Euro werd pleuro, niet snip of joetje

Een munt heeft koosnamen nodig en niet alleen, zoals de euro, scheldnamen. Wie herinnert zich nog de voorgestelde bijnamen ‘deuppie’ of ‘KLEB’, vraagt Erwin Wijman zich af.

Vier van de tien Nederlanders willen de gulden terug. Van de PVV-kiezers wil zelfs 72 procent van de euro af. Uit de Euromonitor van onderzoeksbureau GfK van november blijkt dat zeven op de tien Nederlanders de prijzen nog weleens omrekenen naar guldens. Bijna twee op de tien Nederlanders doen dit zelfs heel vaak.

Niet alleen het volk lijdt aan guldenheimwee. Hoe nijpender de eurocrisis, die opkruipt van Chersonissos naar Grafhorst, hoe meer politici en economen de euro willen terugruilen naar de gulden, ook in Nederland. De euro leeft niet en heeft nooit geleefd – vanaf het begin, tien jaar geleden, al niet.

Kijk alleen al naar de bijnamen van de euro: pleuro, zeuro en scheuro. Dit zijn de enige bijnamen die de euro kreeg. Het zijn stuk voor stuk scheldnamen. Met de gulden is het precies andersom. Denk aan piek, kwartje, stuiver, knaak, rijksdaalder, dubbeltje, joetje, geeltje, meier, snip, vuurtoren. Dit zijn geen scheldwoorden, maar koosnamen. Deze bijnamen uit het guldentijdperk kregen nooit een tegenhanger in de eurotijd.

Bijnamen zijn essentieel. Ze getuigen van liefde. Het ‘Nationaal Forum voor de introductie van de euro’ schreef aan de vooravond van de invoering van de – tastbare – euro, op 1 januari 2002, niet voor niets een heuse bijnamenwedstrijd uit. Toenmalig minister Zalm (Financiën, VVD) hechtte eraan dat de euromunten en -biljetten vanaf het begin al zouden zijn gezegend met koosnaampjes. Dit zou de gulden sneller doen vergeten.

Op donderdag 22 november 2001 maakte toenmalig staatssecretaris Bos (Financiën, PvdA) de winnende ‘eurobijnamen’ bekend. De vijftien prijswinnaars ontvingen ieder een cheque van honderd euro, plus het boek Beatrix in Europese handen, over de wordingsgeschiedenis van de Nederlandse zijde van de euromunten.

Voor 1 cent won ‘fluitje’, naar het gezegde ‘een fluitje van een cent’, lichtte de jury toe. ‘Duocent’ was de winnende naam van de munt van 2 cent. De eurodenominatie 5 cent kreeg als winnende koosnaam ‘handje’ – „vijf vingers”. Voor 10 eurocent won ‘deuppie’, 20 cent werd ‘dubbelduppie’. „Dubbeldeuppie werd niet ontvangen, maar lijkt wellicht ook weer wat te vergezocht”, schreef de jury. De munt van 50 cent zou ‘halfom’ heten en 1 euro de ‘gouwering’. De jury vond dat „zich nu een mooie gelegenheid voordoet om de daalder nieuw leven in te blazen” voor de munt van 2 euro.

Het 5 euro-biljet zou ‘KLEB’ gaan heten, een acroniem van KLeinste EuroBiljet. Voor het briefje van 10 won ‘eurojoet’, voor 20 euro ‘blauwtje’, 50 euro ‘brammetje’, 100 euro (groen) ‘Hulk’ en 200 euro ‘dubbeldekker’. Het biljet van 500 euro zou bijna ‘Maxima’ heten, maar het werd ‘eurotop’.

Anno 2011 doet het pijn om je door dit rijtje namen heen te worstelen. Geen enkele bijnaam kreeg weerklank bij het publiek. Niemand heeft ooit meer van deze bijnamen gehoord.

Erwin Wijman is journalist en schrijver. Hij is lid van het Netwerk Naamkunde van het Meertens Instituut en publiceerde in 2007 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam het boek De bedrijfsnamenfabriek.