Explosies voeden speculaties

In Iran heeft zich de afgelopen twee jaar een opmerkelijk aantal explosies voorgedaan op strategische plaatsen. Gaat het om buitenlandse sabotage?

In de Iraanse stad Isfahan heeft zich gisteren een geheimzinnige explosie voorgedaan. Het incident komt na een grote ontploffing op een raketbasis, eerder deze maand. Het is het zoveelste incident in een reeks van mysterieuze ontploffingen van gaspijpleidingen, olie-installaties en militaire bases.

Hoewel de gouverneur van de provincie verklaarde de explosie in Isfahan te hebben gehoord, zegt niemand te weten wat er is precies gebeurd. Volgens oppositiewebsites had de ontploffing plaats nabij de militaire academie van de stad.

Twee weken geleden, op 12 november, werd Teheran opgeschrikt door een geweldige explosie. Toen ging de raketbasis Shahid Modarres in rook op, volgens autoriteiten door een „ongeluk” veroorzaakt tijdens transport van raketten. Daarbij vond een belangrijke raketexpert de dood.

Experts wijzen erop dat de afgelopen twee jaar het aantal verdachte explosies is vervijfvoudigd. Sinds vorig jaar hebben er ten minste 17 explosies van cruciale gaspijpleidingen plaatsgehad, vergeleken met drie in 2008 en 2009. Tegelijkertijd waren er meer dan tien explosies in olie-installaties.

Het verklaren van de incidenten vormt een dilemma voor de Iraanse leiders, die niet kwetsbaar willen lijken tegenover dreigementen uit de Verenigde Staten en Israël hun nucleaire programma te dwarsbomen. Volgens hen zijn de incidenten niets meer dan ongelukken, onder andere veroorzaakt door „slecht laswerk”.

Beperkingen op de media en gebrek aan onafhankelijke onderzoekers maken het moeilijk om de claims te verifiëren.

Een expert zegt dat de toenemende sancties die westerse bedrijven verbieden om olie-installaties te onderhouden, ook oorzaak van de explosies kunnen zijn. „Nu Iraanse aannemers de projecten moeten afmaken, wordt er nog maar weinig gelet op de veiligheid”, zegt Reza Zandi, een journalist gespecialiseerd in de olie- en gasindustrie.

Maar toen er in april vier gaspijpleidingen tegelijk ontploften op verschillende locaties in de provincie Qom, vertelde parlementslid Parviz Sorouri het nieuwsagentschap Mehr dat de ontploffingen het werk waren van „terroristen”. Volgens hem waren ze „georganiseerd door de vijanden van de islamitische republiek.”

Vorige week bevestigde de Amerikaanse inlichtingendienst CIA dat ze meer dan 30 lokale agenten had verloren in Iran, na een lek in de organisatie. Volgens de Iraanse minister voor de Inlichtingendiensten, Heydar Moslehi, waren de spionnen bezig om Irans energie-infrastructuur in kaart te brengen.

„Een van hun belangrijkste doelen was het uitvoeren van sabotageacties”, zei Moslehi in mei toen Iran de arrestatie van de CIA-agenten bekendmaakte, volgens het persbureau Fars.

Het Iraanse parlement heeft een onderzoek naar de oorzaak van de explosie op de raketbasis bij Teheran niet vrijgegeven om „veiligheidsoverwegingen”, zo zei een parlementslid. „We sluiten sabotage als oorzaak van de explosie op de raketbasis niet uit”, zegt een bron met goede relaties met de revolutionaire garde, die leiding geeft aan Irans raketprogramma. „Het is niet onmogelijk om een individu om te kopen en hem wat slechts te laten doen.”

Afgelopen woensdag was er ook een explosie in Zuid-Libanon op een basis van de aan Iran gelieerde organisatie Hezbollah, zo meldde de Libanese krant The Daily Star.

Iran heeft de Verenigde Staten en Israël beschuldigd van het vermoorden van drie nucleaire wetenschappers in Iran sinds 2010. Daarnaast hebben Iraanse leiders beide landen de schuld gegeven van het computervirus ‘stuxnet’, waarvan president Mahmoud Ahmadinejad heeft toegegeven dat het de digitale schakelaars van nucleaire centrifuges heeft weten te ontregelen.

„Als het sabotage is, dan is het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran al bezig”, zegt een Iraanse analist die anoniem wil blijven. „Dit is een gevaarlijk spel, want Iran kan ook terugslaan.”

    • Thomas Erdbrink