Techtuur heeft de toekomst

De hang naar biodiversiteit is conservatief. Is het erg dat er straks minder soorten zijn?

Bas Haring denkt van niet, want „zeldzame dingen zijn helemaal niet waardevol”.

Als je het woord appel googelt op afbeeldingen verschijnen er appels. In het Nederlands is dat nog zo. Maar als je het Engelse woord apple googelt, verschijnt het logo van het bedrijf Apple. Pas de 35ste afbeelding bij het woord apple is een appel. De cultuur heeft het gewonnen van de natuur, is de voor de hand liggende conclusie. Straks zullen kinderen bij apple eerder aan computers dan aan fruit denken. Net zo is een jaguar op google al geen roofdier meer maar een auto, is een poema een schoen geworden en wordt een schelp een multinational.

Je zou die appel, die auto, die schoen en die schelp kunnen zien als uitingen van een nieuw soort natuur, van ‘natuur 2.0’ of van ‘techtuur’, een versmelting van natuur en cultuur. Heeft het bijvoorbeeld nog zin om een onderscheid te maken tussen het weer, een natuurlijk gegeven, en het financiële systeem, dat door mensen is gemaakt? Beide kun je maar tot op zekere hoogte voorspellen. En is een appel wel zo natuurlijk? Appels zijn net als computers door mensen gemaakt – een wilde appel is tamelijk oneetbaar. Het enige verschil is dat de mens voor de appel levend materiaal gebruikte en voor de computer dood. En wat is er belangrijker in mijn leven? Ik kan makkelijker zonder appels dan zonder smartphone. Daarmee kan ik telefoneren, brieven schrijven, fotograferen, muziek luisteren, boeken lezen, kaart lezen, tv kijken, planten en dieren determineren en spelletjes spelen.

Evolutie kan soms snel gaan. Het duurde jaren voor een computer een mens kon verslaan bij schaken en spelen tegen een machine werd lang als not done beschouwd. Maar nu laten mensen vrijwillig twee computers tegen elkaar spelen. Wordfeud, scrabble voor op de smartphone, is nu een populair spel. Maar behalve wordfeud kun je in de appstore ook allerlei wordfeudhulpjes downloaden, wel negen verschillende. Eigenlijk laten mensen die een dergelijk hulpje gebruiken twee machines tegen elkaar spelen. Zonder het te weten – of zonder het erg te vinden.

Filosoof Bas Haring, hoogleraar publiek begrip van wetenschap aan de Universiteit van Leiden, schreef een boek waarin hij onderzoekt wat natuur en natuurlijk is en hoe ons begrip daarvan verandert en nog gaat veranderen. Zo staat er bijvoorbeeld een foto van een als boom vermomde zendmast in. De zendmast illustreert onze oppervlakkige, visuele omgang met de natuur. Vaak zijn de zendmastbomen veel te hoog om een echte boom te kunnen zijn of wijken ze op een andere manier af. Maar als je het niet weet, zie je het niet. Mij waren ze in ieder geval niet opgevallen voor ik erop gewezen werd.

De zendbomen geven aan dat de omgang van de mens met de natuur verandert. En nog meer zal veranderen. Misschien is het binnenkort mogelijk om van een echte boom een zendmast te maken. Bomen zouden nu al gebruikt kunnen worden als lantaarnpalen; hun bladeren zijn zo te manipuleren dat ze in het donker licht geven.

Het is de intentionaliteit die volgens Haring cultuur van natuur onderscheidt. Cultuur is bedoeld, natuur niet: een park is bedoeld, een bos niet. En ook meent hij dat er door mensen bedachte systemen zijn die we om die reden tot natuur zouden kunnen bestempelen.

Maar waar het Bas Haring vooral om gaat – waar anderen waarschuwen voor gebrek aan biodiversiteit – is de vraag of het erg is wanneer biodiversiteit afneemt. Zijn antwoord zal menig natuurliefhebber tegen de haren instrijken. Hij vindt het niet zo erg als de panda of een andere diersoort uitsterft en geeft daar goede redenen voor, in een stijl die helder en beeldend is – à la Richard Dawkins voordat die antigodsdienstwaanzinnig werd. Een voorbeeld van zijn stijl: ‘Zeldzame zaken zijn waardevol. Dat is basiseconomie. Als er vijftien Mona Lisa’s waren geweest, was dat schilderij lang niet zo waardevol geweest. Zeldzame plant- en diersoorten zijn ook waardevol.’ Haring zelf denkt daar anders over: ‘Zeldzame dingen zijn helemaal niet waardevol. Schaarse dingen zijn waardevol. Dingen waar meer vraag naar is dan aanbod. In mijn schuur liggen de zeldzaamste curiosa – plastic orchideeën uit de jaren tachtig en gebroken bordjes. Unica. Maar omdat er geen vraag naar is, zijn ze waardeloos.’

Een bladzijde eerder vertelt hij over een collega die op het Amsterdamse eiland IJburg is gaan wonen, in een luxeappartement aan het water. Alleen kijkt hij uit op een elektriciteitsmast. Sindsdien probeert de collega zich in elektriciteitsmasten en hun verschijningsvormen te verdiepen, teneinde die mast net zo te waarderen als een boom, die tenslotte ook niet is ontstaan om door ons mooi gevonden te worden. Het is hem volgens Haring al bijna gelukt.

Haring lijkt soms weleens weemoedig te worden van zijn eigen voortvarendheid. Het is of hij het ook niet kan helpen dat na enig logisch nadenken het behoud van biodiversiteit een conservatieve droom blijkt. ‘In een toekomstige, met verstand en mededogen vormgegeven wereld zullen minder soorten leven dan nu. Maar ik zie niet in waarom dat een ramp zou zijn. Hoogstens is het jammer.’

‘Jammer’ is waarschijnlijk geen werkbaar uitgangspunt voor rationeel beleid. Maar ‘jammer’ is, naast opgetogenheid, wel een gevoel dat vaak opduikt als je je met techtuur bezighoudt. De mate waarin is misschien individueel bepaald.

Bas Haring: Plastic Panda’s. Over het opheffen van de natuur. Nijgh & Van Ditmar, 237 blz. € 19,95