Terug, met nummer 28

In het duel met NEC speelde Ismaïl Aissati na lange tijd weer in het eerste van Ajax.

Trainer De Boer lijkt de op een zijspoor geraakte speler een nieuwe kans te geven.

Het zijn de invallers van Ajax die de plichtmatige overwinning (3-0) op NEC van stof tot napraten voorzien. De een, reservekeeper Jasper Cillessen, wordt in de uitwedstrijd massaal toegezongen als hij mag invallen tegen zijn oude club. De ander, spits Davy Klaassen, voegt zich bij mannen als Cruijff, Van Basten en Kluivert door bij zijn eredivisiedebuut voor Ajax te scoren. En de derde ziet met zijn rentree in het eerste een einde komen aan een periode van wegkwijnen in Jong Ajax.

Dat is Ismaïl Aissati. Opgegroeid in Utrecht, opgeleid in Eindhoven en afgeschreven in Amsterdam. Samen met de in ongenade geraakte spits Mounir El Hamdaoui leek hij klaar bij Ajax. Gedoemd tot beloftenwedstrijden op de maandag en veroordeeld tot een overstap naar een andere club. Maar de vele blessures dwongen Ajax-trainer Frank de Boer tot een heroverweging.

Misschien was NEC-uit niet de lekkerste wedstrijd om in te vallen. De eerste helft was zelfs onooglijk. Ajax leek hard op weg voor de vijfde keer na een wedstrijd in de Champions League puntverlies te gaan lijden in de eredivisie. Niets lukte in De Goffert. De mededeling van de stadionspeaker dat de teams ongewijzigd aan de tweede helft begonnen, wekte verbazing.

Net na de fraaie 1-0 van Miralem Sulejmani bracht De Boer tot veler verrassing Aissati in het veld. Nummer 28 op het shirt. Nog steeds hetzelfde loopje, de lange mouwen half over de handen. Het harde werken is beloond, stelde de middenvelder na afloop. Niet dat hij direct beslissend was of een onuitwisbare indruk maakte. Linksbuiten moest hij staan, niet direct zijn favoriete positie. „Ik moest het veld breed houden. Maar dat maakt mij nu niet uit”, aldus Aissati.

Het is alweer zes jaar geleden dat hij als zeventienjarige bij PSV imponeerde in de Champions League tegen AC Milan. Om vervolgens te ontroeren met een verlegen duo-optreden met maatje Ibrahim Afellay voor de camera van de NOS. Na een wisselvallige periode vol omzwervingen (door PSV verhuurd aan FC Twente, door Ajax verhuurd aan Vitesse) volgde deze zomer een zware domper. Een definitieve overgang naar Vitesse ging niet door. En De Boer had in zijn selectie geen plek meer voor de middenvelder. Technisch manager Danny Blind kwam hem vertellen dat hij zich op het tweede elftal kon gaan richten. „Ik had het graag uit de mond van de trainer gehoord en niet via via”, zegt Aissati nu.

Bescheidenheid siert hem nog steeds, maar af en toe klinkt zijn met de jaren gekomen rijpheid. „Ik heb weleens gedacht: ik loop naar boven en lever mijn contract in”, zegt hij over de periode in het tweede van Ajax. Maar hij deed het niet. „Ik ben te veel voetballiefhebber om anders te denken. Aan het begin van het seizoen heb ik tegen mezelf gezegd: ‘Zo snel mogelijk bij Ajax 1 terugkeren.’ Dat was mijn doel. Maar ik had het eerlijk gezegd niet meer verwacht. Zo zie je hoe het kan gaan. De ene keer hebben ze je wel nodig, de andere keer niet. Ik weet hoe het werkt.”

Dinsdagavond liet De Boer al weten Aissati terug te halen bij de selectie, waar hij sinds januari 2010 geen deel meer van had uitgemaakt. Woensdagavond volgde een sms van de trainer, donderdag een gesprek. Voor het eerst in al die maanden. Had dat niet eerder gekund? Aissati haalt zijn schouders op. „Als hij ervoor kiest om mij niet in de selectie op te nemen, ga ik niet vragen om dat uit te leggen. Dan ga ik mijn ding doen bij het tweede, en hij doet zijn ding bij het eerste.” Het was een goed gesprek geweest, zegt Aissati. Er is duidelijkheid, maar voor hoe lang? „Ik vroeg hem: ‘Wat is uw reden om mij weer bij het eerste elftal te halen? Is dat omdat er veel geblesseerden zijn?’ Dat was absoluut niet het geval. Dus ook als iedereen terugkeert krijg ik een eerlijke kans en dan is het aan mezelf om het de trainer zo moeilijk mogelijk te maken.”