Merkel dwingt EU-partners in strak korset

Nieuwsanalyse

Een uitweg uit de eurocrisis is voor Duitsland alleen bespreekbaar als alle EU-landen zich verplichten tot meer begrotingsdiscipline.

Sommigen noemen het een ‘begrotingsunie’. Anderen praten over een ‘stabiliteitsunie’. Hoe de naam ook luidt, zeker is dat regeringsleiders van alle 27 landen van de Europese Unie werken aan een nieuwe architectuur voor de eurozone.

Strengere collectieve begrotingsregels vormen de hoofdmoot. Op 9 december, op de Europese top in Brussel, moeten de hoofdlijnen worden aangekondigd. Dat zeggen betrokkenen in Brussel.

Details over deze begrotingsunie-in-de-maak zijn schaars. Eén ding is zeker: Duitsland heeft de leiding over de onderhandelingen. En de Duitse strategie is helder. Zelfs nu kredietbeoordelaar Moody’s waarschuwt dat eurolanden snel onderuit kunnen gaan en de roep om acuut ingrijpen door de Europese Centrale Bank (ECB) luider klinkt, wil Berlijn eerst de fundamenten van de eurozone op lange termijn herzien.

Het gaat daarbij om nieuwe afspraken over begrotingsdiscipline en strengere sancties, maar ook om meer solidariteit tussen eurolanden en wellicht een duidelijk afwikkelingsplan voor het geval een pan-Europese bank failliet mocht gaan.

Daarvoor is een verdragswijziging nodig. Dat kan jaren duren, omdat 27 landen daarover in unanimiteit moeten beslissen. Berlijn weet dat niemand daarop kan wachten. Wat wél kan, is alvast het einddoel formuleren. Dat wil Berlijn op de top doen. In ruil willen de Duitsers tolereren dat de ‘brandblusser’ op korte termijn wordt ingezet: de ECB.

Landen als Frankrijk en Italië willen dat de ECB massaal staatsobligaties opkoopt en geld bijdrukt, zoals andere centrale banken doen. Dezelfde landen willen ook euro-obligaties invoeren. „Maar zij beginnen nu te begrijpen”, aldus een Brusselse betrokkene, „dat een grotere rol voor de ECB en de invoering van euro-obligaties voor Duitsland alleen acceptabel zijn als die zijn ingebed in een langetermijnstrategie. Dat is het quid pro quo” (voor wat, hoort wat).

Achter de schermen wordt fanatiek onderhandeld over deze uitruil. Duitsland heeft het initiatief. Andere landen volgen de Duitse agenda, sommige met flinke weerzin. Besprekingen vinden vaak bilateraal plaats, of in groepjes. Gezanten vliegen hoofdsteden in en uit voor werkdiners of middernachtelijk beraad.

Europese Commissie, ECB, IMF en het noodfonds EFSF schuiven vaak aan. De Duitse bondskanselier Angela Merkel werd altijd gezien als degene die op de rem staat: zij weigerde de ECB in te zetten als lender of last resort, noemde euro-obligaties „prematuur”. Eerder vertraagde ze leningen aan Griekenland en de komst van het euronoodfonds. Nu analisten speculeren over de spoedige ondergang van de eurozone, legt Merkel haar kaarten op tafel.

Háár les van de crisis is dat eurolanden destijds te snel in een monetaire unie zijn gestapt: eerst hadden ze hardere afspraken moeten maken over de achterliggende politieke unie. Duitsland wilde die afspraken toen, maar daar kwam weinig van terecht: de Duitse eenwording versnelde de introductie van de euro. Merkel wil die fout niet nog eens maken.

Anderen mogen nu paniekerig schreeuwen om eurobonds of het ECB-kanon – zij wil hierover pas onderhandelen als de anderen zich committeren aan meer federalisme op begrotingsgebied en gemeenschappelijke methodes om banken overeind te houden. Dit is het moment om over de uitruil te onderhandelen. Ineens is Merkel niet meer degene die remt. Zij weet als enige waar ze heen wil, zegt een betrokkene: „Merkel pusht als een bezetene. Anderen vertragen de boel nu.”

Merkel zit de ministers van Financiën achter de broek, die morgen moeten beslissen over hefboommethodes om het EFSF meer slagkracht te geven. Regeringsleiders hebben daartoe eind oktober wel besloten, maar door de escalerende crisis is het EFSF verzwakt. Experts krijgen die hefboom minder sterk dan voorzien. Maar Merkel wil vermijden dat op 9 december de afspraken van de vórige top niet zijn uitgevoerd.

Voor de verdragswijziging heeft Merkel de Franse president Nicolas Sarkozy mee. Maar inhoudelijk schrikken de Fransen terug voor extra Brusselse bemoeienis. En Merkel wil alles met 27 landen doen, Sarkozy alleen met 17 eurolanden. Nu de Britten vergaande eisen stellen aan een verdragswijziging, verhardt Sarkozy in dat standpunt. Velen houden er rekening mee dat Groot-Brittannië zo’n wijziging verhindert. Daarom is er een plan-B, voor 17 landen.

Gisteren zei de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble: „We komen met voorstellen om de eurozone om te bouwen tot een stabiliteitsunie.” Betrokkenen noemen deze uitspraken „onderhandelingstactiek”, om de Britten te laten schrikken. Schäuble wil het met 27 landen doen, zeggen zij.

Ook Merkels woordvoerder ontkende dat meer begrotingsdiscipline alleen bedoeld is voor „een coalitie van bezuinigingsbewuste landen”. Het gerucht dat eurolanden werken aan „elite-obligaties”, werd in Berlijn eveneens naar het rijk der fabelen verwezen.

Mmv Joost van der Vaart in Berlijn