Huiveren in gefragmenteerde vertelling

We Need to Talk About Kevin. Regie: Lynne Ramsay. Met: Tilda Swinton, John C Reilly,Ezra Miller. In: 19 bioscopen. ***

Moederliefde is onvoorwaardelijk. Ouders houden instinctief van hun kroost. Of ligt het toch complexer? Het is vrijwel taboe om te zeggen dat je niet van je kind houdt en er spijt van hebt dat je kinderen kreeg. Stel dat je een vrouw bent die niet erg gelukkig is met het moederschap, wat gebeurt er dan met het kind? Voelt hij dit aan?

De Amerikaanse auteur Lionel Shriver schreef over deze ambivalente moedergevoelens in haar dit jaar verfilmde roman We Need to Talk About Kevin (2003). Hoofdpersoon Eva is een reisschrijfster die haar carrière opzij zet als ze zwanger raakt. Op verzoek van haar man Franklin verhuizen ze naar een buitenwijk, volgens hem een veiliger plek om kinderen op te voeden. En dan blijkt haar eerste kind Kevin ook nog een lastige huilbaby te zijn die zich bovendien ontwikkelt tot een onuitstaanbare pestkop die het bloed onder zijn moeders nagels vandaan haalt.

Wat volgt is een zenuwslopende psychologische oorlogsvoering met hem en haar man, die stelselmatig partij kiest voor Kevin. Als Kevin als puber een afschuwelijke daad pleegt, voelt Eva zich ontzettend schuldig. Komt het door haar gebrek aan moederliefde? Of was Kevin simpelweg geestelijk gestoord en is er geen verklaring voor zijn daad?

De verfilming van Shrivers huiveringwekkende boek is vrij radicaal. Regisseur Lynne Ramsay (Ratcatcher, Morvern Callar) fragmenteert de vertelling. Ze husselt constant heden en verleden door elkaar en het verhaal wordt volledig vanuit het gezichtspunt van Eva (Tilda Swinton) verteld. Dit maakt alles subjectief: zien we de gekleurde herinneringen van een gekwelde vrouw vol schuldgevoel of is het werkelijk zo gebeurd? Ramsay’s niet-lineaire, associatieve opbouw is gedurfd, maar je bent soms meer bezig met kijken of Eva lang of kort haar heeft, zodat je de chronologie beter kunt reconstrueren, dan met de pijnlijke gevoelens waarover de film gaat.

Wat ook stoort, is het weinig subtiele gebruik van de kleur rood: van de beginscènes, waarin Eva het Spaanse tomatengooifestijn La Tomatina bezoekt, tot aan de brute climax is in vrijwel elke scène rood te zien. Te veel van het goede.

Vooral jammer is de eenduidigheid van Kevin. Hij doet eerder aan het duivelskind uit The Omen denken dan aan iemand met een zware persoonlijkheidsstoornis. Maar als Ramsay haar grote filmische talent ten volle benut, levert dat onvergetelijke momenten op, zoals de scène waarin Eva de kinderwagen met haar huilende baby naast een stel wegwerkers parkeert die bezig zijn met luide drilboren. Het oorverdovende geluid overstemt tijdelijk haar huilbaby. De radeloze wanhoop van een moeder in één krachtig beeld.

André Waardenburg