Wat een hondenbaan

Tachtig hondengeleiders van de politie werd dit jaar verzocht om ‘animal cop’ te worden.

Dat wilden ze best wel, totdat de vraag kwam of het ook voltijds kon. Bijna iedereen haakte af.

Hondengeleider – dat word je niet zomaar. Een hondengeleider is eerst een paar jaar, gewoon, politieagent. Hij houdt toezicht op straat, vangt boeven, zorgt dat hij lichamelijk fit is. Dan volgt een test en als hij daarvoor slaagt pas een opleiding. Na acht weken is het zover. Hij mag de straat op met zijn hond, bij gevechten, demonstraties, risicovolle voetbalwedstrijden of om de ME te ondersteunen. Spannend. Waarom wordt hij anders hondengeleider? Hij houdt van zijn hond. Maar het is ook zijn wapen, zoals wapenstok, pepperspray en vuurwapen dat ook zijn.

Dan vraagt zijn baas op een dag of hij niet ook animal cop wil worden. Hij blijft ordehandhaver, maar mag daarnaast nu ook zielige dieren redden, bij die ene buurvrouw langs die haar kat verwaarloost, klachten over dierenmishandeling napluizen, ja, het dierenwelzijn bewaken. Hij weet toch al het een en ander van dieren, dit kan er nog wel bij, toch? Tja.

Maar hij moet. En hij gaat.

Het waren er tachtig die in de loop van dit jaar door hun bazen, de korpschefs, naar de opleiding voor dierenagent in Apeldoorn werden gestuurd. Uiteindelijk werden ze, op zes na, helemaal geen dierenagent. Gewoon, omdat ze er geen zin in hadden. Omdat ze geen dieren willen redden, maar boeven willen vangen.

Nu gaat u lezen hoe dat kan.

Even terug. Een jaar geleden bedacht de PVV dat er een dierenpolitie moest komen. De gedoogpartner van het minderheidskabinet wist het in het regeerakkoord te krijgen. Er zouden 500 animal cops komen, staat in het akkoord. Elk jaar moesten er 125 aan het werk gaan, de eerste lichting eind 2011.

Eerst deden politiekorpsen er lacherig over: ha ha, de caviapolitie. Dat was in januari. In de daaropvolgende maanden werd de toon grimmiger. Toen zeiden politiemensen dat ze geen verkrachtingen en berovingen konden oplossen als ze ook nog eens dierenleed moesten verlichten. Ze waren al met zo weinig.

Intussen wordt er niet meer gelachen en ook niets meer gezegd. Van de minister moeten de korpsen zwijgen over de dierenpolitie. Alleen zijn departement mag nog het woord voeren over dit dossier. Een dossier waarin de korpschefs van de Nederlandse politie een pijnlijke nederlaag hebben geleden.

Lang denken de korpschefs dat ze de dierenpolitie naar hun hand kunnen zetten. Daarom komen ze met het plan om hondengeleiders het werk van animal cops erbij te laten doen. In deeltijd. Mogelijk denken ze ook echt dat dit de bedoeling is: het ministerie van Veiligheid en Justitie verzoekt de Politieacademie in maart om een opleiding te ontwikkelen voor het ‘taakaccent dieren’. Kosten: 1.285 euro per agent. Een taakaccent, dat is het werk als dierenagent er gewoon bij doen. Maar uit gesprekken met betrokkenen en interne documenten van de Raad van Korpschefs, die deze krant in bezit heeft, blijkt dat de politiechefs er eigenlijk gewoon niet zoveel zin in hadden.

De verantwoordelijke minister Opstelten wil voltijds animal cops die zich er vrijwillig voor hebben aangemeld en het werk met liefde doen. En die er alleen andere politietaken bijdoen, als er echt even geen dierenleed meer te bestrijden valt. Hij laat dat glashelder aan de korpschefs weten, keer op keer, in mei, juni en augustus, en misschien nog wel vaker.

De korpschefs willen meer duidelijkheid, stellen vragen, zien openingen, komen met alternatieven. Ze traineren, ja verzetten zich in feite. „Indien de minister zijn standpunt handhaaft, is [hem] geadviseerd om op dit moment niet over te gaan tot inrichting van de dierenpolitie”, staat dan in een verslag van de korpschefs uit mei. De dierenpolitie moet maar later worden ingevoerd, vinden ze, als onderdeel van de nationale politie.

Bryan Rookhuijzen, korpschef van Limburg-Noord en verantwoordelijk voor de invoering van de dierenpolitie, dringt er bij zijn collega’s op aan om een standpunt in te nemen. In augustus legt hij hun, in een notitie, drie opties voor. De eerste? Niet meer meewerken aan de invoering van de dierenpolitie. Hij schrijft: „De inrichting van de dierenpolitie volledig stoppen.” En vervolgt: „Vanuit het vakmanschap verdient deze optie de voorkeur.” Hij hoopt dat de korpschefs hiermee een duidelijk signaal afgeven. „Met deze optie wordt het ongenoegen van de politie over de onvoorspelbare handelwijze van het ministerie duidelijk gemaakt.”

Maar zover komt het niet. Om opportunistische redenen zien de korpschefs ervan af. Aangezien de politie en de minister „elkaar nodig hebben bij de inrichting van de nationale politie, is deze optie vanuit politiek-bestuurlijk oogpunt niet aan te bevelen”, schrijft Rookhuijzen. Daar komt bij dat ook hun bazen – de burgemeesters die de korpschefs aansturen – laten weten dat ze de wensen van Opstelten zien als „een opdracht van de minister waar de politie uitvoering aan zal geven”.

De korpschefs kiezen daarom, nog steeds niet van harte, toch voor uitvoering van de plannen. Ja, ze leiden 125 politiemensen op en ja, ze richten een meldnummer voor dierenleed in, 144. „Politiek-bestuurlijk kan de minister volhouden dat de dierenpolitie in 2011 operationeel is”, schrijft de korpschef.

Er is één probleem: de tachtig hondengeleiders die tot oktober zijn opgeleid of nog in opleiding zijn, blijken niet inzetbaar als voltijds dierenagenten. Want dat is niet waar ze voor getekend hebben. Wanneer ze de vraag krijgen voorgelegd of ze voltijds én uit vrije wil animal cop willen worden, bedanken ze daarvoor, massaal. Zes zeggen ja, 74 nee. Die zijn voor niets opgeleid. Weggegooid geld.

De korpsen komen alsnog in actie. Het is 8 september. In een brief aan zijn collega’s waarschuwt Rookhuijzen nu om snel vrijwilligers te werven. Er komt een „extra opleidingsinspanning” en een „action office” bij het Korps Landelijke Politiediensten.

Maar op de achtergrond is nog altijd protest hoorbaar. In grote korpsen als Amsterdam en Rotterdam zeggen ze niet te verwachten dat voor al die tientallen dierenagenten in hun regio genoeg meldingen van dierenleed zullen zijn. Kunnen die agenten toch gewoon andere dingen doen. Burgemeester en korpsbeheerder Eberhard van der Laan liet deze maand nog weten geen idee te hebben wat al die dierenagenten in zijn stad moeten gaan doen. Korpsbeheerder van Flevoland Annemarie Jorritsma zei rond die tijd ook niet te willen dat de inzet van dierenagenten ten koste gaat van andere politietaken. De dierenpolitie, zei ze, is geen fulltime baan.

Het ministerie gaat er desondanks van uit dat er aan het eind van het jaar 125 dierenagenten voltijds en met plezier aan het werk zijn.

Het animo onder agenten is groot, zeggen de korpsen nu.