Help, ik heb een kip verschalkt

Dolfje Weerwolfje. Regie: Joram Lürsen. Met: Ole Kroes, Maas Bronkhuyzen, Kim van Kooten, Remko Vrijdag. In: 120 bioscopen. ***

Na ruim tien boeken voor beginnende lezers, een eigen tijdschrift, knuffels en andere merchandising en een musical werd het vijftien jaar na de geboorte van Dolfje Weerwolfje, het jongetje dat op zijn zevende verjaardag ontdekt dat hij eigenlijk een weerwolf is, tijd voor een film.

Het aardige van de oorspronkelijke boekenreeks van Paul van Loon is dat hij een klassiek transformatiethema op een heel aandoenlijke manier vertaalt naar een herkenbaar gevoel van veel kinderen: het gevoel je niet helemaal thuis voelen in je eigen lichaam of leven. Zijn Dolfje wil helemaal geen weerwolfje zijn, het is vooral zijn pleegbroer Timmie die het allemaal heel opwindend en spannend vindt.

Dat aandoenlijke gegeven is in de trouw geadapteerde filmversie van scenarist Tamara Bos (die ook Het paard van Sinterklaas schreef) volkomen overeind gebleven. Joram Lürsen (Alles is liefde, Het geheim) voerde de regie over een liefdevolle kinderfilm die op geen enkel moment over de hoofden van de jonge doelgroep wordt uitgespeeld. Dolfje is een lief en bleek jongetje met een brilletje en een geruit pyjamaatje dat bij volle maan verandert in een wolfje dat het middel houdt tussen een ijsbeer en een poedel en tot zijn eigen grote schrik een levende kip uit de ren van buurvrouw Krijtjes verschalkt.

Die arme Dolfje; waar hij ook kijkt duiken wolven op: bij het ganzenbordspel, in de dierentuin en in het toneelstuk van Peter en de wolf dat ze op school met kerst gaan opvoeren. Ondertussen is er nog een mysterieuze man in het park die, voor het geval bezorgde ouders nu meteen terugschrikken, Dolfjes opa blijkt te zijn. Want Dolfje mag dan wel door zijn eigen ouders in de steek gelaten zijn, hij heeft er wel de leukste adoptiefouders van heel nostalgisch Nederland voor in de plaats gekregen.

Ze worden gespeeld door Kim van Kooten en Remko Vrijdag, die zich bereidwillig in hun rol van bonte opzetpoppen hebben geschikt. Moeder is een in vintage blauw gehulde hippe carrièrevrouw, papa een jolige thuisvader. Je had ze soms iets betere teksten en vooral spelsituaties gegund.

Tegelijkertijd zal dat simplisme juist voor de jonge filmkijkers heel plezierig en ontspannend werken: we zijn allemaal wel een beetje een weerwolfje, en er loopt overal wel een vader met een theemuts op zijn hoofd rond. Kortom: het is bij jou thuis lang zo gek nog niet.

Dana Linssen