ik@nrc.nl

Een vrouw van midden dertig komt binnen voor een echo-buikonderzoek. Na de kennismaking gaat zij liggen en rilt bij aanraking van de niet echt koude onderzoekbank.

„U bent enigszins kouwelijk aangelegd?”, informeer ik vriendelijk.

„Nou en of!”, is het antwoord.

Mijn reactie: „Mijn ervaring is dat ’t merendeel van de koukleumen een warmbloedige partner heeft. Is dat bij u ook het geval?”

„Ja, dat klopt”, antwoordt zij.

„Dan moet het wel heel prettig zijn om zijn warme schouder tegen uw schouder te voelen als u in bed stapt.”

Een heel korte pauze en plots een uitgesproken reactie: „Neeee... Dáár neem ik geen genoegen mee. Ik ben wel een echte vrouw!”

W.H. van Griethuysen