Altijd in pak naar de oorlog

Filosoof Bernard-Henri Lévy is kenmerkend onbescheiden over zijn missie in Libië. Maar zijn boek is ook leerzaam. Het biedt prachtig zicht op het handelen van president Sarkozy.

French writer and philosopher Bernard Henri-Levy poses on November 8, 2011 in Paris. His new book, "La Guerre Sans l'Aimer" (War Without Loving Her), is focused on the backstages of the Franco-British aerian military intervention in Libya. AFP PHOTO / PATRICK KOVARIK AFP

Je moet soms ook een tikkeltje geluk hebben, als actiefilosoof. Dat je op het juiste moment droomt over Moammar Gaddafi en dan, nog maar half wakker, het plan smeedt om naar het opstandige Libië te trekken. Dat als je daar drie dagen bent, in jouw bijzijn de Nationale Overgangsraad wordt opgericht. Dat je vervolgens via een wankele telefoonlijn vanuit Benghazi wel drie keer dertig seconden met de president in Parijs kan bellen, op een zaterdagmiddag nog wel, hoewel je hem al vier jaar niet gesproken hebt. En dat die in drie stukken opgebroken anderhalve minuut volstaat om de president ervan te overtuigen de leden van de Overgangsraad te ontvangen op het Elysée, en de raad misschien te erkennen. En dat je de president ertoe kan overhalen de opstandelingen militair te steunen.

Toch is dat precies wat er allemaal gebeurt in het leven van Bernard-Henri Lévy (63), althans zoals hij het heeft opgeschreven in zijn dagboek over de Libische lente, La Guerre sans l’aimer, De Oorlog zonder ervan te houden. En dan zijn we nog maar helemaal in het begin van het 630 pagina’s tellende boek waarin Frankrijks bekendste hedendaagse filosoof vertelt over zijn avonturen tijdens en betrokkenheid bij de Libische opstand.

De gewonnen oorlog ziet hij ook als een persoonlijke triomf. Een primeur voor het recht op ingrijpen tegen tirannen om een bloedbad te vermijden, zoals hij zelf al jarenlang bepleit. En een waarschuwing voor andere potentaten, zoals Bashar al-Assad in Syrië. Het is zijn vurige wens dat er een Sarkozy, of misschien wel Sarkozy zelf, opstaat om het Syrische volk te bevrijden. De man of vrouw die het opneemt tegen Assad, kan rekenen op de onvoorwaardelijke steun van Lévy. „Iedere dag krijg ik de vraag van Syrische opstandelingen wanneer we hen gaan helpen. Ik zeg hun: geduld, Assad is de volgende op de lijst”, zei hij enkele dagen geleden in een interview met Le Parisien. En toeval of niet, op dat moment meldde de Franse regering dat zij de banden aanhaalt met – sommige – Syrische opposanten en kondigde minister Alain Juppé van Buitenlandse Zaken aan dat Frankrijk een corridor voor humanitaire hulp in Syrië wenst. Lees: meer bemoeienis.

Toegegeven, het is erg gemakkelijk om de draak te steken met BHL, zoals de Fransen hem noemen. Zoals hij in zwart pak en met open wit hemd door Libië raast in een gammel bestelwagentje, of met een bootje op halve kracht vanuit de haven van Valletta op Malta naar Misrata vaart, slapend tussen de smokkelsigaretten, een detail dat natuurlijk wordt verzwegen aan de NAVO-helikopter die het reisdoel van het gezelschap controleert. Het heeft allemaal een erg hoog Kuifje-gehalte, zoals BHL altijd op de juiste plaats is, moeilijkheden overwint – en mee geschiedenis schrijft. Want als het nodig is, houdt BHL de pen van zijn nieuwe Libische vrienden vast. Oproepen tot meer steun, waarbij de voortrekkersrol van Frankrijk steeds goed in de verf wordt gezet, een intentieverklaring van de Overgangsraad, een gezamenlijk manifest van de stamhoofden, BHL schrijft het allemaal even moeiteloos – hoewel hij de door de rebellen gevraagde stijl soms een beetje hoogdravend vindt en de interpunctie niet helemaal voldoet. „Maar het was wel urgent”, noteert hij in zijn dagboek. Dat zag je de reporter Kuifje dan weer nooit doen, schrijven.

