Een gillende keukenmeiden-ongeluk

In de krant van gisteren stelt oogarts Tjeerd de Faber een verbod op consumentenvuurwerk voor. Ik ben het hartgrondig met hem eens. Degene die ooit het lumineuze idee heeft gekregen om tijdens één feestelijke avond ‘overmatig drankmisbruik’ en ‘explosieven’ te combineren, was geen mensen-mens. Elke Oudejaarsavond veranderen we collectief in een aandoenlijk stelletje halfapen, dat

In de krant van gisteren stelt oogarts Tjeerd de Faber een verbod op consumentenvuurwerk voor.

Ik ben het hartgrondig met hem eens.

Degene die ooit het lumineuze idee heeft gekregen om tijdens één feestelijke avond ‘overmatig drankmisbruik’ en ‘explosieven’ te combineren, was geen mensen-mens. Elke Oudejaarsavond veranderen we collectief in een aandoenlijk stelletje halfapen, dat wazige liedjes zingt in de hals van een champagnefles, luidkeels joelend rondjes rent over straat en knuffelt met elkaar of een welwillende lantaarnpaal. Dat is prima – maar om deze groep vervolgens aan te praten dat ze even een miljoenenklapper vol Chinees buskruit in de fik moeten steken, is merkwaardig.

Er zitten veel nadelen aan vuurwerk vrijelijk beschikbaar stellen en maar heel weinig voordelen. De reden van vuurwerkminnend Nederland zal ongetwijfeld luiden: ja maar hallo, vuurwerk is gaaf. Ja. Kleiduiven schieten is ook gaaf en dat doe je ook niet zomaar op straat.

Verder is vuurwerk toch eigenlijk minder gezellig dan het lijkt. De dagen rond Oud en Nieuw geven het gevoel dat je plotseling in een burgeroorlog of op een koninklijk jachtterrein woont, zo vaak schrik je op van een felle knal. Brievenbussen moeten uitgerust worden met vuurwerkbarricades. Vele honden- of poezenhartjes bezwijken haast onder de galmende donderslagen. Alles wordt bedekt met rode pulp.

En op straat hebben plotseling degenen met de rotjes de macht.

Iedereen weet dat een gillende keukenmeiden-ongeluk in vijftig procent van de gevallen een onschuldige omstander treft: mij dus. Ik zie het scenario al voor me: vlak voor Oudejaarsavond wil ik toch nog een nieuwe Swiffer kopen. Schuw loop ik naar de Blokker, om me heen kijkend of ik ergens vuurwerkverdachten zie. Voor de zekerheid heb ik mijn oude jas aangetrokken: die heeft geen capuchon. Een capuchon = een handig vangnet voor een verdwaalde vuurpijl en KABAM een rafelig gat in je nek. Verderop staan drie jongetjes van een jaar of zeven. In andere seizoenen best lief. Nu echter uitgerust met een mild wapentuig. En er is natuurlijk weinig aanlokkelijker dan een rotje gooien op een bewegend object, zoals bijvoorbeeld mijn hoofd.

Als het om vuurwerk gaat, kan je simpelweg niet beslissen om verstandig uit de buurt te blijven – andere mensen beslissen dat voor jou. En ik leg het welzijn van mijn netvliezen liever niet in de hand van mensen wier hart sneller gaat kloppen van ongecontroleerde ontploffingen.

Wat mij betreft mogen we op Oudejaarsdag gezamenlijk ‘ooooh’ en ‘aaaah’-kreten slaken bij professioneel stadsvuurwerk. De mensen die dan nog verlangen naar een eigen knal, mogen hun date meenemen naar het speciaal daarvoor bestemde vuurwerkpretpark HET KRUITVAT XL.

    • Renske de Greef