Grieken gaan steeds vaker spullen ruilen

De Grieken hebben door alle bezuinigingsmaatregelen veel minder geld tot hun beschikking. De parallelle economie bloeit op: mensen ruilen goederen of wisselen vriendendiensten uit.

volos - De kledingruilfeestjes van Thalia Geladaki (27) en haar vriendinnen in Athene begonnen heel hip, drie jaar geleden. Dertig modebewuste vrienden brachten een tas met overbodige stukken uit hun kledingkast mee, ruilden, en namen ongeveer net zoveel mee terug. Geladaki kende het uit Londen, waar ze jaren woonde. Vintage en tweedehands kleding waren in Groot-Brittannië al jaren in – „ook onder rijke mensen”– maar die trend ging Griekenland grotendeels voorbij. „Hier vonden mensen dat het dan leek alsof je arm was. Je moest juist de grootste, duurste tas kopen.” Het meeste wat ze zelf draagt is geruild, tweedehands of zelf met extra knopen opgeleukt.

Maar sinds de crisis is dat veranderd, vertelt Geladaki, gezeten in de vensterbank van een populair café. Grieken consumeren gematigder. „Gezonder.” En de armoede is gegroeid. Op het voorlaatste ruilfeestje, een maand geleden, kwam zevenhonderd man en stonden mensen ronduit te graaien. Nu komen er ook veel moeders met kinderen en oudere echtparen op af. „Onbedoeld is het uitgegroeid tot een soort liefdadigheidsevenement.”

In Griekenland golden tot nu toe de spelregels van de Balkan, waar de inkomens lager zijn en armoede nog vers in de herinnering ligt. Als je geld hebt, laat je dat zien. Door opvallend en nieuw te kopen. Wat overblijft is voor de zigeuners, die uit de vuilnisbak vissen wat nog waarde heeft of bruikbaar is als schroot.

Het aanbieden en kopen van gebruikte spullen is typisch voor goed georganiseerde westerse landen. Veel daarvan is nog als nieuw. Griekenland heeft geen kringloopwinkels of websites zoals Marktplaats. Wel zijn dit jaar tientallen lokale ruilnetwerken ontstaan.

George Stathakis, hoogleraar politieke economie aan de universiteit van Kreta, en zijn assistenten tellen er inmiddels zo’n honderd, verspreid over het land. Op kleine schaal bestond dit soort netwerken al, vaak met een eigen munt, maar „in deze omvang is het een nieuw fenomeen”, vertelt Stathakis telefonisch.

Wat ontstaat, doet denken aan wat na de jaren zestig verloren is gegaan, zegt hij. „We hadden eeuwenlang een grote parallelle economie op het platteland. Mijn grootvader was dokter. Negentig procent van wat hij deed werd in natura betaald. Maar de agrarische samenleving is ingestort.” Ongeveer de helft van de Griekse bevolking woont tegenwoordig in de hoofdstad Athene.

Het moderne leven in de steden is grootschaliger, anoniemer, maar ook complexer dan dat van vroeger in de dorpen. Burenhulp is vaak goedbedoeld, maar niet vakkundig genoeg. De nieuwe ruilnetwerken komen juist op in de steden en maken slim gebruik van internet. Voor het eerst zijn nu soms ook lokale autoriteiten betrokken, signaleert Stathakis.

Yannis Grigoriou is hoofd van de sociale dienst in Volos, een havenplaats en studentenstad in de nek van het schiereiland Pilion. Hij was een jaar geleden ook een van de oprichters van een ruilnetwerk met een alternatieve muntsoort, de TEM. Toen waren er vijftig deelnemers, inmiddels zeshonderd, vertelt hij tijdens een rondrit door de omgeving. Her en der ziet hij leden van zijn netwerk, die hij allemaal groet – een dierenarts, een acupuncturist, een loodgieter en een advocaat. Sommige restaurants en ondernemers laten zich deels in euro en deels in TEM betalen. Helaas nog geen garage, grinnikt Grigoriou, wiens auto wel een beurt kan gebruiken.

Zelf heeft hij laatst een overtollige laptop tegen TEM’s verkocht. Het voelt lekker, zegt hij. „Alsof je euro’s bespaart die je dan kunt gebruiken voor wat zonder geld echt niet gaat, zoals tanken.”

Eens per maand organiseert het netwerk een markt. Boeren bieden groenten, fruit en gekookte gerechten aan tegen TEM’s. Andere deelnemers komen met taarten en zelfgekookte maaltijden. Door de grote belangstelling wordt nu gezocht naar een overdekte ruimte – uiteraard zonder betaling in euro’s – waar dat gedurende de winter dagelijks kan.

Grigoriou ziet deze informele economie als het antwoord op de problemen die in Griekenland door de crisis aan de oppervlakte komen. Meer mensen zijn werkloos en aangewezen op de staat. Gemeenten hebben als onderdeel van de decentralisatie meer taken gekregen, maar minder budget. De lokale middenstand lijdt onder de teruglopende vraag.

„We mogen als onderdeel van de eurozone geen euro’s bijdrukken, zoals de VS doen met dollars. Maar we kunnen wel TEM’s in omloop brengen die dan worden uitgegeven aan lokale producten”, filosofeert hij enthousiast.

Deelnemen aan het netwerk stimuleert volgens de actieve ambtenaar meer dan alleen de economie. Het dwingt mensen na te denken over wat ze kunnen, vertelt hij. „En dat is vaak veel meer dan ze denken.”

Met de stijgende werkloosheid – volgens de laatste cijfers inmiddels 18,4 procent – zit het vinden van een baan er op het moment vaak niet in. Maar burgers kunnen voor elkaar koken, ouderen helpen, chauffeur spelen, zelf groenten verbouwen, somt hij op. „Als het aan mij lag, drukte ik een hoop TEM’s bij en ‘huurde’ daar werklozen mee in.”