De lat moet hoger: ouders, werk mee

De Tweede Kamer behandelt vandaag en morgen de begroting van Onderwijs. Minister Van Bijsterveldt wil bezuinigen op kinderen met leerproblemen.

Om leerlingen beter te laten presteren, is meer nodig dan alleen extra geld. Minister Marja van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) benadrukt dat al jaren. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat ze vandaag, op de eerste dag dat haar begroting wordt behandeld, een brief stuurt aan de Tweede Kamer waarin ze het belang onderstreept van de rol die ouders kunnen spelen bij de scholing van hun kinderen.

Maar het debat gaat zeker ook over geld. Aan onderwijs wordt niet genoeg uitgegeven, vindt de oppositie. En dat terwijl Van Bijsterveldt zich ten opzichte van haar collega’s in het kabinet in een bevoorrechte positie bevindt. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hoeft nauwelijks te bezuinigen. Het geld dat vrijkomt door op bepaalde uitgaven te besparen, mag elders op de eigen begroting worden ingezet.

Twee lastige bezuinigingsklussen, de invoering van de langstudeerdersboete en de korting van 200 miljoen euro op de cultuurbegroting, zijn dit jaar reeds geklaard door Van Bijsterveldts staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD). Hij heeft komend jaar weer een maatregel in petto waarvoor hij van studenten weinig applaus zal ontvangen: de basisbeurs in de masterfase wordt afgeschaft.

Maar ook Van Bijsterveldt is in 2012 aan de beurt met het doorvoeren van een politiek en maatschappelijk omstreden ingreep, die morgen een belangrijk deel van de begrotingsbehandeling zal beslaan.

1Passend onderwijs

Het belangrijkste onderwerp waarmee Van Bijsterveldt zich komend jaar bezighoudt, is de bezuiniging op het passend onderwijs voor kinderen met leerproblemen. Het staat voor 2012 nog niet op de begroting, omdat de bezuinigingen van 300 miljoen euro op aandringen van de SGP een jaar zijn uitgesteld, maar er moeten komend jaar wel afspraken worden gemaakt met de scholen, die zich heftig verzetten.

Bij ouders en schoolbesturen bestaan grote zorgen over de gevolgen van de bezuinigingen voor kinderen met leerproblemen. Komen zij nog voldoende aan bod in de klas als er minder geld is om hun de begeleiding te geven die ze nodig hebben?

Van Bijsterveldt zegt dat ze de extra kosten voor zorgleerlingen binnen de perken wil houden. Volgens haar valt er veel geld te winnen dat opgaat aan bureaucratie, maar ze geeft toe dat ook kinderen iets van de bezuiniging gaan merken. Eerder dit jaar kwam ze even in de problemen toen ze tijdens een debat de groei van het aantal zorgleerlingen sterk overdreef: ze had het over 65 procent ‘leerlingen met een indicatie’, terwijl het 15 procent moest zijn. De Kamer zal er morgen scherp op letten dat de minister alle feiten nu wel op een rijtje heeft.

2Betere prestaties

‘De basis op orde, de lat omhoog’, zo vat Van Bijsterveldt haar visie op het onderwijs samen. Dit credo geldt zowel voor scholieren als docenten. Leerlingen in het voortgezet onderwijs krijgen daarom vanaf 2012 te maken met strengere eisen voor het eindexamen. De zogenoemde kernvakken wiskunde, Nederlands en Engels worden belangrijker.

Ook leraren moeten beter presteren. De beste leraren wacht een prestatiebeloning. Experimenten daarmee gaan dit schooljaar van start. Leraren gaan elkaar, als peer reviewers, de maat nemen. Docenten in het hbo die geen mastertitel hebben, moeten die zo snel mogelijk halen.

Als je wilt weten of prestaties verbeteren, zul je ze moeten meten. Van Bijsterveldt wil daarom de verrichtingen van leerlingen nauwkeuriger in kaart brengen. Vanaf komend schooljaar moet ieder kind in het basisonderwijs in groep 8 de Citotoets maken. Alle basisscholen zijn in 2012 ook verplicht een leerlingvolgsysteem te hebben, waarin de prestaties van de kinderen precies worden bijgehouden.

3Hoger onderwijs in beweging Ook universiteiten en hogescholen moeten beter onderwijs verzorgen. En méér les gaan geven. Uiterlijk in juli 2012 moet elke instelling het ministerie melden hoe en met hoeveel het aantal lesuren wordt verhoogd.

Verder zullen universiteiten en hogescholen zich moeten specialiseren op de vakgebieden waar ze het beste zijn. Iedereen is het erover eens dat dit moet gebeuren, ook de instellingen zelf, maar het moment nadert dat er gekozen moet worden: welke opleiding blijft behouden en welke wordt afgestoten?

Wetenschappers, studenten en Kamerleden volgen met argusogen waartoe dit proces leidt. Berichten over mogelijke fusies tussen de universiteiten van Leiden, Delft en Rotterdam en tussen de beide Amsterdamse universiteiten werden enkele maanden geleden met weinig enthousiasme begroet.

Ook in de wetenschap moeten keuzes worden gemaakt, waarbij de overheid duidelijk aangeeft in welke richting zij vindt dat het moet gaan. Wetenschap moet meer maatschappelijk nut hebben. Kennis moet te gelde worden gemaakt.