Bureaustoelrevolutie

Wij moeten dit niet willen, schreef Youp van ’t Hek zaterdag. Dat „een kansloos kind het land uitgeschopt wordt”.

Deze week belanden we in deze krant in precies een jaar van de Afghaanse Sahar, via Angolese Mauro, bij Yossef uit Eritrea. Toevallig schreef ik op 3 december vorig jaar in de NRC over de dreigende uitzetting van Sahar. Ik had het ook maar van een beter artikel in De Pers. Toen ik mijn stuk naar de opiniepagina stuurde, had mijn geliefde krant nog geen letter aan Sahar gewijd. Ik begreep dat niet, want ik woonde nog in Amerika, waar The New York Times verontrustende verhalen over vrouwen in Afghanistan publiceerde.

Maar zo was toen de sfeer in Nederland. Youp was korte metten aan het maken met de helpdeskterreur van T-Mobile. En deze krant bedacht daarom met Youp de glossy De Help – vandaag exact een jaar geleden aangeboden aan de oppositieleiders. De opbrengst, bijna 160.000 euro, ging naar een goed doel: niets mis met de inzet van Youp.

Dit zijn we er in een jaar op vooruitgegaan: Youp windt zich nu op over een asielzoekerskind, en wij dus ook. Wij moeten dit niet willen, nee, want voor je het weet ben je Buckler. ‘Volg de roep van Youp’, schreef wetenschapsjournalist en ‘gefrustreerd Nederlander’ Govert Schilling. Nu twitteren de dappere strijders van om het even welke bureaustoelrevolutie: #wijwillenditnietmeer!

Het gaat kortom de goede kant op. Maar hoe verder? Een nieuwe glossy maken? Gaat die De Yossef heten, of toch maar De Mauro? Welke uit te zetten kinderen nemen we daarin dan allemaal mee? En vooral: wie niet?

Ik bel Peter Rodrigues. Hij is hoogleraar immigratierecht aan de Universiteit Leiden en één van twaalf hoogleraren die eind oktober een scherp betoogje in De Volkskrant ondertekenden: minister Leers kon zijn discretionaire bevoegdheid wel degelijk gebruiken om Mauro voorgoed hier te houden, zónder de beruchte ‘aanzuigende werking’.

Nooit meer iets over gehoord.

Dus ik bel Peter Rodrigues om te vragen wat te doen met de roep van Youp. Rodrigues schraapt vriendelijk zijn keel. „De wet overtuigt de mensen niet meer zo, hè?”

Maar vooruit. Wist ik dat het Europese hof recentelijk tamelijk opmerkelijke uitspraken doet in het voordeel van asielzoekerskinderen? Omdat het VN-verdrag inzake de rechten van het kind dat bepaalt? „De jurisprudentie uit de zaak-Nuñez, kent u die? Een asielzoekster uit de Dominicaanse Republiek, die in Noorwegen alle regels met voeten trad, maar mocht blijven, omdat dit in het belang was van haar kind?”

Ons immigratierecht geeft het belang van het kind geen prioriteit. Volgens de VN zou dat wel moeten. En het Europese hof erkent dat. Je haalt er nauwelijks nog de krant mee. Maar dat is de realiteit.