Kamer steunt een nationale politie

Een meerderheid van de Tweede Kamer is voor de invoering van een nationale politie. Gisteren heeft minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) zijn wetsvoorstel voor één nationaal korps verdedigd in het parlement.

De huidige 25 regiokorpsen plus het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) moeten volgend jaar in één korps opgaan. Er komt dan ook één landelijke korpschef en tien regionale korpschefs in plaats van de huidige 26. Dat moet bureaucratie, tijd en geld besparen. Het beheer is straks niet langer in handen van de burgemeesters, maar ligt bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.

De oppositie uitte gisteren vooral zorg over het lokale gezag: kunnen burgemeesters nog voldoende bepalen waar zij de agenten inzetten binnen hun gemeente? Bij problemen met een landelijke uitstraling, zo bepaalt de wet straks, kan de minister zich laten gelden. „Dat kan dus bij elk delict zijn dat Hart van Nederland haalt”, zei Tofik Dibi (GroenLinks). „Dan gaan straks alle middelen naar straatterreur, terwijl de lokale prioriteiten dan gevaar lopen.” Opstelten herhaalde dat de burgemeesters primair verantwoordelijk blijven voor het inzetten van agenten.

Op verschillende punten kwam minister Opstelten de Kamer gisteren tegemoet. Zo komt er op aandringen van SP, PvdA en SGP een minimumaantal wijkagenten: één wijkagent per 5.000 inwoners, die 80 procent van zijn tijd beschikbaar is voor zijn werk op straat. Ook zegde Opstelten een stappenplan toe voor de cultuurverandering die binnen de politie moet plaatsvinden. Een door Kamerleden bepleite opsplitsing van de regio Oost, die met 81 gemeenten te groot zou zijn om nog goed overleg te kunnen voeren, haalde het niet.

Volgende week dinsdag stemt de Tweede Kamer over de aangepaste Politiewet. De Eerste Kamer zal de plannen pas begin volgend jaar beoordelen, waardoor de invoering van één politiekorps zeker enkele maanden vertraging oploopt.