Oude tijden herleven?

De KNSB wil shorttracken promoten. Bij die ambities passen medailles én een World Cup in Dordrecht.

H et publiek stond op de banken, begin dit jaar in Thialf. Na de succesvolle EK in Heerenveen, bekroond met twee gouden medailles van de mannen- en vrouwenploegen heeft de KNSB de smaak te pakken: over drie maanden organiseert Nederland voor het eerst de finale van de wereldbekerwedstrijden. En in 2015 moeten de WK shorttrack naar Nederland komen. „De nationale selectie kruipt langzamerhand weer omhoog. Bij die ambities passen medailles, maar ook grote internationale evenementen”, zegt Huub Snoep van de KNSB.

Misschien gaan oude tijden weer herleven in het hypermoderne complex in Dordrecht, waar half februari de wereldbekerfinale wordt verreden. Want een kwart eeuw geleden waren de Nederlandse schaatsers ook bij het shorttrack internationaal toonaangevend, met Peter van der Velde – nog altijd de enige Nederlandse wereldkampioen shorttrack (1988) – en Monique Velzeboer, dat jaar ‘demonstratiekampioen’ op de Spelen in Calgary. Bondscoach Jeroen Otter won als shorttracker in die periode vier wereldtitels met de aflossingsploeg.

Maar toen werd shorttrack in 1992 een olympische sport. Otter: „Nederland realiseerde zich te laat dat de rest van de wereld enorm investeerde, vooral in Noord-Amerika en Azië. Het was ook de tijdgeest. De meeste Nederlanders hadden liever een wereldtitel allround langebaan dan een olympische shorttrackmedaille.”

Tijdens de EK zag Otter nieuw enthousiasme ontstaan. „Je moet het een keer meemaken om besmet te raken. Bij velen is in de kleine Thialfhal de knop omgedraaid.”

Vandaar de plannen om Nederland terug aan de top te krijgen. Ooit was het normaal dat Nederland een WK kreeg toegewezen: in 1985 en 1990 in Amsterdam, in 1996 in Den Haag. Daarna werd het stil. Veel te stil naar de zin van de shorttrackers.

Rob Schoof