Irak gaat Arabische sancties tegen Syrië uit de weg

Ook de Arabische Liga legt Syrië sancties op. Maar onder andere Irak doet niet mee. Het vreest het post-Assad tijdperk.

Na acht maanden lang het bloedvergieten in Syrië te hebben geduld, heeft de Arabische Liga gisteren economische sancties tegen het bewind van president Assad afgekondigd. Het is een ongekende stap in de geschiedenis van de Liga, waarvan Syrië nota bene een oprichter is. Maar dat deze nieuwe maatregelen Assad ertoe zullen brengen zijn strijd tegen de oppositie te staken, is nauwelijks denkbaar.

De maatregelen tegen Assad stapelen zich nu snel op. Vorige week suggereerde Frankrijk voor het eerst internationale interventie, met een verwijzing naar de mogelijke instelling van ‘humanitaire corridors’ om burgers te beschermen. In welke vorm die moeten worden gegoten is nog volstrekt onduidelijk. Maar de suggestie was een teken aan de wand. Het Westen wil eigenlijk geen interventie, al was het maar omdat het geen idee heeft hoe en tegen welke prijs het Assad uit de macht zou kunnen verdrijven, laat staan hoe een nieuw regime eruit zou zien. Maar Assads geweld tegen burgers laten doorgaan, is na duizenden doden ook geen optie meer.

De Arabische landen besloten gisteren onder andere geen zaken meer te doen met de Syrische Centrale Bank, de financiering van projecten in Syrië te staken en tegoeden van Assad en zijn topmedewerkers te bevriezen. Deze sancties komen bovenop eerdere Amerikaanse en Europese sancties, waarvan de hardste het Europese invoerverbod van Syrische olie is. Turkije heeft gezegd het Arabische voorbeeld te volgen, omdat „Syrië zijn laatste kans heeft verspeeld”.

Wat de uitwerking van de Arabische sancties op de Syrische economie zal zijn, valt te bezien. Twee landen met poreuze grenzen met Syrië doen niet mee. De afwijzing van Libanon was voorspelbaar. Syriës bondgenoot Hezbollah domineert de regering in Beiroet.

Irak, Syriës tweede handelspartner na de EU, is het tweede lid van het afwijzingsfront. Dat liet gisteren openlijk weten bang te zijn dat sunnitische extremisten het land overnemen als het huidige, uit de shi’itische alawitische minderheid voortkomende regime van Assad valt. „We zijn bezorgd over het alternatief”, zei president Jalal Talabani gisteren in een vraaggesprek met de staatszender Al-Iraqiya. „We zijn bang dat als extremistische krachten aan de macht komen, deze vijandig zullen staan tegenover democratie en vijandig jegens Irak.” Hij onderstreepte ook gekant te zijn tegen westerse militaire interventie in Syrië.

Als Koerdenleider was Talabani in 2003 niet gekant tegen de westerse militaire interventie in Irak. De Iraakse regering heeft bovendien de afgelopen jaren Syrië herhaaldelijk beschuldigd van hulp aan extremisten die met hun aanslagen Irak proberen te destabiliseren.

Maar de Iraakse regering, in essentie een coalitie van shi’ieten en Koerden, is nog veel banger voor het aantreden van een radicaal sunnitisch bewind in Syrië. Daaruit zou de sunnitische minderheid die onder Saddam Hussein de macht had, nieuwe moed kunnen putten. Uit zorg over de toekomst doet ook de Koerdische minderheid in Syrië nog niet van ganser harte mee aan de opstand.

De Israëlische premier Netanyahu had gisteren ditzelfde in gedachten toen hij sprak van de „de veiligheidsbehoeften” als gevolg van „dramatische geopolitieke veranderingen in de regio”. Assad is geen vriend van Israël, maar hij hield de grens rustig.

Assad gokt dat dergelijke angsten en aarzelingen (plus een Russisch veto in de Veiligheidsraad) de internationale gemeenschap van werkelijk ingrijpen zullen weerhouden. Ter illustratie van het gewelddadig karakter van de tegenpartij namen de Syrische autoriteiten zaterdag volgens de Saoedische krant Arab News Syrische journalisten mee naar de begrafenis van zeventien militairen die de voorgaande dagen bij oppositieaanvallen waren gedood.

Als Assad aan de druk van de buitenwereld toegeeft en zijn tanks uit de steden terugtrekt, overspoelt de oppositie de straten. Hij kan zich doodvechten of een militaire coup kan een eind maken aan zijn regime, veel meer mogelijkheden zijn er niet.