'Opeens werd grauw door kleur en drugs vervangen'

Fotograaf Philip Townsend legde sterren vast toen ze nog niet afgeschermd werden. Pas later had hij door dat hij in die tijd meer had gedaan dan de kost verdienen.

Brave jongens leken het. Toen fotograaf Philip Townsend in 1963 de Rolling Stones voor het eerst voor zijn lens kreeg, hadden ze nog weinig van de ruige rockers die ze later zouden worden. De Stones, met bandleider Brian Jones voorop, droegen keurige geruite jasjes en gepoetste schoenen. Hun sigaretten hielden ze weg voor de camera.

De jasjes, vertelt Townsend, kregen ze van een bevriende mode-ontwerper. Manager Andrew Loog Oldham had de gratis kleding losgepraat met het vooruitzicht dat de Stones ze bij hun eerste tv-optreden zouden dragen. Zo ver kwam het niet, want na de fotosessie werd het brave imago letterlijk afgeworpen. Ze waren zo arm als kerkratten, herinnert Townsend zich. „Het eerste wat Mick Jagger aan me vroeg is of ik een portie gebraden kip voor ze wilde kopen. Dat heb ik gedaan, want ze zagen er uitgehongerd uit.”

Philip Townsend werkte als freelance fotograaf voor het tijdschrift Tattler, toen hij in Monte Carlo aan de praat raakte met de jonge avonturier Andrew Loog Oldham. „Hij vertelde me dat hij op zoek was naar de beste rock-’n-rollband ter wereld om rijk en beroemd met ze te worden. Een maand later belde hij met de mededeling dat hij ze gevonden had, ergens in een kelder waar Brian Jones en Mick Jagger het vak aan het leren waren van de bluesveteraan Alexis Korner. Ik kreeg een exclusieve fotosessie met de Stones, in ruil voor de afdrukken die ik bij Oldham inleverde.”

Het was zijn geluk, vertelt de 71- jarige Townsend aan de telefoon vanuit Londen, dat hij het recht behield op het copyright van de foto’s. Onlangs verschenen twaalf van zijn portretten en livefoto’s op een Stoneskalender die hij speciaal voor de Nederlandse markt samenstelde. In Londen heeft Townsend een archief dat zijn werk exploiteert. Hij houdt regelmatig exposities, op dit moment in Zweden en Israël.

Behalve de Rolling Stones fotografeerde hij sixtiescoryfeeën als fotomodel Twiggy, The Byrds op hun Engelse tournee en de eerste ontmoeting van The Beatles met de Maharishi Yogi. In zijn archief bewaart hij portretten van de jonge Maria Callas, actrices Jacqueline Bisset en Charlotte Rampling, ruimtevaarder Yuri Gagarin en staatslieden Harold Wilson en Winston Churchill. Zijn werk vormt een fraaie kroniek van de jaren zestig, mede omdat Townsend een goed oog had voor trends en omgevingsfotografie. Tussen alle beroemdheden schoot hij veelzeggende plaatjes van mods in parka’s op Portobello Road, meisjes in feestjurken op een debutantenbal en een privé-modeshow bij Mary Quant.

Voor Townsend begonnen de ‘swinging sixties’ op het exacte moment dat Oldham hem belde met het voorstel om de Stones te fotograferen. „Voordien waren de saaie jaren vijftig eigenlijk nog niet afgelopen. Londen was grauw en jonge mensen ontwaakten uit de impasse die de tweede wereldoorlog had veroorzaakt. Opeens waren er kleur, muziek, bonte kleding op Carnaby Street en experimenten met verdovende middelen. De snel om zich heen grijpende drugscultuur onder rijke popsterren was meteen het begin van het einde. Na de Summer of Love van 1967 vielen veel van die aan LSD en heroïne verslaafde types terug in een dromerige lethargie, terwijl er overal haaien opdoeken die een graantje mee wilden pikken van de lucratieve popcultuur. Voor mij was de lol er snel af.”

In 1970 stopte hij met fotograferen. „De openheid van de sixties maakte dat je toegang had tot de belangrijke sterren van die tijd. Of ik nu Marlon Brando fotografeerde of de Stones; ze stonden open voor de gedachte dat het in hun eigen belang was als er mooie plaatjes van ze geschoten werden. Later werd die toegang tot de sterren verpest door persagenten en platenmaatschappijen die allerlei regels oplegden. Toen The Beatles voor het eerst bij de Maharishi op bezoek gingen was ik de enige fotograaf. Daarna bevond ik me steeds vaker in een situatie waar ik me met tientallen paparazzi stond te verdringen om allemaal hetzelfde plaatje te schieten.”

Townsend bleef actief als nieuwsgaarder en schrijvend journalist, onder meer als rechterhand van de aanstormende mediagigant Rupert Murdoch. Zijn negatieven verdwenen in een kast en kwamen daar pas in de jaren negentig weer uit, toen er bij veilinghuizen nieuwe aandacht gecreëerd werd voor artefacten uit de jaren zestig. „Behalve voor gitaren van Jimi Hendrix of een handtekening van John Lennon werden er opeens goede bedragen geboden voor vintage popfoto’s. Toen in een krantenartikel werd aangestipt dat mijn werk een historisch belang diende, ben ik anders aan gaan kijken tegen de plaatjes die indertijd niets meer voor me betekenden dan mijn dagelijkse boterham.”

„Een rocker van 71”, noemt hij zich. „De Stones zijn er ook nog steeds, hoewel ik het er nooit mee eens ben geweest dat ze Brian Jones weggepest hebben. Toen ik ze leerde kennen was hij de onbetwiste leider van de band; de man met de visie dat uit hun rauwe blues een nieuwe stijl geboren kon worden.”

De 2012 Stones Kalender is uitgebracht door Art Unlimited.