Ecclestone is de grote verliezer van dit seizoen

Buiten het circuit gebeurde er van alles, daar zorgde de 81-jarige Formule 1-baas Bernie Ecclestone wel voor. Maar de strijd om de wereldtitel was dit seizoen oersaai.

Na 1.133 rondjes racen over bijna zesduizend kilometer asfalt is het Formule 1-seizoen zondag in Brazilië afgesloten. Red Bull-coureur Mark Webber boekte zijn eerste zege van het jaar. Een overwinning voor de statistieken, want de wereldtitel was al vergeven. En alle kunstmatige ingrepen ter bevordering van de spanning ten spijt, in al die ronden en kilometers wilde de strijd om de kroon en troon van 2011 nimmer losbarsten. Een nederlaag voor F1’s big boss Bernie Ecclestone.

Hoofdschuldige van het voor de kijker teleurstellend verlopen seizoen is wereldkampioen Sebastian Vettel. Hij domineerde op een manier die in strijd lijkt met zijn leeftijd. De 24-jarige Duitser is nu de jongste ooit die zijn titel prolongeerde. Hij reed zoals zijn bijna twee keer zo oude landgenoot Michael Schumacher in diens hoogtijdagen. Vettel domineerde de zouteloze titelstrijd vanaf de eerste kilometers en reed zo constant en foutloos, dat hij niet afhankelijk werd van variabelen als betrouwbaarheid van zijn materiaal of simpelweg de geluksfactor. Ook ging zijn Red Bull uitermate vriendelijk om met de snel slijtende banden van Pirelli, een van de nieuwe foefjes om Formule 1 een aantrekkelijker schouwspel te maken.

De coureurs hadden de beschikking over mechanische kunstgrepen waarmee de bolides elke ronde kortstondig meer snelheid maakten. Maar de Pirelli’s waren de enige ingreep van dit jaar die de kwaliteiten van de coureurs testte: wie wist duurzaamheid het beste aan snelheid te koppelen? Het idee van snel aftakelende banden kwam uit de koker van de grote roerganger in de Formule 1: Bernie Ecclestone. Het was direct een van de laatste hoogtepunten voor de Brit die de sport al jaren exploiteert maar zijn greep erop ziet afbrokkelen.

De 81-jarige Ecclestone begon het seizoen met een nederlaag toen de opening in Bahrein werd afgeblazen. In juni probeerde hij de race terug te krijgen en leverde hij bij de internationale autofederatie FIA een aangepaste kalender in voor de rest van het seizoen. De FIA rekende buiten de teams, die niet wilden racen in het politiek onrustige Bahrein, en leed gezichtsverlies. „Natuurlijk racen we niet in Bahrein”, zei Ecclestone toen tegen de BBC. Hij mocht de door Bahrein betaalde 25 miljoen aan oliedollars houden.

Ondertussen had de organisatie van de Grote Prijs van Istanbul al afscheid genomen van de Formule 1. Ecclestone verdubbelde de prijs voor het hosten van een race. Maar de Turkse tribunes bleven ook dit jaar leeg en de organisatie wilde de miljoenen niet meer op tafel leggen. Ook een ander voorbeeld van Ecclestones globaliseringdrang staat op omvallen: Zuid-Korea kan deelname al na twee jaar niet meer betalen.

En een zoveelste poging om in de VS voet aan de grond te krijgen, lijkt al te stranden voordat er een meter gereden is. Eccelstone gaf Texas een contract voor een Grote Prijs op een nieuw gloedcircuit in Austin. Hij kreeg de overeenkomst maanden later ondertekend terug, maar de Texanen hadden de passages met „onrealistische en onwaardige” eisen verwijderd: een wijze van zakendoen die de ‘godfather’ niet gewend is.

De reactie van Eccelstone: „Wij maken de contracten, wij kennen een grand prix toe. En niet andersom. Ik adviseer ze mijn contract niet te tekenen, ze krijgen er waarschijnlijk niet eens de kans meer voor.” Prompt kreeg New Jersey een race toegewezen.

Minder grootspraak was er eerder deze maand tegenover rechters in München. Ecclestone erkende betrokken te zijn bij het grootste corruptieschandaal in Duitsland sinds de Tweede Wereldoorlog. Hij gaf toe een Duitse bankier voor ruim 30 miljoen euro te hebben omgekocht om een belastingonderzoek naar zichzelf af te wenden. „Ik kon niet anders”, verklaarde de Brit. „Het risico oversteeg de 2 miljard euro. Zo simpel was het.” Hij kan nog vervolgd worden als de Britse fiscus besluit de bekentenis verder uit te zoeken.

Een hoop gedoe in een verder weinig spannend jaar in de Formule 1. Ecclestones imperium is gebaat bij een groeiend publiek en dan helpt een eentonig seizoen niet.

Enkele raceteams beginnen bovendien te morren omdat de Britse nestor de commerciële rechten van de sport exploiteert. De grote constructeurs verhandelen die liever zelf. En de kleine renstallen zijn ontevreden over de verdeling van de inkomsten die vooral de rijken rijker maakt.

In The Daily Telegraph zei Ecclestone vorige week over een mogelijk vertrek. „Als ik de Formule 1 van de hand doe, kan ik het beter naar de beurs in Singapore of Hongkong brengen dan verkopen.”