Tja, er zijn zeker fouten gemaakt

Waarom vindt niemand zichzelf de slechterik, ook al liegt hij alles bij elkaar?

Wetenschappers als Stapel, bankiers: ze blunderen uit zelfrechtvaardiging.

„Most people in finance are moulded by the system. They morph. I morph.” Aan het woord is een jonge vrouw die werkzaam is op de personeelsafdeling van een grote bank in Londen. Ze is één van de mensen die Joris Luyendijk interviewt voor zijn blog Voices of Finance op de site van de Bitse krant The Guardian. Luyendijk wil de vermeende boosdoeners van de crisis de kans geven hun verhaal te doen, om het grote boze bankwezen een menselijk gezicht te geven. Hij opende zijn interviewverzoeken aan de mensen uit de financiële sector met: „Everybody hates you. Do you hate yourself?”

Het is een essentiële vraag in het menselijke verkeer: waarom vindt niemand zichzelf de bad guy? De vraag is niet alleen interessant in de financiële sector of bij slepende conflicten tussen staten; ook op microniveau, in liefde, werk en vriendschap, vinden mensen dat de ander zich beestachtig gedraagt, terwijl hij of zij zelf de verschrikkelijkste dingen doet. Het is de gemiddelde echtscheiding in een notendop.

En zo is het ook de vraag of de wetenschappers die de afgelopen weken zijn ontmaskerd zichzelf uiteindelijk als de slechterik zullen zien – ook al hebben ze alle schijn tegen. Een inmiddels veelbesproken sjoemelprof is sociaal-psycholoog Diederik Stapel. Het bewijs van zijn gerommel was zo onweerlegbaar dat hem niets anders te doen stond dan het boetekleed aan te trekken: „Ik heb gefaald als wetenschapper, als onderzoeker. Ik heb onderzoeksgegevens aangepast en onderzoeken gefingeerd.” Zo schreef hij in een brief aan de Volkskrant.

In zijn kielzog volgde Don Poldermans, hoogleraar perioperatieve cardiovasculaire zorg en internist, die zich niet aan de onderzoeksprotocollen zou hebben gehouden en onderzoekgegevens zou hebben gefingeerd. Hoe kan het dat mensen met een meestal meer dan gemiddelde intelligentie die een eervolle positie bekleden in dit soort ronduit onethisch gedrag vervallen?

In Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen beschrijft Muel Kaptein, hoogleraar bedrijfsethiek en integriteitsmanagement, talloze experimenten waaruit blijkt dat integriteit een rekbaar begrip is. In een onderzoek werden twee groepen mensen in een situatie gebracht waarbij ze konden spieken tijdens een wiskunde-examen. Voor het examen kreeg de eerste groep een artikel te lezen waarin werd betoogt dat de vrije wil niet bestaat, de tweede groep las een ander artikel. En jawel: de eerste groep spiekte 45 procent meer dan de tweede groep. Naast de verwachtingen die anderen van ons hebben, is ons zelfbeeld een belangrijke sturende factor. Hoe meer we onszelf zien als heteronoom – een product van de omstandigheden – hoe eerder we bezwijken voor verleidingen. Ethisch gedrag begint met een zelfbeeld van autonomie, schrijft Kaptein.

In Er zijn fouten gemaakt (maar niet door mij) van de Amerikaanse psychologen Carol Tavris en Elliot Aronson wordt ontleed hoe mensen in amoreel gedrag vervallen. De motor achter menselijk geblunder is zelfrechtvaardiging, het proces waarbij je je handelen en denkbeelden met elkaar in overeenstemming brengt. Dit doe je om cognitieve dissonantie op te heffen: de spanning die ontstaat wanneer je cognities (ideeën, opvattingen, zoals ‘roken is slecht’) aanhangt die niet te verenigen zijn met je gedrag (‘ik rook’).

Een voorbeeld, dat voor het gemak weer over spieken gaat – dat lijkt een klein vergrijp, maar zoals in de rest van dit betoog zal blijken is dat juist de essentie van onethisch gedrag, dat het klein begint. Twee jongens, beiden met hetzelfde idee over spieken: mag niet, maar er zijn ergere dingen. Belangrijk tentamen, er staat veel op het spel. Een lastige vraag, spiekmoment dient zich aan. De een doet het wel, de ander niet. Vraag ze een week later nog eens naar hun ideeën over spieken. De spieker relativeert zijn gedrag: „Iedereen doet het weleens”. De niet-spieker oordeelt opeens veel zwaarder over spieken. Beiden proberen hun gedrag te rechtvaardigen, door hun mening aan te passen aan hun gedrag. Gevolg is dat de niet-spieker de ander volkomen amoreel vindt, en de spieker de ander een moraalridder. Kwamen hun meningen eerst nog overeen, ze zaten samen op het puntje van de keuzepiramide, na een week liggen hun ideeën mijlenver uiteen en staan beiden aan een andere voet van de piramide.

