Brad Pitt heeft een les voor Ajax

De keuze tussen Van Gaal en Cruijff is een keuze tussen teambuilding en individuele kracht, ratio en intuïtie.

Pas met een mix van die visies gaat Ajax weer winnen.

De stiekeme aanstelling van Louis van Gaal als algemeen directeur van Ajax heeft maandagavond tot een vlugge dood van de in juli aangestelde raad van commissarissen geleid. Johan Cruijff duldt weinig tegenspraak bij zijn ‘fluwelen revolutie’; bovendien zijn Van Gaal en JC geen vrienden. De twee bezorgden Ajax de grootste successen uit haar bestaan, maar de voetbalvisies lopen uiteen, waardoor de kans op samenwerking klein lijkt.

Cruijff speelde in elftallen waarin de sterren de dienst uitmaakten, hijzelf voorop, en kende ook als trainer een voorliefde voor bijzondere individuen, met name met het ‘dream team’ van FC Barcelona dat in 1992 de Europa Cup won. Ook in het technische plan dat de basis voor de fluwelen revolutie vormt, wordt de nadruk op het opleiden van individuele toptalenten gelegd. Bij Pauw en Witteman benadrukte hij dit nogmaals: „Ik stel het individu altijd voorop omdat dat degene is die je beter kan maken. Daarna plaats je het individu in het geheel.”

Van Gaal brak als jeugdspeler niet door bij Ajax, onder andere omdat hij de oudere en ongenaakbare Cruijff voor zich moest dulden. Hij kende een bescheiden carrièrehoogtepunt als spelmaker bij Sparta en moest als trainer vechten voor zijn kansen. Toen hij in 1991 min of meer per ongeluk werd aangesteld als hoofdtrainer van Ajax, implementeerde hij dan ook een filosofie die meer draaide om het teambelang dan om individuen. Sterker nog, sterrengedrag tolereerde Van Gaal niet, zoals in zijn latere periodes bij Barcelona, het Nederlands elftal en Bayern München bleek. Volgens zijn filosofie moeten samenspel en teambuilding leiden tot resultaat.

Deze twee visies zijn onverenigbaar, zo betoogde Hille Engelsma in de Volkskrant. Hij spreekt over ‘de intuïtieve benadering van Cruijff tegenover de meer autoritaire gestructureerde managementstijl van Van Gaal’. Volgens Engelsma zou Cruijff zelf als speler door Van Gaal zijn genegeerd, zoals hij ook niet overweg kon met sterspelers als Rivaldo en Ribery.

Maar juist in een samenwerking van deze twee iconen zou Ajax de formule kunnen vinden waarmee het een revolutie in het moderne voetbal zou kunnen veroorzaken.

Toevallig ging afgelopen week de film Moneyball in première, gebaseerd op het boek Moneyball: the art of winning an unfair game van econoom Michael Lewis. Het vertelt het waargebeurde verhaal van Billy Beane, technisch directeur van honkbalclub de Oakland Athletics. Beane (Brad Pitt), zelf mislukt als speler, probeert tevergeefs met de weinige middelen van de Athletics een kampioensteam te smeden. Hij besluit om het helemaal anders te doen en neemt de onbekende econoom Peter Brand (Jonah Hill) aan, die Beane op puur statistische wijze adviseert. Het nieuwe team van onderschatte spelers wordt met wantrouwen ontvangen door de technische staf, maar zet uiteindelijk een indrukwekkende serie van twintig opeenvolgende overwinningen neer. Het succes van de Athletics vormt de basis voor een revolutie in de conservatieve honkbalwereld.

