'Ook ziek gaat het leven door '

Seth Rogen neemt risico’s in zijn komedies: door echte mensen met echte problemen te laten zien. 50/50 gaat over kanker. „De film mocht niet te grappig worden.”

Seth Rogen is pas 29, maar al een grootheid in de Amerikaanse comedy. De films die hij – als acteur, co-auteur en coproducent – maakte met zijn leermeester, Judd Apatow, waren grote hits. Voor veel jonge Amerikanen is hij door films als Knocked Up, Pineapple Express en Superbad, een idool. Rogen paart klassieke blowershumor en platte seksgrappen aan warme portretten van mannenvriendschappen, die het neologisme ‘bromance’ hebben opgeleverd.

Rogens komedies zijn vaak net wat serieuzer, minder glamoureus en meer geworteld in herkenbare, alledaagse situaties dan gebruikelijk is. 50/50 is ook een typische Rogen-komedie, maar dan wel een over kanker. De film is geschreven door Rogens vriend Will Reiser. Tien jaar geleden, toen beiden als jonge schrijvers waren verbonden aan de Amerikaanse versie van Da Ali G Show, kreeg Reiser te horen dat hij kanker had. Rogen zag er al snel een film in. Dat werd uiteindelijk 50/50. Joseph Gordon-Levitt speelt Adam, het personage dat is gebaseerd op Eiser. Rogen speelt een versie van zichzelf.

Maakt het veel verschil dat de film op uw eigen ervaringen is gebaseerd?

„Waarschijnlijk wel. We hebben ons in ieder geval tijdens het maken van de film voortdurend afgevraagd hoe het in het echt was gegaan, en hoe we de gevoelens die we toen hadden zo exact mogelijk konden benaderen. Dat was overigens bij het maken van Superbad, waar veel in zit van mijn eigen tijd op de middelbare school, niet anders. Het is bijna eng hoezeer het maken van deze film leek op het maken van Superbad.”

Dat u, als u met zoiets ingrijpends wordt geconfronteerd, denkt: daar zit een film in, oké. Maar een komedie?

„Voor mij is dat niet vreemd. Een jonge man die kanker heeft met een moeder die zo in paniek raakt dat hij niets aan haar heeft, en een vriendin die de hele tijd precies de goede, lieve dingen zegt, maar zich heel anders gedraagt, daar zag ik meteen de grappige kanten van.”

Uw personage, Kyle, reageert nogal onbeholpen op de situatie.

„Dat is deels een uitvergroting van de manier waarop ik indertijd zelf reageerde. Dat is ook heel lastig, zeker als je net in de twintig bent, zoals wij waren. Op die leeftijd praat je niet echt over gevoelens. Maar ik was er wel altijd voor Will. Het gaat er niet om wat je zegt, maar om wat je doet. Kyle zegt misschien hele domme dingen, maar hij staat wel klaar voor Adam.”

Kyle raadt Adam aan om zijn ziekte te gebruiken om meisjes te versieren, die uit medelijden wel met hem naar bed willen gaan.

„Dat hebben we in werkelijkheid niet gedaan, daar hebben we alleen over gefantaseerd.”

In films zijn personages die kanker hebben vaak moedig en heroïsch. In uw film is Adam vlak voor zijn grote operatie gewoon doodsbang.

„Niemand is op zo’n moment een held. We hebben wel een heel kleine, bescheiden karakterontwikkeling in de film aangebracht. Adam is eerst iemand die lichtelijk gedeprimeerd is, die niet helemaal uit het leven haalt wat erin zit. Aan het einde van de film leeft hij veel intenser. Dat is ook ongeveer de ontwikkeling die Will zelf heeft doorgemaakt.”

Ondanks de ziekte, zijn er ook gewoon de grappen die we van u kennen: over blowen, over seks. Het is bijna alsof u zegt: ook met kanker gaat het leven door.

„Precies. Zo gaat het in werkelijkheid ook. Zeker in de Verenigde Staten, waar niemand een behoorlijke ziektekostenverzekering heeft en mensen gewoon moeten blijven werken, ook als ze kanker hebben. Alle kleine problemen en irritaties die je voor de diagnose had, heb je daarna ook. We hebben er steeds voor gewaakt dat de komische scènes te grappig zouden worden. En de serieuze scènes mochten weer niet té dramatisch worden, want dat is net zo goed onecht.”

Onderscheidt uw komedie zich door meer realisme dan tot voor kort voor mogelijk werd gehouden?

„Dat weet ik niet. Als ik kijk naar de films van John Hughes uit de jaren tachtig, zoals Trains, Planes and Automobiles en The Breakfast Club, die voor mij heel belangrijk zijn geweest, dan waren dat voor mij ook hele herkenbare films, die met beide benen op de grond stonden. Ik heb wel collega’s die zeggen dat je geen comedy kunt maken als je teveel elementen aan de werkelijkheid ontleent. Maar daar ben ik het niet mee eens. Ik geloof dat het wèl kan. Het is alleen veel, veel moeilijker.”

Opnieuw gaat een film van u over de vriendschap tussen mannen. Adam heeft veel meer steun aan Kyle dan aan zijn onbetrouwbare vriendin of zijn hysterische moeder.

„Ja. Op de een of andere manier maak ik altijd films over mannen. Vraag me niet waarom, want ik heb geen flauw idee.”