Prijs voor Raaijmakers die groot werd dankzij Philips

Altijd experimenteerde Dick Raaijmakers met elektronica. Onlangs ontving hij een prijs voor kunst en techniek. Tijdens de uitreiking haperde de techniek.

Begin deze maand veranderde de middeleeuwse Bergkerk in Deventer voor één avond in een galmende klankkast. Tussen de Romaanse muren weerklonk getik, gezoem en gebonk. Musici gebruikten de akoestiek van de kerk die avond zeer doelbewust. Die vrijheid hadden ze gekregen van componist en kunstenaar Dick Raaijmakers (1930) die deze avond in het zonnetje werd gezet. In het schip en koor van de kerk stonden twee van de Ideofoons die hij veertig jaar geleden bouwde: luidsprekers die niet andermans geluid doorgeven, maar het zelf produceren, knetterend en rammelend.

Het spektakel was georganiseerd omdat Raaijmakers de tiende Witteveen+Bosprijs voor kunst en techniek kreeg. Want, zo stelde de directeur van het gelijknamige ingenieursbureau, techniek kan kunstenaars inspireren tot prachtige dingen, en functionaliteit omzetten in iets nieuws.

En nu de kunstwereld in zwaar weer verkeert, voegde hij er fijntjes aan toe, wil het bureau met deze prijs (15.000 euro) aangeven dat het het nut van kunst in elk geval waardeert.

Raaijmakers is een levend bewijs van wat het bedrijfsleven de kunst kan bieden. Zoals DSM kunstenaars aanmoedigde om met nieuwe kunststoffen te experimenteren, werd Raaijmakers groot dankzij Philips.

In de jaren vijftig trad hij daar in dienst, bij het Natuurkundig Lab, waar Philips musici uitnodigde om te experimenteren met de nieuwste elektronica. Geïnspireerd schreef Raaijmakers toen zelf de eerste elektronische popsong, achteraf het begin van een bijzondere carrière.

In de jaren die volgden, bouwde Raaijmakers installaties die geluid maakten, bewogen, of zichzelf konden vernietigen – destructief als de machines van Tinguely. Hij startte in de tijd van de wederopbouw, vooruitgang, waar technisch vernuft een teken van was. Het artistieke experiment sloot daarop aan. Als een echte modernist verdiepte hij zich in film en fotografie, verwerkte fietstechnieken in theaterstukken.

Toen hij ging lesgeven op het conservatorium, stelde de directeur één eis: dat hij niet de violisten aansloot op het elektriciteitsnet. Wat hij natuurlijk onmiddellijk wel deed. Hij werkte veel met jonge kunstenaars. Een oude foto van een fietser door De Marey, net als Muybridge een fotopionier die bewegingen analyseerde, liet hij animeren bij V2_ – een jonge club voor elektronische kunst waarvoor Raaijmakers een voorloper is. Maar van navolging wil hij niets weten: experimenten kunnen geen school vormen, zegt hij, alles moet immers steeds anders.

Toch kun je stellen dat zijn geest wel wordt nagevolgd. De kunstenaars die hun heil zoeken in de elektronische en experimentele geluidskunst, en die onconventionele schoonheid zoeken in techniek, zijn wel degelijk schatplichtig aan Raaijmakers.

Bij de prijs hoort altijd een tentoonstelling. Die is met foto’s en video wat saai uitgevallen: dit werk laat zich niet vangen in documentatie. Het is vluchtig en vaak eenmalig. Je had erbij moeten zijn donderdag, zou Raaijmakers zeggen. Een moment komt nooit meer terug.

Zelf was hij er niet bij. Hij zit, 81 jaar oud, met een broze gezondheid in een verpleeghuis in Scheveningen. Wel was hij te zien in een video-interview waarin hij de oorkonde ontving: een vermoeide man met glinsterende pretogen, moeilijk te verstaan.

Al leek het of dat laatste vooral kwam door een haperende techniek. Dat zou Raaijmakers misschien wel waarderen: een techniek die een eigen leven leidt en niet in het keurslijf past van het functionalisme.

De tentoonstelling ‘Dick Raaijmakers’ is tot en met 4 december te zien in de Bergkerk, Bergkerkplein 1, Deventer. Op dinsdag t/m zondag van 11-17u. Inl: www.witteveenbos.nl