Het onvoorstelbare begint voorstelbaar te worden

Volgens Het groene optimisme, het nieuwe boek van ex-Kamerlid (Groen Links) Wijnand Duyvendak, liep de Nederlandse overheid jarenlang voorop als het ging om beleid aangaande klimaatverandering. Nu is de aanpak van milieuproblematiek uitgemond in een Haagse loopgravenoorlog.

In Nederlandse beleidsnota’s is het woord klimaatverandering tegenwoordig taboe. Het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen om te voorkomen dat de aarde verder opwarmt, is niet iets waar de overheid zich op laat voorstaan. Liever gebruikt men de term duurzame energie, dat klinkt beter – en vrijblijvender – dan emissiereductie.

Dat is wel eens anders geweest, blijkt uit het vandaag verschenen boek Het groene optimisme van Wijnand Duyvendak, oud-directeur van de vereniging Milieudefensie en ex-Kamerlid voor GroenLinks. In 1979 zegt Kamerlid en scheikundige Reinier Braams (VVD) bijvoorbeeld in een debat dat hij zich zorgen maakt over ‘het koolzuurprobleem’. CDA’er Ad Lansink hoopt dat wetenschappers in de toekomst planten genetisch zo kunnen manipuleren dat ze het teveel aan CO2 uit de atmosfeer kunnen halen. In een motie van PPR en VVD wordt de regering gevraagd een standpunt in te nemen over klimaatverandering.

Volgens Duyvendak gaat het kabinet aanvankelijk voortvarend met het thema aan de slag. Nederland loopt lange tijd voorop, organiseert de eerste internationale ministersconferentie over klimaat (in Noordwijk in 1989), werkt aan nationaal beleid en lobbyt intussen in Europa voor gezamenlijke maatregelen.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 25 november 2011, pagina 6. U kunt de hele recensie hier lezen.