En het goede nieuws: een kortere vakantie

Minder vakantiedagen, meer uren op school. Waar eerst consensus bestond over mínder lesuren, floot de PVV minister Van Bijsterveldt gisteren terug.

Leraren boos, leerlingen boos, schooldirecties boos. De wet over onderwijstijd en schoolvakanties in het voortgezet onderwijs die de Tweede Kamer gisteren met nipte meerderheid aannam, is met luid boegeroep ontvangen. Grootste bezwaren: er zijn te veel lesuren en te weinig roostervrije dagen.

Voor ouders en leerlingen is er ook goed nieuws. Zij krijgen in de medezeggenschapsraad meer te vertellen over het lesprogramma. Zonder hun instemming mogen scholen geen roosters meer vaststellen.

De discussie over het aantal lesuren is niet nieuw. In 2007 stroomde het Museumplein vol met protesterende scholieren. Zij wilden af van ‘ophokuren’: lesuren waarin ze met grote groepen in een een lokaal werden gezet om ‘zelfstandig te werken’, vaak zonder goede begeleiding. Scholen doen dat omdat ze roosters anders niet rond krijgen. De scholieren werden gehoord door de Tweede Kamer en minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA). Het aantal lesuren moest worden teruggeschroefd naar duizend, was de politieke consensus. Anticiperend op een wetswijziging richtten scholen hun lesprogramma alvast opnieuw in.

Maar tijdens de behandeling van de wet, deze maand, bleek de PVV fel tegenstander van minder lesuren. Leerlingen moeten meer les krijgen, vindt onderwijswoordvoerder Harm Beertema. Van Bijsterveldt moest, om de steun van de gedoogpartij te behouden, aan de PVV-eisen tegemoetkomen. In de onderbouw blijft het aantal lesuren daarom 1.040.

De VO-raad, koepel van schoolbesturen in het voortgezet onderwijs, is ontstemd over de koerswijziging. Voorzitter Sjoerd Slagter: „De Tweede Kamer vond in 2009 nog dat 1.040 uur onrealistisch is. Het geheugen van de Kamer is dus wel héél kort.”

Scholieren hoeven overigens niet allemaal 1.040 uur les te volgen. De school biedt 60 uur hiervan aan als ‘maatwerkuren’, bedoeld voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben omdat ze achterblijven, of extra uitdaging omdat leren hun te gemakkelijk afgaat.

Voor het Landelijk Aktie Komitee Scholieren, dat in 2007 voorop ging in het protest, is de wet onacceptabel. „De 1.040-urennorm kan niet gerealiseerd worden”, aldus voorzitter Chanine Drijver. „Scholieren mogen daar niet opnieuw de dupe van worden.”

Het protest mocht niet baten. Regeringspartijen VVD en CDA stemden in met de wijziging die de PVV had voorgesteld.

De scholen moeten nu met deze nieuwe werkelijkheid aan de slag. Voorzitter Slagter van de VO-raad voorziet problemen omdat er geen geld komt voor de extra uren. „Scholen worden genoodzaakt hun energie te steken in nóg meer uren in plaats van in de kwaliteit van de huidige duizend uur.”

Terwijl de PVV gisteren haar zin kreeg, haalde de SGP bakzeil. De officieuze gedoogpartner wilde meer roostervrije dagen, voor zaken als rapportvergaderingen en bijscholing van docenten. Van Bijsterveldt vindt de negen dagen in haar wetsvoorstel, waarvan maximaal zes rond de zomervakantie, voldoende. De SGP vond dit uiteindelijk niet onoverkomelijk en stemde gisteren in met de wet, die daarmee ook in de senaat van een meerderheid verzekerd lijkt.

Om de roostervrije dagen mogelijk te maken, bekort Van Bijsterveldt de zomervakantie van leraren van zeven naar zes weken. De bonden omzeilden die maatregel dit jaar door bij de werkgevers te bedingen dat die vijf vakantiedagen als vrije dagen later in het jaar werden teruggegeven.

In een wetswijziging die ze op het laatste moment invoegde, heeft Van Bijsterveldt dat voor de komende jaren onmogelijk gemaakt. De dagen die ze van de zomervakantie afhaalt, mogen niet meer allemaal als vrije dagen worden gebruikt. Er moet worden gewerkt.

En zo brengen leraren en leerlingen de komende jaren dus meer uren op school door dan ze een maand geleden nog dachten. De boodschap van de politiek is duidelijk: de macht over het onderwijs ligt niet op het schoolplein of in de docentenkamer, maar in Den Haag.

    • Bart Funnekotter