Iedereen wil lenen, maar het geld is op

Nieuwsanalyse

Europese landen en banken trekken elkaar het moeras in. Door de schuldencrisis kost het ook gezonde banken nu meer moeite om geld te le-nen. „De markt zit potdicht.”

Europa, november 2011. De overheden willen geld lenen, maar dat gaat steeds moeizamer. De banken willen geld lenen, en ook dat wordt almaar moeilijker.

Lenen aan banken is riskant. Want moet je kijken wat zij allemaal aan overheden hebben geleend. En lenen aan landen is riskant, want moet je kijken wat zij mogelijk straks allemaal aan noodhulp moeten verstrekken aan andere Europese landen én aan de banken die mogelijk omvallen.

Het gebeurt in een omgeving waarin banken juist extra kapitaal moeten aantrekken van toezichthouders om hun buffers te verhogen. Tegelijkertijd schiet de economie in de eurozone in een krimp. Het zijn zich zelf versterkende effecten.

Minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) toont de dilemma’s waar crisisbestrijders mee worstelen. Hij wil dat gemeenten en provincies niet meer beleggen in staatsleningen. Terechte voorzichtigheid vanuit het perspectief van lokale overheden. Maar wat gebeurt er als zij hun obligaties van de hand doen? Zulk gedrag verdiept de crisis eerder.

Vanmorgen waarschuwde kredietbeoordelaar Moody’s dat hij het rapportcijfer voor de kredietwaardigheid van 87 (!) Europese banken mogelijk zal verlagen. Ook de Nederlandse banken worden doorgelicht. Reden: de toenemende risico’s in Europa en de afnemende kans dat overheden bij machte zijn om hun banken te redden.

Hetzelfde Moody’s zei gisteren dat alle Europese landen het risico lopen hun huidige rapportcijfer te verliezen door de voortwoekerende crisis. Reden: de toenemende risico’s en de kans dat zij extra kapitaal kwijt zijn aan noodhulp voor banken.

Banken en overheden trekken elkaar op verschillende manieren samen het moeras in. Het Belgische Dexia is de schuldencrisis in het klein. De bank kwam in problemen door de grote berg aan ‘beleggingen’ in schulden van zwakkere eurolanden, de Belgische overheid meegerekend. Die staatsleningen waren zó in waarde gedaald, dat er een tekort dreigde te ontstaan. Redding door Frankrijk en België bleek nodig, maar daardoor daalden hun staatsleningen in waarde. Wat zou de redding van Dexia wel niet gaan kosten? Dezelfde leningen op de balans van Dexia werden zo nog minder waard en het probleem werd nog acuter.

De eurocrisis gaat al lang niet meer over te zwakke banken en te zwakke landen. Inmiddels kunnen ook gezonde banken niet meer op de kapitaalmarkt lenen. „De markt zit gewoon potdicht”, zegt Ference Lamp, financieel bestuurder van SNS Reaal. De reden is eenvoudig: banken vertrouwen elkaars onderpand niet. Moet je lenen aan een bank die 5 miljard euro aan Italiaanse staatsleningen bezit? Wellicht zijn die morgen nog maar 4 miljard waard.

„Nederlandse banken hebben relatief veel liquide middelen”, zegt Lamp, „maar je ziet banken uit het mediterrane gebied in toenemende mate geld lenen bij de ECB.” Van Griekse banken is al langer bekend dat zij zo overeind worden gehouden door de ECB, maar inmiddels zou dit ook gelden voor een groeiend aantal Spaanse en Italiaanse banken. Tot nu toe snijden Noord-Europese banken niet in hun leningen aan huishoudens en bedrijven (zie grafiek). Zuid-Europese banken doen dat wel.

Het aantal bankdebacles in West-Europa valt nog mee als het vergeleken wordt met de problemen van drie jaar geleden. Dat komt ook doordat bij de val van Lehman in 2008 er blinde paniek bestond, terwijl de financiële sector nu al een tijdje gebruikmaakt van noodregelingen die toen zijn ontstaan. Duidelijk is dat de gezondheid van alle banken snel achteruit gaat (zie grafiek), maar de spanning is nog niet zo hoog als september 2008. Lamp: „De situatie is uitermate zorgwekkend, maar er is geen paniek.”

Het verschil tussen toen en nu is de Europese Centrale Bank. Midden in de crisis van 2008 was de ECB nog niet de royale redder van banken in nood die zij nu is. De ECB heeft nu een uitgebreid vangnet voor de banken gespannen. Dat sust de stress in de geldmarkt. De ECB krijgt vaak kritiek dat zij te weinig doet, maar daarbij wordt wel eens vergeten dat zij al jarenlang vele banken overeindhoudt.

De stress bij banken is net zo erg als in 2008 als het gaat om het vinden van financiering voor de lange termijn. Europese banken staan er zó slecht voor, de onzekerheid rond de eurocrisis is zó groot, dat ze moeilijk investeerders vinden. Amerikaanse geldmarktfondsen (waarin veel Amerikanen hun spaargeld stallen) trekken zelfs sommige leningen aan Europese banken terug.

Europese banken moeten dit jaar 654 miljard dollar (488 miljard euro) aan leningen afbetalen en herfinancieren. Tot nu dit haalden ze slechtst tweederde daarvan op. Ze komen dus 241 miljard dollar tekort, zo berekende het Britse bedrijf Dealogic, dat zakenbanken adviseert.

Europese overheden spraken op de eurotop van 27 oktober af dit probleem op dezelfde manier te verhelpen als in 2008. Ze willen de leningen die banken zelf afsluiten op grote schaal garanderen. Dat deden ze ook in 2008. De Nederlandse overheid staat nu bijvoorbeeld garant voor 31,5 miljard euro aan bankleningen.

Veel van die garanties uit 2008 lopen echter de komende maanden af. De vraag is nu of eurolanden afzonderlijk garanties moeten afgeven voor hun eigen banken, of dat ze dit gezamenlijk doen. Van eurolanden in geldproblemen als Griekenland, Italië, Portugal en Ierland, zijn die garanties immers niet veel waard. Onzekerheid hierover maakt investeerders nog huiveriger aan banken te lenen.