Kanker is anders dan dementie

Een intensieve relatie tussen arts en patiënt is cruciaal voor euthanasie bij dementie.

De Kamer debatteert er vanmiddag over.

Voor het eerst in Nederland is euthanasie toegepast op een wilsonbekwame patiënt. Afgelopen maart beëindigde een arts het leven van een Brabantse vrouw (64) met gevorderde dementie. De toetsingscommissie onderzocht de zaak en vond het in overeenstemming met de euthanasiewet. Voor haar dood kon de vrouw zich haar euthanasieverzoek niet goed meer herinneren. Zij wist op de dag zelf ook niet wat de consequentie was van de middelen die zij kreeg.

Maar de commissie vond haar doodswens overtuigend. Een gesprek met Eric van Wijlick, beleidsadviseur van de artsenfederatie KNMG. Vanmiddag debatteert de Tweede Kamer over euthanasie, waarbij ook de casus van de Brabantse vrouw wordt besproken.

Euthanasie bij dementerenden is heel anders dan bij een kankerpatiënt. Hoe ziet de KNMG dat?

„Kanker is vaak zichtbaar en overtuigend aanwezig. Naarmate je verder van de diagnoses van lichamelijke ziekten en terminaal lijden af komt, wordt euthanasie moeilijker. Dan worden artsen heel terughoudend. Euthanasie bij dementie is extra ingewikkeld omdat patiënten in het begin vaak niet zien wat er aan de hand is. Voor zowel de arts als de patiënt is de timing erg lastig. Voert de arts de euthanasie te vroeg uit, dan is de patiënt nog te goed. Wacht de patiënt te lang, dan is zijn ziekte te vergevorderd. Dan kan hij niet meer aangeven dat hij dood wil.

„Dat was het probleem voor de eerste SCEN-arts (een onafhankelijke arts die een behandelend arts advies geeft over een euthanasieverzoek, red.) van de Brabantse vrouw. Hij vond het te laat, omdat zij haar euthanasieverzoek niet meer kon herhalen toen hij kwam.”

Dat moet je nog op het allerlaatste moment kunnen verwoorden?

„Als de patiënt niet meer kan communiceren in woord of met lichaamstaal, is het moment voorbij. Voor de arts moet duidelijk zijn dat het een vrijwillig en weloverwogen verzoek is. De patiënt moet beseffen dat hij doodgaat door de euthanasiemiddelen.”

Dat besefte deze patiënt toch niet?

„Tot de dag voor de euthanasie heeft ze nog enkele malen geuit dat ze dood wilde.”

Wat adviseert u worstelende artsen?

„Het is belangrijk dat artsen intensief met de patiënt optrekken, dat de patiënt bij herhaling achter het verzoek staat en dat het lijden steeds dichterbij komt. Toen de huisarts van de Brabantse vrouw belde, adviseerde ik als altijd: ga niet over één nacht ijs en documenteer alles zo goed mogelijk.”

De eerste SCEN-arts wees de euthanasie af omdat niet meer vast te stellen viel of de vrouw weloverwogen euthanasie vroeg. Hij vond haar te ver heen.

„Twijfel over de wilsbekwaamheid past bij het ziektebeeld. Niet alle SCEN-artsen voelen zich vertrouwd met dementie. Daarom doen artsen die met een euthanasieverzoek worden geconfronteerd er goed aan meerdere deskundigen in te roepen. De huisarts moet zich realiseren dat hij de patiënt lang kent, de SCEN-arts is er maar heel kort. De patiënt moet wilsbekwaam zijn als hij het verzoek doet, maar wat er daarna gebeurt, is een optelsom van een langdurige artspatiëntrelatie. Dan hebben arts en patiënt als het ware – bijna als geliefden – aan één blik genoeg om te weten wanneer het moment is aangebroken.

„De huisarts wilde er na de afwijzing van de eerste SCEN-arts op zijn minst een positief oordeel bij van een andere arts. Wij adviseerden hem een arts te benaderen met meer ervaring op dit specifieke gebied.”

Een objectieve SCEN-arts moet toch willekeurig toegewezen worden?

„Nee, dat hoeft niet omdat dit een bijzondere omstandigheid is. Raakt dat aan de onafhankelijkheid? Ik denk het niet. De huisarts en de SCEN-arts hebben zich terdege gerealiseerd dat deze zaak met buitengewone belangstelling gevolgd zou worden. Zij zullen er daarom misschien nog scherper naar hebben gekeken. Ook vanuit het idee dat het categorisch afwijzen van zo’n verzoek onhoudbaar is. Want er viel nog wel degelijk met de patiënt te communiceren, ook volgens de tweede SCEN-arts. De vrouw kon nog duidelijk aangeven dat ze niet naar een verpleeghuis wilde en anders dood wilde.”

Als er geen langdurige relatie is tussen arts en patiënt, is euthanasie bij dementie dus niet mogelijk?

„Nee, de patiënt kan niet uit het niets met een papiertje gaan wapperen en zeggen dat hij nu euthanasie wil.”

De KNMG past zijn beleid nu niet aan, na deze zaak? Uw richtlijn voor SCEN-artsen biedt weinig houvast.

„Nee, dit is de implicatie van de wet. En de huidige wet biedt voldoende ruimte.”

Wat zal het gevolg van deze zaak zijn?

„Ik denk dat het aantal euthanasiezaken zal stijgen, maar niet zo spectaculair als sommigen denken. Vorig jaar stierven 25 vroeg-dementerenden door euthanasie.”

Zijn artsen te behoudend?

„Nee, slechts 7 procent van de Nederlanders heeft iets van een wilsverklaring, slechts 3 procent een euthanasieverklaring. Zestig procent vindt hulp bij zelfdoding niet toegestaan bij beginnende dementie of angst voor de toekomst. De druk van belangenorganisaties op artsen spoort niet met wat de bevolking wil.”

Is de Brabantse zaak nu afgesloten?

„Ja. Maar het Openbaar Ministerie kan altijd nog een gerechtelijk onderzoek beginnen als er een aangifte komt.”

    • Antoinette Reerink