De nieuwe burgerij

Het is nauwelijks vier maanden geleden. Nadat in Londen de politie een man had doodgeschoten, braken daar omvangrijke rellen uit. Het geweld verspreidde zich naar andere grote steden als Liverpool en Birmingham. Ten slotte was een leger van zestienduizend man met tanks nodig om de orde te herstellen.

In de Engelse achterbuurten is de toestand altijd min of meer explosief. De economische crisis sluimerde al, maar had nog geen catastrofale gevolgen gehad, zoals ook nu nog niet. Niettemin is het toen tot die uitbarsting gekomen. Al veel eerder was het gebeurd in de banlieues, de Franse voorsteden met grote concentraties immigranten, terwijl de economie nog redelijk floreerde.

Deze uitbarstingen hebben duidelijk gemaakt dat in veel van onze steden een tijdbom is verborgen. Misschien is dit de eigentijdse versie van een lompenproletariaat. We weten uit ervaring dat deze tot ontploffing kan komen door een incidentele gebeurtenis, maar op z’n hoogst blijft gebrekkig gedefinieerd waardoor het explosieve mengsel is ontstaan en wat de samenstelling ervan is.

Het ontbreekt ons aan een bruikbare maatschappijanalyse. Die van Karl Marx en de lange reeks van afleidingen zijn achterhaald. Het proletariaat in de betekenis die hij eraan gaf, bestaat niet meer. In 1960 kwam Daniel Bell met zijn The End of Ideology, in die tijd een baanbrekend essay. De grote massa van het Westen veranderde naar mentaliteit geleidelijk in een minder of meer welvarende middenklasse. Dit was nog voor de grote culturele gelijkschakeling door de televisie en de enorme stijging van de algemene welvaart.

Daarna is vooral in de Verenigde Staten ongelofelijk veel geschreven over de veranderingen in de cultuur. Om een paar klassieken te noemen: Amusing Ourselves to Death (1985) van Neil Postman, Life the Movie (1998) van Neal Gabler, en twee jaar geleden Chris Hedges’ Empire of Illusion. Een van de belangrijkste thema’s in deze boeken en alle verwante literatuur is de constant groeiende invloed van de steeds leuker wordende media en het consumentisme op de massa en de daarmee gepaard gaande depolitisering.

Dit alles is nuttige cultuurkritiek, maar nog geen maatschappijanalyse die de grondslag kan zijn voor politieke machtsvorming. Ook deze heeft zich voltrokken, maar op andere grondslagen.

In de loop van de jongste twee tot drie decennia begon de individuele burger zich overal in het Westen in toenemende mate bedreigd te voelen, in Amerika vooral door het centraal gezag, het big government van Washington, en in West-Europa door de immigratie. Dit is de grondslag geworden voor de nieuwe machtsvorming van rechts. In de Verenigde Staten zal de Tea Party bij de komende presidentsverkiezingen misschien van doorslaggevende invloed zijn. In Frankrijk wordt ernstig rekening gehouden met wat voorzitter Marine Le Pen van het Front National ervan vindt. In Nederland wordt het kabinet gedoogd zolang Henk en Ingrid ermee kunnen instemmen.

Het opmerkelijke is dat de maatschappij als geheel er niet op vooruit is gegaan met deze ontwikkeling. ‘De’ burger heeft zich verder geëmancipeerd. Via internet kan hij onophoudelijk de hele wereld laten weten wat hij van alles denkt. Dit doet hij ook, vaak in de duidelijkste bewoordingen, maar tegelijkertijd ervaart hij dagelijks dat de maatschappij hiermee niets opschiet.

Om een paar voorbeelden te noemen: de publieke opinie raakt in rep en roer als de betrokken minister een paar geïmmigreerde en volkomen aangepaste kinderen wil uitwijzen naar hun land van herkomst, maar gedraagt zich gelaten als bekend wordt dat het aantal kinderen die het slachtoffer van huiselijk geweld zijn, schrikbarend is toegenomen. Schrikbarend is hier dus niet het juiste woord.

Op een ander gebied, even ernstig: ondanks alle kritiek, verbeteringen en acties blijft in onze kenniseconomie het aantal functioneel analfabeten stijgen. Functioneel wil zeggen dat de betrokkene niet in staat is een wat ingewikkelder tekst te ontcijferen, bijvoorbeeld van een recept of een proces-verbaal. Vorig jaar waren het er meer dan anderhalf miljoen. In feite is dit een nationale catastrofe. Deze analfabeten planten zich voort en leveren hun tekort over aan het nageslacht.

Onder invloed van de media, en misschien vooral door het entertainment, groeit door alle verschillen in welstand heen een nieuw, gedepolitiseerd deel van de burgerij. Dit valt niet te vergelijken met de oude middenklasse. Die werd juist gekenmerkt door een flinke mate van geletterdheid en politiek onderscheidingsvermogen.

In tijden van materiële voorspoed veroorzaken deze nieuwe burgers geen problemen, maar nu de economische crisis zonder een geloofwaardige oplossing voortwoekert en misschien binnen afzienbare tijd in het dagelijks leven voelbaar zal worden, breekt een nieuwe periode aan van onzekerheid. Hoe zal deze nog ongeorganiseerde burgerij zich dan gedragen? Niet als het proletariaat in de Britse en Franse steden. Het is mogelijk dat ze haar redding zoekt in een vlucht naar rechts. Hiertoe is de aanzet al een jaar of tien geleden gegeven. Deze zich miskend voelende burgers zullen hun redding zoeken bij politieke organisaties die althans hun verbale sporen al hebben verdiend, zonder dat hiervan overigens veel werd gemerkt in de praktijk. Aan de andere kant zullen de ‘relschoppers’ in de steden zich op hun manier niet onbetuigd laten.

Een economische crisis met een escalatie van geweld – nieuw is het niet, maar deze keer zou het wel anders worden.