Failliet AA werkt aan doorstart

Na de surseance is American Airlines nog net zoveel waard als één Boeing. Het bedrijf blijft gewoon vliegen maar het personeel moet inleveren.

Het leek dramatisch nieuws: American Airlines, de op twee na grootste luchtvaartmaatschappij van de Verenigde Staten, vroeg gisteren uitstel van betaling aan. Nog geen week geleden had de luchtvaartmaatschappij aanzwellende geruchten hierover met klem tegengesproken. Maar gisteren was het toch zover. Volgens het management van American Airlines was het faillissement te wijten aan een combinatie van te hoge kosten en snel verslechterende economische vooruitzichten. Bestuursvoorzitter Gerard Arpey, die sinds 2004 aan het hoofd stond van het bedrijf, kondigde zijn vertrek aan.

Maar het ‘bankroet’ van American Airlines is minder dramatisch dan het lijkt. Directeur Tom Horton kondigde aan dat de dienstverlening van de luchtvaartmaatschappij niet of nauwelijks zal lijden onder het faillissement. Zelfs de eerder dit jaar aangekondigde megaorder voor 460 nieuwe vliegtuigen (destijds de grootste uit de luchtvaartgeschiedenis) zal waarschijnlijk gewoon doorgang vinden, zo liet Horton weten.

American Airlines kan blijven draaien vanwege de bijzondere bepalingen in het Amerikaanse faillissementsrecht. Als American Airlines surseance had aangevraagd onder artikel 7 van de United States Bankruptcy Code , dan had het zijn activiteiten moeten staken. Maar de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij heeft een beroep gedaan op Chapter 11, dat een langdurige reorganisatie van het bedrijf mogelijk maakt. Al die tijd geniet de luchtvaartmaatschappij bescherming tegen schuldeisers. De kans is daarom groot dat American Airlines binnenkort uit zijn eigen as herrijst.

Anderen zijn American Airlines al voor gegaan. Sterker nog: álle grote Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen hebben al eens gebruik gemaakt van hoofdstuk 11. De aanslagen van september 2001, die werden gevolgd door een enorme teruggang van het aantal Amerikaanse passagiers, duwde de toch al kwakkelende maatschappijen diep de rode cijfers in. In 2002 vroegen US Airways en United Airlines uitstel van betaling aan. Enkele jaren later volgden Northwest en Amerika’s grootste vliegmaatschappij, Delta.

Onder hoofdstuk 11 konden de maatschappijen hun kostenstructuur saneren. Voor luchtvaartmaatschappijen betekent dat vooral: snijden in de personeelskosten. Onder de dreiging van een bankroet en en massaal banenverlies bleken vakbonden bereid te praten over de inkrimping van het personeelsbestand en het afslanken van arbeidsvoorwaarden. Een van de belangrijkste daarvan was de buitengewoon riante pensioenregeling voor piloten, die veel luchtvaartmaatschappijen als een molensteen om de nek hing.

Maar American Airlines vond dat het hoofdstuk 11 niet nodig had. Volgens velen was dat een foute beslissing. De luchtvaartmaatschappij is dit jaar 600 miljoen dollar meer kwijt aan personeelskosten dan de concurrentie. Sinds 2001 heeft de luchtvaartmaatschappij meer dan 12 miljard dollar aan verliezen geleden. Het aandeel van moedermaatschappij AMR was gisteren nog 26 dollarcent waard. Daarmee kwam de totale beurswaarde van AMR uit op zo’n 97 miljoen dollar – grofweg de prijs van één Boeing 737.

Amerikaanse vakbonden reageerden gisteren verontrust. In Frankrijk slaagden de bonden er deze week in een broodnodige reorganisatie bij Air France op de lange baan te schuiven, omdat president Sarkozy voor de verkiezingen in april geen arbeidsonrust wil.

Maar de vakbonden in de VS hebben geen andere keus dan meewerken aan de inkrimping van het personeelsbestand van American Airlines, dat nu nog 78.000 werknemers telt. Als de Amerikaanse maatschappij fuseert, zal het banenverlies nog groter worden. US Airways is al genoemd als mogelijke koper.