Niets is meer zeker in eurocrisis

Eindspel. Erop of eronder. Dicht bij een financiële ramp. De hyperbolen die de stand van de eurocrisis moeten beschrijven, stapelen zich op.

Weer klinkt de waarschuwing aan het adres van de euroleiders: alarmfase rood is bereikt. Op de volgende eurotop, 9 december, moeten zij met een groots reddingsplan komen. Anders valt de eurozone uit elkaar. Er is niet veel tijd meer om de euro te redden, zei Nout Wellink, oud-president van De Nederlandsche Bank, gisteren.

De voortdurende vermaningen leiden tot een zekere moeheid: hoe vaak kan het einde van de euro worden aangekondigd? De euroleiders komen maar niet met dat grootse reddingsplan. Toch blijf de munt tot nu toe overeind.

Dat neemt niet weg dat de aanhoudende onzekerheid voor schade zorgt. Banken hamsteren cash, overheden betalen meer rente op hun leningen en zelfs de tot nu toe onomstreden kredietwaardigheid van Duitsland loopt deukjes op. De dreigende recessie in de eurozone zal de geldproblemen van overheden en banken vergroten. Geen wonder dat er grote bedrijven zijn die rekening houden met een mogelijke breuk in de eurozone, zoals de Financial Times vanmorgen meldde.

Neem de afgelopen 24 uur.

De rente die Italië gisteren moest betalen op een nieuwe lening, was 7,56 procent. Zo’n hoge rente vergroot de geldproblemen van het land. De regering kan daardoor minder uitgeven aan andere zaken. Op den duur is deze rente onhoudbaar.

De geldnood bij banken neemt toe. Het lukt zelfs de Europese Centrale Bank niet altijd meer om banken te verleiden geld bij de ECB te stallen, zo bleek gisteren. De ECB koopt regelmatig staatsobligaties op van landen als Italië en Spanje. Het doel is om de rente te drukken die deze landen moeten betalen. Om te voorkomen dat de aankopen van de ECB tot een toename van de geldhoeveelheid in de eurozone leiden, haalt de ECB elke week precies het bedrag aan geld uit de markt dat de ECB erin gestopt heeft. Dat lukt doorgaans prima: banken stallen graag hun geld bij de veilig geachte ECB.

Maar gisteren lukte die zogenoemde ‘sterilisatie’ niet helemaal. De ECB kocht tot nu toe 203,5 miljard euro aan staatsobligaties op en trok gisteren voor 194,2 miljard euro aan bankdeposito’s aan. Het verschil is niet groot, maar wel veelzeggend. Het is een teken dat banken cash geld hamsteren. Dat duidt op stress. „We kijken naar een echte financiële crisis”, zei Christian Noyer, baas van de Franse centrale bank, gisteren.

Het noodfonds dat de eurozone moet redden, verkeert nog steeds in geldnood. De bijeenkomst van de ministers van Financiën van de eurozone leverde gisteren niet de gehoopte extra vuurkracht voor het noodfonds EFSF op. Het plan was om het EFSF te vullen met 1.000 miljard euro. Genoeg geld om Italië te redden, indien nodig. Hoeveel geld het fonds wel krijgt, is onduidelijk. Voorlopige berichten wijzen op zo’n 500 tot 600 miljard euro.

Nu landen als China en Brazilië geen geld in het noodfonds stoppen, richt de eurozone zijn hoop op het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Europese landen zouden samen met landen als China meer geld aan het IMF moeten lenen, dat daarmee eurolanden redt. Dit lijkt een omweg. Waarom leent Europa niet direct aan probleemlanden als Italië? Omdat het strenge IMF „gezellige Europese onderonsjes voorkomt waar de regels worden verzacht”, zei premier Mark Rutte (VVD) gisteren in The Wall Street Journal.

Die opmerking toont het werkelijke probleem van de eurozone: hoe kunnen de beloofde hervormingen in Zuid-Europa afgedwongen worden, nadat ze noodhulp gekregen hebben? Kanselier Merkel zet in op harde afspraken en sancties. Eerst begrotingsdiscipline, dan de redding. Het wapen ligt er: de ECB kan veel meer obligaties opkopen dan ze nu doet. Dat brengt rust. De vraag is wanneer Europa dit wapen inzet.

Commentaar: pagina 2

Noodfonds en Rabobank: pagina 23