Internet wint van veldwerk

De correspondent heeft het zwaar: minder budget maakt veel opdrachtgevers en een hoge productie noodzakelijk. Jonge journalisten werken efficiënt dankzij internet.

Bij zijn bezoek een jaar geleden aan Bakoe, de hoofdstad van Azerbajdzjan, badderde Olaf Koens in pure aardolie. Een lokale attractie. De 26-jarige freelance journalist, standplaats Moskou, wilde al langer naar Bakoe om te schrijven over de ontwrichtende invloed van de olie op de samenleving. Maar geen van zijn vaste opdrachtgevers wilde betalen. Koens vroeg zijn volgers op Twitter om hem te steunen met een tientje. 114 donaties later vloog hij naar Azerbajdzjan.

Koens hield gisteren op de Avond van de Buitenlandjournalistiek een pleidooi voor de correspondent 2.0. In een tijd van krimpende redactiebudgetten vindt hij dat correspondenten reizende eenmanszaakjes moeten worden. Koens adviseerde zijn vooral jonge publiek om de droom van een vaste baan als correspondent op te geven en als freelancer de wereld in te trekken met een rugzak en een laptop. „Het is nu makkelijker dan ooit om naar het buitenland te gaan. Koop een ticket en ga.”

Mooi, deze avontuurlijke zelfredzaamheid, maar eenmaal in het buitenland aangekomen zitten de rugzakjournalisten het grootste deel van de tijd binnen. Niks reportages in de wildernis, niks urenlange interviews met lokale bewoners. Dat concludeerde Melvin Captein, zelf een jonge freelancer met buitenlandervaring, na onderzoek onder twintig Nederlandse journalisten in Latijns-Amerika. „Veel correspondenten zitten meer achter hun monitor dan dat ze de straat op gaan.”

De oorzaak, zegt Captein, is dat opdrachtgevers zo slecht betalen dat correspondenten niet meer genoeg hebben aan één of twee afzetkanalen, zoals vroeger. De correspondent 2.0 werkt voor kranten, tijdschriften, tv, radio, websites en bedrijfsbladen. „Het is productiedraaien. Zoek je de informatie snel via internet of ga je drie uur reizen voor een reportage? In die tijd verdien je geen geld.”

Jonge, freelance correspondenten vinden de verschuiving naar bureauwerk jammer. Maar ze maken zich minder zorgen over de gevolgen voor de kwaliteit van hun berichtgeving dan oudere correspondenten – de groep die vaak nog een vast contract heeft. Captein: „Jongeren vinden informatie op internet vaak betrouwbaarder dan die van mensen op straat. Ze kunnen de feiten meteen controleren.”

Oudere correspondenten hechten veel meer waarde aan veldwerk, ze willen gebeurtenissen met eigen ogen zien. „Ze vinden internet een inferieure bron”, zegt Captein, die het daar niet altijd mee eens is. Betrokkenen bij een gebeurtenis kunnen bijvoorbeeld snel opgespoord worden via Facebook en Twitter. „Natuurlijk moet je ook onderzoek doen in de echte wereld, mensen zelf aankijken. Anders wordt je de dupe van het gemak van sociale media.”

Koert Lindijer, al 28 jaar correspondent in Afrika voor de NOS en deze krant, vindt het zorgwekkend dat kranten en omroepen steeds verder snijden in de budgetten en vaste correspondenten vervangen door freelancers. Het gevolg is dat veel correspondenten in zijn standplaats Nairobi niet langer een vliegticket kunnen kopen als er elders op het continent iets belangrijks gebeurt. Ze moeten eerst leuren bij hun opdrachtgevers. „Reizen kost veel geld. De tijden zijn voorbij dat een kopje koffie in zogenaamde derdewereldlanden kost een dubbeltje kostte.”

Een correspondent moet met zijn voeten in het hete zand staan, zegt Lindijer. En dat gebeurt steeds minder. Geen van de grote kranten of omroepen was deze week bijvoorbeeld bij de verkiezingen in Congo. „Volgens mij schrijven alle correspondenten nu dezelfde berichten over uit de nieuwe media en bellen ze dezelfde denktanks. We roeren in dezelfde pot met informatie.”

Koens is het eens met Lindijer dat de kern van het correspondentschap moet bestaan uit veldwerk. Luie journalistiek ligt anders op de loer. „Ik moet er iedere maand heel veel woorden uitpompen om rond te komen. Maar ik kom wel heel veel buiten. Ik ben niet naar Rusland gegaan om achter mijn laptop te zitten.”