Wie met vuurwerk stunt is dit jaar een verdachte

Repressie en preventie gaan doorgaans hand in hand. Het strafrecht vergeldt niet alleen, maar waarschuwt en voorkomt zo herhaling. Althans dat is de gangbare theorie. Voor de vuurwerkincidenten die zich iedere december voordoen, heeft de overheid deze benadering echter verlaten. Alle energie gaat naar repressie, in het bijzonder van de vuurwerkbommakers, die nu met hogere straffen worden bedreigd.

Het kabinet staakt de voorlichtingscampagnes. Wie met vuurwerk stunt is dit jaar dus geen rund, maar een verdachte. Daarmee komt een einde aan de lichte betutteling die met deze campagnes vaak gepaard ging. Maar ook aan de informatie over de gevaren van vuurwerk voor het algemene publiek. De burger mag het nu helemaal zelf weten.

Intussen treft de helft van alle vuurwerkverwondingen omstanders. Of burgers die gewone rotjes en pijlen afsteken, maar dat fout doen. Dat leidt tot honderden vaak zeer ernstige verwondingen, waar hulpverleners jaarlijks harder tegen protesteren. Waarom is vuurwerk vrij verkrijgbaar, gezien de zeer hoge maatschappelijke kosten? Nu ook de uitwassen kennelijk almaar ernstiger worden, wordt het tijd het debat over een geheel vuurwerkverbod te heropenen. Dat lost het probleem van de bommakers niet op. Maar het vestigt wel een nieuwe norm.

Het openbaar ministerie bracht de nieuwe repressie intussen met de nodige slordigheden. Vuurwerkstunters op internet zal het podium worden ‘ontnomen’. Hun account wordt ‘onder toezicht geplaatst’. En justitie waarschuwt dat overtreders er ‘niet meer’ vanaf komen met een lichte straf. Zij kunnen ‘zelfs’ een gevangenisstraf krijgen. Nu was gevangenisstraf altijd al mogelijk. Die werd ook opgelegd. Voor een vuurwerkbom bij een appartementencomplex te Venlo kreeg een dader in 2008 al zes maanden cel. De suggestie dat vuurwerkbommenmakers te lage straffen krijgen, wordt niet onderbouwd. Het OM bevestigt zo wel het foute vooroordeel van het tolerante strafklimaat. Dat hogere celstraf afschrikt is niet meer dan een aanname. Een hogere pakkans en strafkans helpen eerder, maar die laten zich niet met een persberichtje regelen. De strafwet biedt evenmin de mogelijkheid om burgers te verbieden op internet hun stunts te publiceren.

De taskforce van de politie breekt wel op youtube in op filmpjes van vuurwerkstunters met een directe boodschap. Er zijn inmiddels al 130 filmpjes door de politie bewerkt. En wordt vervolgens op youtube ook weer geparodieerd. Zie dit filmpje waarin een zekere Kevin het woord vuurwerk van de politiespreker consequent verving door ‘frikandel’.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=3LIiXWJezk0&feature=related[/youtube]

Ook het ‘onder toezicht plaatsen’ van een account, zoals het OM aankondigde, is pr-taal van de persafdeling. Het blijkt niet meer te betekenen dan dat de autoriteiten vaker controleren.

Het is wellicht zelfs beter om overtreders maar aan te moedigen beelden van hun daden te publiceren. Zo maken zij zichzelf vindbaar en het gevaar aanschouwelijk. Een rund aan het werk zien kan ook preventief werken. En verdiept het inzicht in de onzin van vuurwerk als zodanig.

(Dit is eerder gepubliceerd als commentaar in NRC Handelsblad en nrc.next)

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.