Moeten ouders ook nablijven?

Binnenkort verwacht in dit theater: de school-ouderovereenkomst. Vandaag stelt minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) per brief aan de Tweede Kamer voor ouders direct te betrekken bij de school van hun kinderen. Scholen gaan „niet-vrijblijvende” afspraken maken over bijvoorbeeld de normen van de school en over het „omgaan met conflicten”. De minister wil dat ouders het gezag van de school ondersteunen en „hun kinderen hierin opvoeden”. En dus geen aangifte bij de politie doen tegen leraren, alstublieft.

Het is niet de enige terechtwijzing aan de ouders. Hun wordt feitelijk verweten de kinderen maar te laten waaien. Ouders maken niet de juiste keuzes tussen werk, opvoeding en persoonlijk leven. Ouders zouden onvoldoende op ouderavonden aanwezig zijn. Ze bestrijden schoolverzuim niet genoeg. Ze ondergraven het gezag van leraren. En ze gaan liever met vakantie dan dat ze de school helpen. Van Bijsterveldt vraagt ouders vakantiedagen te besteden aan loopbaanoriëntatie op scholen. Zij bepleit dus een „mentaliteitsverandering”.

Voor dit type moreel appèl geldt: wie de schoen past trekke hem aan. Pleidooien voor ‘wederkerigheid’ tussen ouders en scholen kunnen geen kwaad. Er zijn zeker groepen ouders die hun leven kunnen beteren. Maar haar oproep is er één van het gezonde verstand. Vragen staat de minister natuurlijk vrij, maar ze kan de ouders natuurlijk niet het recht op aangifte bij de politie ontnemen.

Voor zover zij zich tot hoger opgeleide tweeverdieners richt, past een enkele opmerking. Deze groep slaagt er vrij goed in, los van de kwaliteit van de school, de kinderen in het eigen opleidingssegment te houden. Dat gebeurt op de vleugels van de emancipatie en de mechanisering van het huishouden. Maar vooral onder druk van de maatschappelijke norm die sociaal afdalen van de kinderen vrijwel verbiedt. Veel vwo-scholen kennen leerlingen die daar eerder de ambities en status van hun ouders vertegenwoordigen dan hun eigen talent.

Mìnder betrokkenheid van ouders kan dus voor sommige scholen en kinderen ook een zegen zijn. De productiviteit van de Nederlandse werknemer is niet alleen op het werk hoog, thuis wordt er in de ouderrol ook meer gepresteerd. Veel opgeleide ouders loggen vanaf hun werk in op schoolnetwerken. Zij kennen de cijfers van hun kinderen realtime, weten precies welke leraren achterblijven met corrigeren, absenties fout invoeren of zelf afwezig zijn. Huiswerkbegeleiding bloeit overal, evenals particulier voortgezet onderwijs.

De oproep van de minister „prioriteit te geven aan de ontwikkeling en opvoeding van hun kinderen” is, althans aan deze groep, overbodig.