben, denkt Shamoun. Vogels kunnen bijvoorbeeld sneller ziek worden. Maar hierover durft ze nog geen stellige uitspraken te doen.

Moeten we dan maar geen vuurwerk meer afsteken? „Sommige tradities kun je moeilijk doorbreken”, aldus Shamoun. „Maar in elk geval moeten we ons hiervan bewust zijn. Je kunt dit niet zomaar negeren. Die vogels rusten in een beschermd natuurgebied, en toch hebben ze te lijden onder menselijke activiteit. In een dichtbevolkt land als Nederland zijn natuurgebieden nooit echt rustig.”

Zelf de ‘vogelschrik’ op de radar zien op 1 januari? Het IBED maakt een speciale website die aan het eind van het jaar de lucht in gaat. Houd tegen die tijd deze krant en de IBED-website in de gaten: www.science.uva.nl/ibed/home.cfm.