Verkiezingen in Congo zorgen voor nog meer geweld

De verkiezingsdag in Congo begon vandaag met de beschieting van auto’s gevuld met stembiljetten. Het land dreigt door geweld en fraude te worden gedestabiliseerd.

Politiek is een straatgevecht in Congo. Dat bleek afgelopen zaterdag weer, toen in de hoofdstad Kinshasa zeker vier doden vielen bij felle gevechten tussen aanhangers van president Joseph Kabila en zijn belangrijkste tegenstander bij de verkiezingen van vandaag, Etienne Tshisekedi.

Tienduizenden aanhangers waren naar vliegveld N’djili gekomen om de presidentskandidaten te verwelkomen. Tshisekedi arriveerde, de president niet, waarna opstootjes uitbraken en de politie met traangas en scherp schoot om de ontketende menigte in bedwang te houden.

Oppositieleider Tshisekedi wilde van het vliegveld naar het belangrijkste stadion van Kinshasa gaan voor een campagnebijeenkomst. Maar Kabila had daar ook een manifestatie gepland. Om nog meer geweld te voorkomen, besloot de gouverneur alle bijeenkomsten te verbieden.

Tshisekedi weigerde hier gehoor aan te geven en riep zijn aanhang op naar toch het Stade des Martyrs te trekken. De politie wist hem tegen te houden door de weg te blokkeren met een gepantserde vrachtwagen. Zittend in zijn rode Hummer zei hij strijdbaar: „Ik roep de bevolking op hierheen te komen. We gaan al met duizenden dood, dus we laten ons er nu door een paar verwondingen niet van weerhouden om te vechten.”

Toen de avond viel, liepen tienduizenden woedende aanhangers richting het vliegveld, terwijl ze billboards van Kabila sloopten.

Het was het voorlopige dieptepunt van een verkiezingscampagne die getekend werd door geweld, intimidatie, logistieke problemen, beschuldigingen van fraude en mensenrechtenschendingen. De VN hebben in het afgelopen jaar tweehonderd gevallen van verkiezingsgeweld gedocumenteerd. Mensen werden in elkaar geslagen, bedreigd en gearresteerd omdat ze een T-shirt van Tshisekedi droegen. En in Goma brak een vuurgevecht uit nadat een populaire muzikant, die campagneliedjes zong voor de oppositie, was opgepakt.

„Het resultaat van verkiezingen zou de oplossing van conflicten moeten zijn,” zei Jerome Bonso, coördinator van de Coalitie voor Vreedzame en Transparante verkiezingen dit weekend tegen persbureau AP. „In plaats daarvan gaan we verkiezingen in, die door hun aard het conflict alleen maar zullen verergeren. En de vliegtuigen met stemmateriaal zijn nog niet eens opgestegen.”

Het gewelddadige verloop van de campagne is tekenend voor de instabiliteit van Congo, dat overeind probeert te krabbelen na decennia van dictatuur en oorlog. Ondanks een grote rijkdom aan bodemschatten is Congo volgens de VN het minst ontwikkelde land ter wereld. Geweld is nog altijd een groot probleem in het oosten, waar milities uit de tijd van de burgeroorlog (1998-2003) moorden, plunderen en verkrachten.

Ondanks deze deplorabele staat van het land, voert Kabila campagne met billboards waarop hij breed lachend staat afgebeeld naast een hogesnelheidstrein – die het land helemaal niet heeft. De infrastructuur is geruïneerd na decennia van wanbeheer. Het enige waarop Kabila kan bogen sinds hij werd verkozen in de eerste vrije verkiezingen in 2006, is dat hij het verscheurde land bijeen heeft weten te houden.

Veel analisten denken dat Kabila alleen door middel van fraude aan de macht kan én zal blijven. Want veel Congolezen zijn teleurgesteld over het gebrek aan ontwikkeling. De economie groeide vorig jaar wel met 7 procent, vooral dankzij de gestegen prijzen van grondstoffen, maar daarvan profiteert alleen een kleine kliek politici, onder wie Kabila zelf. Bijna 60 procent van de 70 miljoen Congolezen moet rondkomen van minder dan 1 dollar 25 per dag.

Kabila heeft wel de veiligheid enigszins verbeterd, vooral sinds hij in 2009 vrede sloot met buurland Rwanda, dat milities steunde in het oosten van Congo. Dit akkoord heeft veel Oost-Congolezen echter teleurgesteld. Kabila won de verkiezingen in 2006 voornamelijk dankzij stemmen uit het oosten, waar hij populair was vanwege zijn harde opstelling tegen Rwanda. Dat hij in 2009 Rwandese troepen toeliet in Congo om Rwandese rebellen uit te schakelen, voelde voor velen als verraad.

Tshisekedi probeert van deze onvrede te profiteren. Hij is populair bij veel arme Congolezen, mede dankzij zijn verleden als oppositieleider tegen de kleptocraat Mobutu Sese Seko. Tshisekedi is een onruststoker, die zichzelf eerder in de campagne al uitriep tot president en van de regering eiste dat ze zijn opgepakte aanhangers vrijliet. „Anders roep ik mijn strijders in het hele land op om gevangenissen te bestormen en hun kameraden te bevrijden.”

Dat dit soort ophitserij zonder gevolgen blijft, zegt wat over de straffeloosheid in Congo. Het beste voorbeeld daarvan is commandant Ntabo Ntaberi Sheka, die na de verkiezingen de regio Walikale hoopt te vertegenwoordigen in het parlement. In dezelfde regio liet hij zijn militie vorig jaar een aantal dorpen aanvallen, waarbij 387 mannen, vrouwen en kinderen werden verkracht, aldus een rapport van de VN.

Deze mensenrechtenschendingen vinden plaats ondanks de aanwezigheid van 19.000 militairen van de VN-vredesmacht. De vrees is groot dat het geweld na vandaag alleen maar zal toenemen. Geluiden uit het regeringskamp voorspellen weinig goeds. Een medestander van Kabila zei tijdens de campagne: „Er zijn te veel muggen in de huiskamer. Het is tijd om insecticide te gebruiken.”