Kramer geeft er weer ouderwets een klap op

Bij de wereldbekerwedstrijd in Astana was Sven Kramer op ‘zijn’ 5 kilometer superieur.

Hij schaatste als in zijn beste dagen en deelde de eerste tik uit aan de concurrentie.

Alle ogen zullen vanaf morgen weer gericht zijn op hem, als het internationale schaatscircus neerstrijkt in Heerenveen voor de volgende wedstrijden om de wereldbeker. Sven Kramer is opnieuw de nummer één. Elke training in Thialf zullen de andere schaatsers het beseffen. Zo was het vier jaar lang, zo zal het zijn na een jaar afwezigheid.

Superieur als in zijn beste dagen won Kramer (25) zaterdag in Astana de vijf kilometer om de wereldbeker. Alleen al die tijd: 6.13,83. Geen van zijn concurrenten reed ooit harder op een laaglandbaan als in de Kazachstaanse hoofdstad. De vijf kilometer is en blijft van hem, zoveel staat vast. „Mission completed”, zei hij zelf. Zijn lach op zijn gezicht was wat ingehouden, de voldoening groot.

Als nummer drie van Nederland verliet Kramer begin deze maand zijn thuisbaan Thialf. Erg was dat niet, verzekerde hij de buitenwereld. Na een jaar vol fysieke en mentale problemen, waarin hij soms zelfs vreesde voor zijn carrière, wilde hij zichzelf niet direct de druk opleggen om koste wat het kost te moeten winnen. Maar die houding moest niet worden verward met vrijblijvendheid. Toen hij afgelopen zomer weer in staat bleek om als topsporter te leven, stond het eerste doel vast: ‘zijn’ vijf kilometer.

Speciaal voor een eerste test op zijn favoriete afstand liet Kramer in oktober materiaalexpert Ronald van den Ing naar het Duitse Inzell overvliegen. Niet dat er iets fout was met zijn schaatsen, maar je kon nooit weten. De minutieus voorbereide test slaagde: een snelle tijd van 6.23,05 leidde tot een gunstige plaatsing voor de eerste groep bij de Nederlandse kampioenschappen afstanden. Zijn race in Heerenveen (6.19,35) viel technisch gezien niet mee, maar de derde plaats betekende wel kwalificatie voor de wereldbeker. In Tsjeljabinsk weer geen overwinning, wel een solide rit (6.20,60) en een tweede plaats, goed genoeg om in Astana in de laatste rit te mogen starten.

Daarmee had hij in de schitterende ijshal Alau, ontworpen door de Nederlandse ijsmeester Bertus Butter, vooraf alles als vanouds onder controle. Alle tegenstanders in de ritten vóór hem en een direct duel met de nummer één van Tsjeljabinsk, Jorrit Bergsma. En verliezen in een rechtstreekse confrontatie, dat was hem op de vijf kilometer voor het laatst gebeurd in 2005, bij het wereldkampioenschap allround tegen de Noor Øystein Grødum. „Dat is een andere knop”, riep Kramer al dagen voor de race vol zelfvertrouwen.

In eerdere races na zijn rentree miste de TVM-kopman nog het vertrouwen om er tijdens de rit „een klap op te geven”, zoals hij dat zelf noemt. Ook nu begon hij iets voorzichtiger dan in zijn glorietijd. Om na 1.800 meter een knappe versnelling van Bergsma te counteren met een ouderwets snel rondje van 28,8 seconden. Daarna gaf hij er tot het einde van de rit in een energieke stijl nog liefst drie keer een klap op: versnellingen van 29,6 naar 29,5, van 29,6 naar 29,2 en van 29,5 naar 29,4.

„Ik liet me iets te veel opjagen door Sven”, zei tegenstander Bergsma voor de camera’s van de NOS. De voormalige Nederlands kampioen op natuurijs eindigde in een persoonlijk record van 6.15,40 op iets meer dan anderhalve seconde achter Kramer als tweede. „Ik heb voor het eerst een echt duel gereden, dat was ik niet gewend. Hij versnelde een paar keer en dat kan ik niet behappen. Zeker zijn versnelling op het laatst niet.”

Ook de Fransman Alexis Contin (derde in 6.17,43) en de Noor Håvard Bøkko (vierde in 6.17,88), beiden uit de CBA-ploeg van coach Peter Mueller, zagen Kramer in de laatste rit steeds meer afstand nemen. Jan Blokhuijsen (ploeggenoot van Kramer) en de jonge Duitser Moritz Geisreiter bleven de routiniers Bob de Jong (zevende) en Ivan Skobrev (achtste) knap voor. Allemaal reden ze onder de 6.20. Maar in de buurt van Kramer kwamen ze niet.

De olympisch kampioen en wereldrecordhouder (6.03,32) zette met zijn 6.13,83 ook naar eigen maatstaven een toptijd op de klok. In totaal was hij in zijn carrière dertien keer sneller, maar acht keer daarvan was het een race op de snellere hooggelegen banen van Calgary en Salt Lake City. Zijn tijd in Astana (348 meter boven de zeespiegel) overtrof hij op een laaglandbaan alleen in Berlijn 2006 (6.09,76), Heerenveen 2007 (6.12,97), Kolomna 2008 (6.11,78), Berlijn 2008 (6.13,35) en Hamar 2009 (6.09,74). In 2010 was zijn snelste tijd 6.14,60, waarmee hij in Vancouver olympisch goud won.

„Dit is een van de eerste keren dat ik weer heel, heel erg diep ben gegaan”, zei Kramer na afloop. „Het heeft heel veel tijd en energie gekost om zover te komen. Ik ben erg blij. Dit is een bevestiging en een opluchting. Dit zijn heel mooie tijden.”

Komend weekeinde in Thialf wacht hem een tien kilometer, waarop hij bij de NK afstanden op enige afstand van Bob de Jong en Bergsma derde werd. Daarna volgt in december een trainingsperiode en zet Kramer waarschijnlijk koers richting de allroundtoernooien, in januari het EK in Boedapest en in februari het WK in Moskou.

Zijn eerste doel, heersen op de vijf kilometer, heeft hij nu al bereikt. En daarmee is ook de eerste klap richting de concurrentie uitgedeeld. Het psychologisch overwicht, zo belangrijk voor hem tijdens zijn heerschappij van 2006 tot 2010, is er weer. „Sven the man is back”, zoals Hege Bøkko, de jongere zus van Håvard, twitterde vanuit Astana.