Obama heeft hoogstens een half uurtje voor Nederland...

Sinds het beëindigen van de missie in Uruzgan is Nederland geen prioriteit meer voor de Verenigde Staten. Premier Rutte en minister Rosenthal krijgen vandaag dan ook niet meer dan een half uurtje van president Barack Obama. Balkenende kreeg in 2003 nog vijf kwartier. „Nederland is gedaald in de pikorde van de VS.”

Een half uur. Als het gesprek geanimeerd verloopt misschien drie kwartier.

Premier Rutte en minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken krijgen maar weinig tijd als zij vandaag om half drie ’s middags lokale tijd in het Oval Office van het Witte Huis in Washington door president Obama worden ontvangen. Meer zit er niet in voor regeringsleiders die niet tot ‘de A-categorie’ behoren.

Rutte en Rosenthal zullen volgens betrokkenen het halve uur gebruiken om met Obama te praten over de economie. De eurocrisis is volgens Nederland een probleem dat ook Amerika kan raken.

Voor Obama kan het Nederlandse perspectief op de Europese crisis interessant zijn, omdat Nederland zich vrijwel altijd achter Duitsland schaart. Obama wil dat de Duitse Bondskanselier Angela Merkel leiderschap toont in de eurocrisis en haar onwil laat varen om de Europese Centrale Bank slagvaardiger te laten optreden. De ECB kan tot ongenoegen van Obama niet ingrijpen in de crisis. De Federal Reserve kan dat wel in de VS. Door de nauwe relatiemet Duitsland kan Nederland de Amerikanen mogelijk een inkijkje geven in het denken in Berlijn.

Toch maakt het korte bezoek duidelijk dat Nederland zijn plaats moet kennen in de internationale pikorde, zegt Gordon Adams, hoogleraar internationale betrekkingen aan de American University in Washington.

Het belang van Nederland is de laatste jaren minder geworden, zegt Adams, die onder president Clinton, in de jaren negentig, op het Witte Huis werkte als adviseur voor buitenlands beleid. „De Amerikaanse regering heeft het gevoel dat er minder goed gezamenlijk valt op te trekken met Europa. De meningen verschillen te zeer over onderwerpen die er hier echt toe doen, zoals de oorlog in Afghanistan.”

De interesse in Amerika voor Nederland is minder groot dan in september 2003, toen toenmalig premier Balkenende en minister De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken ontbeten met president Bush. De Nederlandse pers deed er lacherig over – ha, ze mogen om zeven uur ’s ochtends opdraven voor koffie en cornflakes! Toch kreeg Balkenende veel meer tijd (ruim vijf kwartier) dan Rutte nu.

Nederland was in die tijd, met de aanslagen van 11 september nog vers in het geheugen, nodig als bondgenoot bij de Amerikaanse oorlogen in Irak en Afghanistan. Bovendien moest De Hoop Scheffer door de delegatie van Bush gewogen worden voor de post van secretaris-generaal bij de NAVO. De tijden zijn veranderd. Deels komt dat door Obama. Bush nam langer de tijd voor buitenlandse gasten. Op die manier bouwde hij persoonlijke relaties op, die hij politiek handig gebruikte. De alliantie tussen hem en de Britse leider Tony Blair werd geboren toen hij het echtpaar-Blair enkele dagen op zijn ranch in Texas te gast had, waar ze gezamenlijk de film Meet the parents bekeken.

Obama werkt bezoeken het liefst kort en zakelijk af en houdt niet van gesprekken die uitlopen. Een half uur is een redelijke tijd voor een leider van een middelgroot Europees land.

Belangrijker nog is de afgenomen zichtbaarheid van Nederland op het internationale toneel, zegt Gordon Adams. „Sinds de Nederlandse missie in Uruzgan beëindigd is, is Nederland geen partner meer om nauw mee samen te werken. In Amerika heerst irritatie over het feit dat Europa anders denkt over de oorlog tegen terreur.”

Rutte krijgt dus geen speciale behandeling, maar een korte beleefdheidsontvangst. „Obama investeert veel meer in leiders in Azië. Leiders uit Japan of China zijn nu veel interessanter”, zegt Adams. Dat bleek vorige week weer. Obama reisde negen dagen lang rond de Stille Oceaan.

Misschien zal met Rutte de crisis rondom het atoomprogramma van Iran aan bod komen. Adams: „Obama probeert de laatste tijd de stemming in Europa over Iran te peilen. De president is verder geïnteresseerd in de eurocrisis, maar daarin is Nederland één van de vele spelers, en zeker niet de belangrijkste.”

Een bezoeker moet zijn punten dus binnenhalen in bijzonder korte tijd. Nederland wil, als er geen geheime onderwerpen aan bod komen, vooral de positie in de eurocrisis uitleggen.

Er hoeft niet, zoals destijds met De Hoop Scheffer, gescoord te worden. Dat hoeft volgens Adams niet erg te zijn, want voor de meeste regeringsleiders is de belangrijkste trofee het fotomoment van een handdruk met een Amerikaanse president.

In een episode van de politieke dramaserie The West Wing, geschreven met hulp van oud-medewerkers van het Witte Huis, eist een stomdronken Oekraïense oppositieleider een ontmoeting met de president. Die wil hem niet officieel ontvangen, maar om de politicus tevreden te stellen ensceneert hij een toevallige ontmoeting op de gang. „Nu kunt u tegen uw mensen zeggen dat u de president van Amerika hebt ontmoet”, zegt de president.

Die anekdote, gebaseerd op een identieke confrontatie tussen George Bush en Boris Jeltsin, illustreert het verschil in belang dat de Amerikaanse president en zijn bezoekers hechten aan ontmoetingen.

Gordon Adams: „Het Witte Huis houdt de deur naar de buitenwereld altijd open, maar voor een president valt er zelden echt iets te halen. Het zijn de bezoekers die punten moeten scoren.”