ik@nrc.nl

Bij het inladen van de boodschappen ontdek ik dat ik het onontbeerlijke pakje shag vergeten ben. Mijn zoon biedt aan om even terug de winkel in te lopen; ik rijd de auto vast naar de winkeluitgang. Terwijl ik met draaiende motor sta te wachten, zie ik haar komen. In haar linkerhand torst ze een zware tas. De andere hand legt ze bezitterig op mijn motorkap terwijl ze om de auto heen loopt naar de passagierskant. Ze opent de deur, gaat zitten en zet de tas met een plof tussen haar voeten. Op dat moment klinkt er getoeter van de auto achter ons. Zonder op of om te kijken levert ze op vermoeide toon commentaar: „Ja, ja, klootzak, we gaan al.” „En waar naar toe?”, vraag ik. En weg is ze weer. Zijn auto is ook rood.

    • H. Disler