Volgens Cruijff moet een voetbalclub geleid worden door voetballers. Net zoals de verontwaardigde scouts in Moneyball beweert hij dat deze sport zaken met zich meebrengt die buitenstaanders niet begrijpen, onverklaarbare facetten die je alleen op basis van gevoel en ervaring kunt begrijpen. De scouts van de Athletics hebben het ook over „een goede kop” en gebruiken argumenten als „hij heeft een lelijke vriendin, dus zijn zelfvertrouwen is laag”. Econoom Peter Brand heeft maar één argument: de speler scoort punten. Cruijff zei onlangs: „Ik heb niets tegen computers, maar voetballers beoordeel je op je intuïtie en met je hart.”

Het opmerkelijke aan Moneyball is echter dat de film de aloude tegenstelling tussen economie en creativiteit, tussen ratio en irratio, niet zo eenduidig benadert. De revolutie van Billy Beane vindt plaats op een moment dat het grote geld allang de dienst uitmaakt en is eerder een correctie van de grootscheepse vercommercialisering die al eerder is ingezet. In deze krant concludeerde filmrecensent Coen van Zwol dat in de film sporters tot producten gemaakt worden. Maar zijn ze dat niet al? Beane en consorten geven deze onvermijdelijke vermarkting van de sport juist een menselijk gezicht, door te kijken naar individuele kracht. Peter Brand zegt het zelf: „We moeten op zoek naar spelers met een defect, waardoor de markt ze over het hoofd ziet.”

De film erkent daarnaast dat deze slimme economische strategie alléén niet voldoende is. Aanvankelijk lijkt Beanes tactiek niet te werken: de nieuwe spelers presteren net zo slecht als ‘het wereldje’ van ze verwacht en de coach wantrouwt de revolutie. De omslag vindt echter plaats op het moment dat Beane, die normaliter contact met de spelers mijdt, zich in de kleedkamer meldt. Hij gooit een bak met ijs om en roept in al zijn fanatisme „Is losing fun?!” In de weken erna deelt hij zijn ervaring met zijn aankopen en betrekt hen in zijn plan, waardoor hun zelfvertrouwen en het teamgevoel groeien. Beane leek even vergeten te zijn dat niet alle oude regels van de honkbalwereld slecht zijn. Wanneer de overwinningen elkaar opvolgen, verzucht hij: „How can you not be romantic about baseball?”

Ajax probeert successen te boeken in een door geld gedomineerde voetbalwereld. Net als de Oakland Athletics kan de club met zijn begroting niet op tegen clubs als Chelsea en Real Madrid. Maar met welk wapen kan Ajax de strijd aangaan? Moneyball lijkt Ajax te leren dat er een mix van visies nodig is.

Ten eerste is er de nadruk op plezier en magie van Cruijff, die terecht stelt dat je een overwinning niet uit de computer kunt toveren en dat de voetbalwereld bepaalde ongeschreven regels kent. Van Gaals technische benadering brengt ook voordelen met zich mee, alsmede zijn nadruk op teambuilding. Maar er zal vooral in de opleiding en het aankoopbeleid op een slimme, economische manier gezocht moeten worden naar spelers die effectiviteit brengen, zonder dat ze per se de shirtverkoop stimuleren. Het lijkt mij dat ex-commercieel directeur en analyticus Jan van Halst de perfecte persoon is voor deze positie.

FC Barcelona, de andere liefde van Cruijff, wordt op een soortgelijke wijze bestuurd. Trainer Pep Guardiola heeft niets met individualisten als Zlatan Ibrahimovic en hecht net zoveel aan onopvallende spelers als Seydou Keita als aan sterspeler Lionel Messi. Hun succes hoeft niet toegelicht te worden.

Het probleem van het nieuwe Ajax is niet zozeer de voorhanden zijnde kennis, maar eerder het gebrek aan goede samenwerking. De rustige Van Halst kan als mediator tussen Cruijff en Van Gaal functioneren en zo een legendarisch driemanschap vormen. De organisatie van Ajax zou als uitje met de gehele organisatie naar Moneyball moeten gaan. De Pathé Arena is om de hoek.

Rutger Lemm is hoofdredacteur van online tijdschrift hardhoofd.com.