Aan de hand van uiteenlopende voorbeelden – van het Watergateschandaal tot het uittrekken van tanden bij een Soedanese stam tot een echtelijk dispuut – laten Tavris en Aronson zien hoe mensen hun feilbaarheid tegen elke prijs proberen te verdonkermanen. We overschatten onze kwaliteiten en onze bijdrage in een samenwerking, ons geheugen vertekent het verleden nagenoeg altijd in ons voordeel: we hebben minder seksuele partners gehad dan in werkelijkheid, gebruikten vaker een condoom dan het geval is, stemden vaker dan we daadwerkelijk deden en ook nog eens voor de winnaar terwijl we eigenlijk op de verliezer stemden. Waarom? Om ons zelfbeeld en gevoel van eigenwaarde intact te houden.

Forensisch psychiater Hjalmar van Marle, van stal gehaald om het geval Stapel te becommentariëren, heeft het over ‘de weg der geleidelijkheid’. Dat sluit aan bij de piramidemetafoor: het bedrog begint klein en wordt groter door het geniepige proces van zelfrechtvaardiging.

Hoogleraar Poldermans liet na om patiënten toestemming te vragen voor het afnemen van bloed en het maken van een hartecho – een zeer ernstige fout. Toch is voorstelbaar dat hij dit een relatief onschuldig vergrijp vond in het licht van zijn onderzoek, het onderzoeken van complicaties rondom vaatoperaties – door iemand uit zijn omgeving zijn levenswerk genoemd. De patiënten ondervonden geen directe schade door zijn nalatigheid en met zijn onderzoek zou hij wellicht mensenlevens redden. Zo zakte hij al wat op de keuzepiramide, een stapje dichterbij het aanpassen van data, wat een nog grovere fout is. En ook daarbij zal het waarschijnlijk zo zijn geweest dat hij dit deed omdat hij dacht dat hij het juiste deed: meer geld voor nieuw onderzoek, wat de zorg voor patiënten uiteindelijk ten goede zou komen.

Ook uit de verklaring van Stapel blijkt dat hij vond te handelen in het belang van het collectief. Hij schreef: „Ik heb de fout gemaakt dat ik de waarheid naar mijn hand heb willen zetten en de wereld net iets mooier wilde maken dan hij is.” Zelfrechtvaardiging: „Ik sjoemel met mijn data, maar dat doe ik omdat ik de wereld mooier wil maken.” Et voila: zo is een krachtige en nobele overtuiging geboren.

Langzaam ontstaat zo het verhaal van de wetenschapper die de wereld wil verfraaien, mensen beter wil maken, het goede nastreeft. Daarbij vindt hij zeer waarschijnlijk, in zijn ogen, nodeloze obstakels op zijn weg zoals het schrijven van ellenlange onderzoeksvoorstellen waarmee hij moet bedelen om geld. Zo bezien is het geen wonder dat hij zo nu en dan zijn toevlucht neemt tot oneigenlijk middelen.

Net als in het verhaal van de jonge vrouw die werd geïnterviewd door Luyendijk (‘I morph’), legt Stapel de nadruk op het systeem waarbinnen hij functioneerde – ook al noemt hij zijn eigen aandeel wel. Los van de vraag of dit waar is, is het een teken aan de wand. Ethiek begint met een autonoom zelfbeeld. Het eindigt dus bij een zelfbeeld waarbij iemand zichzelf presenteert als een speelbal van de situatie. Dat wil niet zeggen dat ze liegen: mensen zullen daadwerkelijk denken dat ze gedreven werden door externe factoren om hun zelfbeeld van een eerlijk en integer persoon niet te beschadigen. Alles beter dan te erkennen dat er ijdelheid of hebzucht in het spel was, terwijl dat toch zeer menselijke eigenschappen zijn.

Het niet willen erkennen van de eigen feilbaarheid zorgt ervoor dat mensen verklaringen buiten zichzelf gaan zoeken, erin gaan geloven zodat die verklaringen steeds aannemelijker worden en een eigen leven gaan leiden.

Toegegeven: het onderhouden van een autonoom zelfbeeld klinkt omslachtig en het vergt dan ook denkwerk en creativiteit, maar dat zijn nu juist precies die eigenschappen die van iemand een goede wetenschapper maken.