Ultrabooks moeten de iPad doen verbleken

Intel investeert honderden miljoenen dollars om zijn plek te heroveren onder gebruikers van mobiele computers. Het antwoord op de tabletrage: de sexy, chique ultrabook.

Onder een glazen stolp, met twee felle spotjes erop, lijkt het nog wat. Maar die allereerste IBM PC uit 1981 blijft een lelijk stuk plastic – al verdiende hij vanwege zijn 4,7 MHz Intel-processor een prominente plek in het Intel-museum in Santa Clara.

Nu, dertig jaar later, draaien computers op bijna duizendvoudige snelheden en probeert de Amerikaanse chipfabrikant de koper te verleiden met dunne ultrabooks: sexy, slanke notebooks als antwoord op de iPad-hausse. Deze maand liggen de eerste exemplaren in de winkel.

Intel heeft meer dan 80 procent marktaandeel in laptops en desktop-pc’s. Maar op smartphones en tablet-pc’s zul je vergeefs zoeken naar een sticker met ‘Intel Inside’. Telefoonmakers gebruiken liever de zuinige chips gebaseerd op ontwerpen van het Britse bedrijf ARM.

Al in 2008 beloofde Intel-directeur Paul Otellini dat zijn bedrijf binnen afzienbare tijd de markt voor draagbare gadgets zou veroveren met zuiniger chips. Het tegengestelde is het geval: Intels samenwerking met telefoonmaker Nokia levert weinig op. En Intels vaste partner Microsoft bouwt voor het eerst een Windows-versie die werkt op tablet-pc’s met een ARM-processor. Het is een scheur in de machtige Windows-Intel combinatie (‘WinTel’), die al sinds die allereerste IBM PC uit 1981 de digitale wereld domineert.

Nog zo’n historische wijziging: Apple – dat in 2007 besloot om het woord computers uit de bedrijfsnaam te halen – dreigt in 2012 HP in te halen als grootste pc/verkoper ter wereld. Althans volgens de rekenmethode van onderzoeksbureau Canalys, dat de iPad als een computer telt.

Het zijn roerige tijden in de pc-wereld, erkent Erik Reid van Intels mobiele computerdivisie. Maar hij is het er niet mee eens dat het WinTel-imperium wankelt. „Ten eerste: we zouden onze samenwerking nooit zo noemen”, zegt Reid. „En ten tweede: de combinatie met Windows is één smaak van computers, maar er zijn nu meer combinaties mogelijk.”

Hij verwijst naar Intels samenwerking met Google: het internetbedrijf kondigde in september aan dat zijn besturingssysteem Android ook op Intel-chips zal werken. Het hoort bij de spelletjes die er in Silicon Valley gespeeld worden. Papt Microsoft aan met een concurrerende processor-techniek, dan zoekt Intel toenadering tot een ander besturingssysteem. Even goede vrienden.

’s Werelds grootste processorfabrikant werd in 1968 opgericht door Robert Noyce en Gordon Moore. Zij werkten bij het legendarische Fairchild Semiconductor, grondlegger van Silicon Valley. Het Intel-museum staat vol met revolutionaire vindingen uit een roemrucht verleden.

Financieel gezien gaat het voor de wind: de recordwinst die Intel afgelopen kwartaal haalde (3,7 miljard dollar, 24 procent stijging) is vooral te danken aan goede verkopen van servers en de gezonde consumentenmarkt in onder meer China. Maar nu zit het bedrijf, zo zeggen ingewijden in het hoofdkantoor, in een fase van ‘riding the wave’ in plaats van ‘creating the wave’. En dat hoort niet bij een fabrikant met een jaaromzet van 44 miljard dollar (33 miljard euro). Die moet trends bepalen, niet volgen – ook in de consumentenmarkt.

Er is geen twijfel over de kwaliteit van de high end-processors. Maar de geavanceerde chiptechnologie, ontwikkeld in nauwe samenwerking met het Nederlandse ASML, spreekt niet meer zo tot de verbeelding als vroeger. In vorige decennia bood een nieuwe generatie chips baanbrekend nieuwe mogelijkheden. Nu doet een nieuwe processor hetzelfde, maar dan sneller of zuiniger: zelfs je smartphone kan video’s bewerken en biedt spraakherkenning.

Reid legt uit: „Vijf of tien jaar geleden hadden we altijd over nanometers en megaherzen. Toen dachten we nog: ‘We ontwerpen een snelle chip waar anderen dan maar een behuizing omheen moeten bouwen’. Nu beginnen we bij de buitenkant: wat wil de gebruiker van het apparaat waar de chip in komt?”

De iPad-rage maakte ook een einde aan de populariteit van de goedkope netbooks, die draaien op Intels Atom-chip. De chipfabrikant besloot daarom zelf een laptop-standaard in het leven te roepen: de ultrabook. Het is een chique, dunne computer die niet meer mag kosten dan 1.000 dollar (altijd nog twee keer zo duur als een gewoon notebook), een dikte van maximaal twee centimeter en Intel-technologie waarmee de computer sneller opstart en beter beveiligd is. De systemen zijn zuinig, belooft Erik Reid: „Een computer waarop je een dag kunt werken zonder je laadsnoer mee te nemen.”

Een vervanger voor de tablet-pc misschien? Nee, want Reid beschouwt een tablet-pc niet als een volwaardige concurrent: „Een tablet gebruik je om digitale media te bekijken, maar op een ultrabook kun je ze ook creëren.” Het mediagebruik is wel belangrijk; Intel sloot een aparte deal met filmstudio’s om op zijn processoren extra kopieerbeveiliging te bieden voor high definition films.

Intel reserveerde dit jaar 300 miljoen dollar voor een ‘ultrabookfonds’ om andere componentenmakers te stimuleren. Geld gaat bijvoorbeeld naar de ontwikkeling van het chassis van extra platte laptops en verbeteringen van de accu.

In feite koopt de chipmaker de hulp van de industrie om een nieuwe apparaat-categorie te verwezelijken. Ook investeert Intel Capital, de beleggingstak van de chipmaker, 100 miljoen dollar in mobiele software. De apps moeten werken op ultrabooks, gewone laptops en netbooks.

Misschien kan de ultrabook straks rekenen op een ereplaats in Intels bedrijfsmuseum, als het apparaat dat de laptopmarkt redde. De chipmaker voorspelde dat 40 procent van de notebook-verkopen volgend jaar al uit ultrabooks zal komen. Analisten, en pc-fabrikanten vinden dat echter te optimistisch. Zij houden het voorlopig op twintig procent.

„Wil de ultrabook echt aanslaan, dan moet ie veel goedkoper worden” zegt Canalys-analist Michael Kauh. „Waarschijnlijk doet de forse prijs van een ultrabook veel consumenten toch naar een tablet-pc grijpen.”

Voorlopig is de meest waarschijnlijke koper van een ultrabook de zakelijke gebruiker. Die kan zich een dure laptop veroorloven en kiest nu nog vaak voor een dunne MacBook Air – de meest verkochte laptop in dit prijssegment. „Die Airs vliegen gewoon de winkel uit”, zegt een concurrerende pc-fabrikant.

Nu de ultrabooks nog.

Marc Hijink