Protest klinkt al voordat Di Rupo is aangetreden

Na het akkoord over de begroting wil Elio Di Rupo snel beginnen als premier van België. Maar beleggers zijn ongeduldig, en de vakbonden zijn ontevreden.

Elio Di Rupo, nu toch echt bijna de nieuwe premier van België, bedankte gisteren de burgers voor hun geduld: 532 dagen na de verkiezingen bereikte hij met de zes aanstaande regeringspartijen een akkoord over een begroting voor 2012.

Na zo’n lange tijd kun je daar niet meer triomfantelijk over doen, hoe moeilijk het ook was geweest om tot dit akkoord te komen. Dus was Di Rupo, die grauw zag van vermoeidheid en nog slechter Nederlands sprak dan de Belgen van hem gewend zijn, gisteren vooral nederig.

In het Belgische parlement presenteerde hij met de zes partijvoorzitters een begroting die volgens hem aan de Europese eisen voldoet en álle inwoners van België raakt – de één niet meer dan de ander.

Di Rupo bezuinigt en hervormt. De gezondheidszorg krijgt fors minder, het wordt moeilijker vervroegd met pensioen te gaan, de regels voor werklozen worden strenger, ministers gaan minder verdienen. Er komen ook belastingen bij, leaseauto’s worden duurder, de accijns op tabak en sterke drank stijgt. De onderhandelaars moesten 11,3 miljard euro vinden om het begrotingstekort op 2,8 procent te houden, zoals de Europese Commissie eist.

Een week geleden leidde dat nog tot een nieuw hoogtepunt in de politieke crisis: de Franstalige socialist Di Rupo bood zijn ontslag aan bij de koning omdat de Vlaamse liberalen onder leiding van Alexander De Croo extra bezuinigingen en grotere hervormingen bleven eisen. Maar de Belgische rente steeg in de loop van de week tot bijna 6 procent, de Europese Commissie dreigde met boetes en op vrijdag verlaagde kredietbeoordelaar Standard & Poor’s de rating voor België van AA+ naar AA.

De zes partijen konden geen kant meer op: er moest nu snel een regering komen om het vertrouwen in België te herstellen. De Franstalige socialisten accepteerden extra bezuinigingen, de liberalen legden zich erbij neer dat de lonen voorlopig nog automatisch blijven stijgen als de kosten van levensonderhoud stijgen.

Nu zal moeten blijken of ook de financiële markten een beetje geduld hebben. Als de rente op de langlopende staatsschuld blijft stijgen, als andere kredietbeoordelaars volgen met een ratingverlaging en een nóg grotere ratingverlaging mogelijk blijft – de ‘outlook’ voor België is bij Standard & Poor’s nog steeds negatief – kan de nieuwe regering worden gedwongen om toch weer met nieuwe plannen te komen. De begroting gaat ook uit van een economische groei van 0,8 procent, maar het is lang niet zeker dat België dat haalt.

De eerste test voor Di Rupo kwam al vandaag: België haalde ruim 2 miljard euro op door de verkoop van staatsobligaties tegen 5,7 procent.

Eurocommissaris Olli Rehn (Monetaire Zaken) reageerde tevreden omdat er een akkoord was. Maar Europese goedkeuring is er nog niet. In België zelf hebben de vakbonden gedreigd met sociale onrust. Komende vrijdag is er een demonstratie in Brussel. De vakbonden vinden dat de begroting te hard is voor werknemers en mensen met een uitkering.

Vooral Di Rupo’s partij, de Parti Socialiste, zal daardoor onder druk komen te staan: vakbondsactivisten horen bij de natuurlijke achterban. Aan Vlaamse kant krijgen de liberalen het zwaar. De grootste partij in Vlaanderen, de Vlaams-nationalistische en rechts-liberale N-VA, doet niet mee aan de regering en is meteen begonnen met hard oppositie voeren.

In het televisieprogramma De Zevende Dag zei N-VA-leider Bart De Wever dat de onderhandelaars „het zo hebben laten doorrotten dat ze nu met alles tevreden zijn”.

Di Rupo zei dat België „in de loop van deze week” een regering zal hebben. Er moet nog wel beleid worden bedacht voor asiel en migratie, waar socialisten en liberalen het niet zomaar over eens zijn. En de ministersposten moeten worden verdeeld. De Franstaligen denken aan zeven ministers voor hen en zeven voor de Vlamingen, waarbij premier Di Rupo niet wordt meegeteld. De Vlaamse christen-democraten willen dat hij wél meetelt: zes ministers en een premier voor de Franstaligen, zeven ministers voor de Vlamingen.

Ook Nederland kan AAA-status verliezen: pagina 27