Knot: financiële stabiliteit was primaire zorg overname ABN

De prijs die Nederland in 2008 heeft betaald voor de overname van ABN Amro was ondergeschikt aan het waarborgen van de financiële stabiliteit. Dat zei Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, vandaag voor de parlementaire enquêtecommissie-De Wit, die onderzoek doet naar de aanpak van de financiële crisis.

Volgens de DNB-topman draaide de overname “primair” om het “herstellen van de financiële stabiliteit”. Knot was destijds in Brussel betrokken bij de deal. De Nederlandse staat nationaliseerde het Nederlandse deel van ABN Amro en Fortis voor 16,8 miljard euro. Knot noemde het bedrag “een verantwoorde prijs”, meldt persbureau Dow Jones.

‘Financiële stabiliteit werd hersteld, maar het was kantje boord’

De Nederlandse onderhandelaars waren volgens Knot niet naar de Belgische hoofdstad afgereisd om het onderste uit de kan te halen en de bank tegen liquidatiewaarde aan te schaffen. “Als we dat hadden gedaan, hadden we met honderd procent zekerheid het hele Belgische financiële stelsel naar de afgrond geduwd.” En dat zou weer gevolgen hebben gehad voor de Nederlandse financiële sector. Knot zei vanmiddag dat hoewel het gelukt was om de financiële stabiliteit te herstellen, het kantje boord was.

Knot zei verder dat DNB in 2007 geen toestemming had moeten geven voor de verkoop en opsplitsing van ABN Amro. Knot: “we zouden nu natuurlijk niet zo snel meer een verklaring van geen bezwaar geven voor het opsplitsen van een systeemrelevante bank”. Knot valt hiermee Arnold Schilder bij, die vrijdag al vergelijkbare uitspraken deed.

‘Geen tijd voor fatsoenlijk boekenonderzoek’

Een buitenlandse overname van de Nederlandse delen van Fortis is destijds ook niet in beeld geweest, verklaarde Knot. Dat zou de nodige problemen hebben opgeleverd. Een buitenlandse gegadigde zou “amper tijd” hebben gehad om een fatsoenlijk boekenonderzoek uit te voeren en om de Nederlandse overheid te overtuigen van de goede bedoelingen.

Ook zat de overname van ABN Amro door drie buitenlandse partijen nog vers in het geheugen. Twee daarvan - Fortis en RBS - stonden ten tijde van de overname nog te boek als zeer deugdelijke en goede partijen, maar hingen inmiddels “zwaar aan het infuus”. Het cynisme zou “geen grenzen” hebben gekend als buitenlandse partijen opnieuw met de Nederlandse delen van Fortis aan de haal zouden zijn gegaan, aldus Knot.