Lévy plaatst zijn werk zelf in de traditie van André Malraux (aan wiens werk hij de titel van het boek heeft ontleend) en Ernest Hemingway, beide vechtend en schrijvend betrokken bij de Spaanse Burgeroorlog. Ook andere oorlogsschrijvers als Lord Byron, Gabriele d’Annunzio en George Orwell passeren de revue.

Lévy noteert het met zijn kenmerkende, dandyeske onbescheidenheid die bij veel mensen weerzin oproept. „Zijn grote intelligentie wordt vernietigd door zijn nog groter ego”, zei Marianne Pearl eens, de weduwe van de in 2002 in Pakistan vermoorde journalist Daniel Pearl, over wie BHL het boek Wie vermoordde Daniel Pearl? schreef, een zoektocht naar het islamitische fundamentalisme.

Soms wordt het egotrippen zelfs ongewild grappig, zoals in het fragment waarin Lévy uitlegt waarom hij altijd in pak rondloopt, ook als hij door de woestijn doolt op zoek naar rebellen (zie inzet).

Maar genoeg gelachen. Want dit oorlogsdagboek heeft wel zijn verdienste. Het illustreert wat Lévy’s principe van de ‘geëngageerde intellectueel’ betekent, zijn geloof dat de plicht tot ingrijpen tegen een tiran veel belangrijker is dan de nationale soevereiniteit of de internationale stabiliteit, en zijn ongebreidelde optimisme over de goede afloop van de revolutie.

En er staan mooie, haast poëtische passages in, waarin Lévy mijmert over zijn grootvader, een schaapherder uit Algerije en de verlaten straten van Misrata beschrijft.

Maar het boek geeft vooral een prachtig inkijkje in het handelen van het andere hoofdpersonage in dit verhaal, de Franse president Nicolas Sarkozy. Wel door de bewonderende ogen van Lévy, die onder de indruk is van Sarkozy’s vastberadenheid om Gaddafi te verdrijven. Soms gelooft BHL zijn oren niet, zoals op het moment dat Sarkozy in enkele tellen bereid is de opstandelingen in Parijs te ontvangen en als eerste land de Overgangsraad te erkennen.

Sarkozy fulmineert tegen BHL over de aarzelende Duitse bondskanselier Angela Merkel en dreigt zelfs zijn steun voor een permanente zetel voor Duitsland in de VN-Veiligheidsraad op te zeggen. Hij vraagt zich af of Berlusconi nog wel hersens heeft. Hij vertrouwt de terughoudendheid van de Amerikaanse president Obama over de acties in Libië niet helemaal. De enige bondgenoot die Sarkozy tegenover BHL prijst, is David Cameron, al laat hij wel weten de Britse inbreng van vijf helikopters wat karig te vinden. Dit is Franse geschiedschrijving, en het moet duidelijk zijn dat Frankrijk het voortouw neemt in deze strijd.

Soms dringt de vraag zich op wie hier nu wie bijstaat, zoals op het moment dat Lévy zonder aarzelen de pen ter hand neemt als Sarkozy vraagt om een duidelijker boodschap van de rebellen. Maar het is de daadkracht die hen bindt, het rotsvaste geloof in een ‘juiste oorlog’.

Voor een filosoof kent Lévy soms weinig twijfels, en als die al eens sporadisch opduiken, worden ze snel weggeschreven. Lévy verdrijft hier zijn ‘Bosnische trauma’. In de jaren negentig kon hij de linkse president François Mitterrand niet overhalen tot ingrijpen tegen de Serviërs die de Bosnische hoofdstad in Sarajevo jarenlang belegerden. Benghazi en Misrata mochten geen tweede Sarajevo worden, laat staan een tweede Srebrenica. Lévy ziet het zelf als zijn Grote Examen: deze keer zou hij invloed uitoefenen. Volgens zijn eigen rapport is Lévy met vlag en wimpel geslaagd.

Dirk Vandenberghe

Bernard-Henri Lévy: La Guerre sans l’aimer - journal d’un écrivain au coeur du printemps libyen, Editions Grasset, 22 euro

    • Dirk Vandenberghe