Talenten zijn er, nu nog aandacht

Veldrijden wordt al jaren gedomineerd door de Belgen, ook gisteren weer in Gieten. Maar de Nederlandse jeugd rijdt de concurrentie uit België wekelijks aan gort.

De Nederlandse veldrijders struikelden bijna over elkaar heen, op weg naar het podium. Het leek wel een wereldbekerwedstrijd schaatsen. Althans, voor de toeschouwers die een uurtje vroeger waren komen kijken bij de Superprestigewedstrijd in Gieten.

’s Middags, bij de eliterenners, gingen de eerste vijf plaatsen in Drenthe weer ‘gewoon’ naar België – de officieuze eigenaar van de sport. Maar zo dominant als Sven Nys en zijn landgenoten zijn bij de senioren, zo overheersend zijn de Nederlanders tegenwoordig bij de junioren en de beloften. „Je ziet bij de elite soms acht Belgen in de toptien. Dat moet toch wel wat minder worden”, klinkt het strijdlustig uit de mond van Lars van der Haar, aanvoerder van een nieuwe generatie Nederlandse toptalenten.

Van der Haar (20), regerend wereldkampioen bij de beloften, won gisteren in Gieten alweer zijn negende rit van het seizoen, voor Stan Godrie en Mike Teunissen. Zaterdag, in het hol van de leeuw (Koksijde), vulden de Nederlandse beloften zelfs de gehele topvijf – deze keer in het wiel van winnaar Gert-Jan Bosman.

Bij de junioren is de oranjestemming niet veel anders, met Europees kampioen Mathieu van der Poel (16) als kopman. De jongste fietsende zoon van oud-renner Adrie behaalde in Koksijde en Gieten zijn tiende en elfde overwinning van het seizoen. „Een diamantje, net als Van der Haar”, zegt Hans van Kasteren, al jaren betrokken bij het veldrijden in Nederland en België, als ploegleider en manager.

Lachende Nederlanders – het is even wennen in een sport die zo zwaar wordt gedomineerd door de Belgen. Als de veldrijders naar de Hondsrug komen, verandert Gieten voor één dag in een Belgische parkeerplaats. Aan de streep van de race om de ‘Topsport Vlaanderen Trofee’ zijn negen van de tien reclame-uitingen gericht op België – als een rij Doeland-borden in een Chinese schaatshal.

Ook dat wijst erop dat een wederopstanding van het Nederlandse veldrijden hard nodig is, zegt Adrie van der Poel, winnaar van zes wegklassiekers, twee Touretappes én een wereldtitel veldrijden (1996). „Er zit bij ons veel talent aan te komen”, weet hij. Maar de Brabander knoopt daar meteen een waarschuwing aan vast. „Als er niet meer aandacht komt voor het veldrijden zakt het straks weer als een kaartenhuis in elkaar.”

Na de generaties van topcoureurs als Hennie Stamsnijder, Van der Poel en Richard Groenendaal leek Nederland met de doorbraak van Lars Boom weer voor jaren op rozen te zitten. Maar toen de Brabander in 2008 eenmaal de wereldtitel had gewonnen, stapte hij over naar de weg. „Daarom moet je je niet blind staren op die talenten van nu”, zegt Van der Poel. „Een groot aantal van hen gaat in de toekomst voor de weg kiezen. We moeten heel gelukkig zijn met Lars van der Haar. Dat is een mannetje dat echt voor het veldrijden kiest.”

Het is een oude discussie. Veel jonge renners vinden veldrijden een prachtige discipline, maar de eer, de glorie en vooral het grote geld liggen op het asfalt, niet in de modder. Bondscoach Johan Lammerts kent de lokroep van de weg. „De meeste jongetjes dromen van Tour en de klassiekers. Maar op de weg is de concurrentie vele malen groter, werkelijk een wereldtopper worden is maar voor een heel beperkte groep weggelegd.”

Wat dat betreft kent Lars van der Haar, oersterk maar klein van stuk, zijn plaats. „Ik kan op de weg niet iets speciaals. In de massasprint ben ik bang. Er zijn honderd wegrenners die kunnen wat ik kan. Ik zou als knechtje rondrijden – dan verdien ik evenveel als een middelmatige veldrijder.”

Adrie van der Poel denkt dat er een hoop moet veranderen wil Nederland zijn talenten in het veld houden. „Jongens die meer wegcapaciteiten hebben, zoals Teunissen en Bosman, ben je straks gewoon weer kwijt.”

Mocht zijn zoon Mathieu hem om raad vragen, dan zou Van der Poel hem – met pijn in het hart – adviseren over te stappen naar de weg. „De liefde van Mathieu ligt bij het veldrijden, denk ik. Maar er valt geen eer te behalen. De aandacht is minimaal, soms minderwaardig. Het is een vicieuze cirkel. Toen we succes hadden was het veldrijden populair. Wat wij nodig hebben is televisie. Met twee of drie Lars Booms in het veld wordt het een heel ander verhaal.”

Zoeken naar een nieuwe Boom. De renner uit Vlijmen keert in december weer even terug in het veld, maar de zes wedstrijden die op zijn programma staan zijn te weinig om de kar te trekken voor het hele Nederlandse veldrijden.

Bondscoach Lammerts vertrouwt erop dat het goed komt. „Er is enorm veel talent in Nederland. De jongeren zullen zich moeten verbeteren als ze bij de elite willen concurreren met Niels Albert, de belangrijkste tegenstander in de komende jaren. Maar ze zijn serieus en heel gedreven. Het is echt aan het veranderen.”