Een land beduusd van zijn eigen bevrijding

In revolutiejaar 1969 maakte Eddy Posthuma de Boer „positieve” foto’s van talloze Nederlanders. Ruim veertig jaar nadat ze op de Wereldtentoonstelling in Osaka hingen kwam er een boek van.

In 1969 liepen ‘de jaren zestig’ op hun einde. Dit intussen bijna mythische tijdvak, waarin een Hollandse culturele revolutie vorm kreeg, heeft maar kort geduurd. Het begon in 1963 met de loonexplosie, die de materiële basis legde voor de geestelijke en consumptieve zelfontplooiing van de gewone burger. Met de keuterboerenopstand in Hollandscheveld en de politieke opmars van de Boerenpartij van Hendrik Koekoek. Met monseigneur Bekkers uit Den Bosch die op televisie uitlegt dat de kerk niet over anticonceptie gaat. En met de rellen rond de NAVO Taptoe in het Olympisch Stadion van Amsterdam, waar linkse jongeren ongeautoriseerd betoogden tegen het NAVO-lidmaatschap van het fascistische Portugal van Salazar en zo de basis legden voor een nieuwe protestcultuur.

In 1969 waren de culturele jaren zestig alweer voorbij en begonnen de politieke jaren zeventig. Met de studentenbezettingen van de Katholieke Hogeschool in Tilburg en het Maagdenhuis in Amsterdam. Met de oprichting van Dolle Mina, die zou leiden tot de abortuswetgeving van 1984. Met de acties Tomaat en Notenkraker tegen het ‘establishment’ in het theater en in de muziekzalen. Met de aanvaarding van een anti-KVP-motie door de leden van de PvdA. En met de eerste Europese voetbalfinale voor een Nederlandse club, die Ajax overigens grandioos verloor.

„Inmiddels streven velen naar een nieuwe wereld en een nieuwe wijze van leven”, aldus koningin Juliana in het najaar van 1969 in haar Troonrede.

Zo was het inderdaad in het tussenjaar van het oude en nieuwe Nederland. Ad Melkert, de toekomstige PvdA-leider en gesneefde opvolger van premier Wim Kok, zat in 1969 nog gewoon in de brugklas van het Coornhert Gymnasium in Gouda. Zijn latere tegenstrever Pim Fortuyn studeerde al sociologie aan de Vrije Universiteit en flirtte daar als activist met de marxistisch-leninistische CPN.

In 1969 fotografeerde Eddy Posthuma de Boer talloze onbekende en enkele bekende Nederlanders: individueel of in groepsverband. De foto’s zouden een jaar later hangen in het Nederlandse paviljoen op de wereldtentoonstelling van Osaka in Japan, de eerste Aziatische tijger die in de jaren zeventig de Nederlandse grootindustrie zou gaan beconcurreren, soms totdat het faillissement er op volgde. Sindsdien zijn de foto’s nooit meer geëxposeerd.

Uitgeverij Atlas heeft er nu een boek van gemaakt, aangevuld met een inleiding van Remco Campert en in retrospectief geschreven bijschriften van Jan Mulder.

In zijn nawoord schrijft Eddy Posthuma de Boer dat hij Nederland in Osaka op een „positieve manier” wilde laten zien. En dat laat zich raden. In 1969 was Nederland nog geen ‘gidsland’. Nederland was dat jaar vooral beduusd van zichzelf: van de onverschrokken snelheid waarmee het zich had ontworsteld aan de verzuilde verstarring, van het ontzagwekkende tempo waarin het de Angelsaksische culturele wereld had binnengehaald en omarmd, kortom, van de bevrijding.

Maar ondanks alle afbraakacties tegen het ancien regime bestond er ook nog zoiets als groepsgevoel en beroepseer. De foto’s van Eddy Posthuma de Boer getuigen daarvan. Of het nu om burgemeester Auke Vleer van Enschede ging of om tramconducteurs, verpleegsters en krantenjongens in Amsterdam dan wel arbeiders bij Hoogovens, Fokker en Unox: allen lieten zich zonder schaamte en trots fotograferen, in groepsverband ook.

Het lag natuurlijk iets gecompliceerder. De loonexplosie maakte veel vernedering een beetje goed, voor het eerst in de geschiedenis. Socioloog/schrijver Abram de Swaan zou dat in 1971 ontleden in de televisiedocumentaire Een boterham met tevredenheid. Maar er was perspectief op meer, meer zelfstandigheid en meer geld. Het woord arbeid betekende iets. Er was een arbeiderspartij, zij het dat die gefrustreerd in de oppositie zat. Er bestond een arbeidsbureau, dat kon bemiddelen of bestraffen. De pionierende uitzendbureaus Randstad en Tempo Team waren nog maar negen jaar oud.

Kort gezegd was het eigenlijk heel simpel in 1969. Er was met krap 50.000 werklozen nagenoeg volledige werkgelegenheid. Mensen verdienden steeds meer, hun kinderen gingen vaker studeren. En Nederland zette zijn eerste stap in de Angelsaksische wereld: met het nummer Venus van Shocking Blue.

Er was eigenlijk maar één onomkeerbare tegenvaller voor de ontluikende individuele consumptiemens: de invoering van de btw.

Hubert Smeets

Eddy Posthuma de Boer: Kijkend naar Holland, 1969. Met een inleiding van Remco Campert en bijschriften van Jan Mulder. Uitgeverij Atlas, 152 blz, 24,95 euro