De beleving van harder rijden

Hard rijden is lekker. Zeker als je jong bent en nog wat te willen hebt. En vooral als er een lege driebaansweg voor je ligt. Waarom inhouden met een zee van ruimte? Bovendien snort de motor net iets pittiger. Een auto is immers niet alleen maar een transportmiddel.

Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) weet dat. Ze kent haar kiezers goed. Vandaar dat haar besluit om op veel snelwegen de maximumsnelheid tot 130 kilometer te verhogen door haar aanhangers enthousiast is ontvangen: vroem, eindelijk, vooruit! In de woorden van Schultz van Haegen: „Je bent sneller op de plek van bestemming en het sluit ook beter aan bij de beleving van de weggebruiker.”

Dat eerste argument klopt maar ten dele. De tijdwinst is significant op een Formule 1-circuit maar mag in het gewone verkeer geen naam hebben. Maar die verwijzing naar beleving klopt als een bus. En de ongelukken die van harder rijden het gevolg kunnen zijn? Het is in dezelfde beleving meestal net de ander die in een naar ongeluk verzeild raakt.

Bovendien, is de redenering, zo’n halszaak is tien kilometer meer of minder ook niet. Natuurlijk leidt harder rijden tot meer brandstofgebruik, koolstofdioxide- uitstoot en fijnstof. Maar Duitsland kent geen Tempolimit, alleen een adviessnelheid. Dus waarom wij wel?

Met andere woorden: minister Schultz van Haegen levert een groot deel van haar kiezers wat de VVD heeft beloofd. Daar is weinig mis mee. Verkiezingsbeloftes zijn er om nagekomen te worden.

Ware het niet dat de beslissing van de minister past in een patroon. De aandacht van het kabinet-Rutte voor milieu en duurzaamheid is over een brede linie tanende. Dat Schultz van Haegen tot verhoging naar 130 kilometer besluit op de dag dat in Durban (Zuid-Afrika) de mondiale klimaatconferentie begint, heeft bijna symbolische betekenis.

Andere recente beslissingen van dit kabinet zijn bovendien concreet. Denk aan het schrappen van de groene verbindingen tussen de ecologische hoofdstructuur en het nieuwe beleid jegens megastallen.

Met het beperken of stopzetten van subsidies aan milieuorganisaties geeft de regering intussen te kennen dat het maatschappelijk middenveld vooral van waarde is als het overheidsbeleid mee uitvoert.

De reprimande die staatssecretaris Bleker (Natuur, CDA) vorige week uitdeelde aan het zelfstandige bestuurorgaan Staatsbosheer, omdat het mee wil doen met een natuurproject in Flevoland, is ook een uiting van de neiging tot politiek centralisme. En daarbij blijft het niet.

Volgens minister Schultz is luchtkwaliteit zo verbeterd dat er ruimte is om harder te rijden. Ze ziet het milieu als een vuilnisvat: als je er wat uit haalt, kun je er ook weer wat in stoppen. Als China en India die drogredenering overnemen, kan het nog benauwd worden op de wereld.