Korpschefs zagen plan dierenpolitie niet zitten

De top van de politie heeft eind augustus overwogen niet meer mee te werken aan de invoering van de dierenpolitie. Dat blijkt uit gesprekken met betrokkenen en uit vertrouwelijke documenten.

Invoering van de dierenpolitie is een van de punten die gedoogpartner PVV heeft afgedwongen bij de totstandkoming van het minderheidskabinet. Uit onderzoek van deze krant blijkt dat in de Raad van Korpschefs veel weerstand is tegen een gespecialiseerde dierenpolitie. Pas na druk van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) zijn er concrete stappen genomen om de dienst van de grond te tillen.

De korpschefs hebben hun steun gegeven mede omdat de korpsen „en de minister elkaar nodig hebben bij de inrichting van de Nationale Politie”, staat in een interne notitie van de Raad van Korpschefs. In hetzelfde document wordt het „volledig stoppen” van de dierenpolitie nog als mogelijkheid genoemd. „Vanuit het vakmanschap verdient deze optie de voorkeur”, schrijft korpschef Bryan Rookhuijzen van Limburg-Noord, de portefeuillehouder dierenpolitie in de raad. Het zou volgens hem ook een belangrijk signaal afgeven: „Met deze optie wordt het ongenoegen van de politie over de onvoorspelbare handelwijze van het ministerie duidelijk gemaakt.”

Door de aanvankelijke verwarring over hoe de dierenpolitie gevormd moest worden en door de weerstand onder korpschefs, zijn inmiddels 74 politiemensen voor niets opgeleid. De korpschefs gingen er namelijk lang van uit dat agenten het werk als dierenagent erbij zouden doen. Tachtig hondengeleiders werden verplicht op cursus gestuurd. Maar 74 van hen blijken nu niet als voltijdsdierenagent aan de slag te willen gaan, zoals het ministerie als eis heeft gesteld. Het departement rekent desondanks op 125 dierenagenten aan het einde van het jaar.

In een reactie zegt een woordvoerder van de korpschefs dat „binnen de politie het voornemen tot invoering van de dierenpolitie kritisch is gevolgd” en dat „regelmatig een professionele discussie plaatsvindt” tussen de korpschefs en het ministerie.

Een slecht idee, maar het moet nu eenmaal: pagina 6-7