Niet weer die lesurennorm invoeren in het onderwijs

Het leek zo goed te gaan. In overeenstemming met de gedachte van de commissie-Dijsselbloem werden de exameneisen voor het voortgezet onderwijs opgeschroefd, terwijl scholen zelf mochten bepalen hoe ze dit doel bereiken. Nu, drie jaar nadat de Tweede Kamer vaststelde dat het onderwijs vastloopt als de politiek voorschrijft hoe scholen doelen moeten bereiken, wil minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) de 1040-lesurennorm weer invoeren. Deze maatregel legt de school de facto op hoe de nieuwe exameneisen over de schooljaren heen te bereiken (NRC Handelsblad, 23 november).

Juist nu is er behoefte aan flexibiliteit. Neem Nederlands. Voor dit vak zijn de eindexameneisen opgeschroefd. Als een school besluit dat het beter is met twee of drie contacturen vijftien leerlingen naar het eindniveau te brengen dan met vier contacturen dertig leerlingen te bedienen, wat is daar dan op tegen? Wel, de 1040-norm.

Deze norm geeft een grote prikkel om veel leerlingen over veel uren bij elkaar te zetten. Dit komt vaak neer op ‘ophokken’, bij gebrek aan leraartijd. Leraren worden voor de klas gezet, maar hoeven geen les te geven. Dit zijn voor de school goedkopere lesuren dan uren die daadwerkelijk moeten worden gegeven. Deze maatregel is ineffectief en betuttelend. Wat zou de conclusie zijn van de parlementaire onderwijsenquête 2016?

Eugene Bernard

Voorzitter van het scholenbestuur Ons Middelbaar Onderwijs

Jan Bouwens

Hoogleraar accounting, Tilburg