‘Ik ben bezeten van de Nobelprijs’

Pieter Steinz (1963), chef Boeken van NRC Handelsblad, verlaat na 22 jaar de krant. Hij wordt directeur van het Nederlands Letterenfonds. Waarom, vroeg Bas Blokker hem.

In september werd bekend dat Pröpper directeur/uitgever van De Bezige Bij wordt. Steinz werkte 22 jaar voor NRC Handelsblad – „De krant blijft mijn alma mater”, zegt hij.

Waarom dan toch weggaan?

„Ik wilde altijd voor NRC Handelsblad schrijven over kunst en literatuur en dat heb ik nu allemaal gedaan, de laatste zes jaar als chef Boeken. Ik heb geen ambities om in de hoofdredactie te komen, ik hoef geen correspondent te worden. Eerlijk gezegd keek ik al een tijdje meer naar buiten dan naar binnen. Ik was klaar voor iets anders.”

Maar het zijn nog altijd boeken.

„Dit is het veld waar ik van houd. Ik ga de literatuur promoten, dat heb ik altijd belangrijk gevonden. Nu komt er het leiding geven aan een grote organisatie bij, en een politiek-strategische component – al kun je je natuurlijk niet te veel verheugen op ambtelijk overleg.”

Het Fonds werd dit jaar vooral bekend als organisator van een reis naar de boekenbeurs van Peking. De krant heeft daar vrij kritisch over geschreven.

„De krant heeft dat goed gedaan, volgens mij. De correspondent in China heeft schrijvers ter plaatse ondervraagd over de kritiek die er was. Een paar schrijvers gingen nogal in de contramine. Bernlef, Adriaan van Dis, Herman Koch. Ik kan me voorstellen dat de vorige directeur van het Fonds dacht: dat mag wel een tandje minder.
„Ik was het wel met de schrijvers eens dat de verontwaardiging selectief was. Waarom hoor je nooit iemand over zakenreizen  naar China en nu ineens wel? Het Fonds had vooraf over de reis overlegd met Amnesty. Als je dan besloten hebt dat de schrijvers erheen kunnen, moet je daarna niet met een lading kritiek komen. Ik zou het idee om China te bezoeken zeker hebben aangemoedigd. Ik denk dat we ook snel onze blik moeten richten op andere opkomende economieën, Brazilië, India.”

Je bent nu niet alleen chef Boeken bij de krant, je komt ook eens in de drie weken met boeken op de radio in de Tros Nieuwsshow en je interviewt elke maand schrijvers in boekhandel Donner in  Rotterdam. Stop je daar ook mee?

„Met de interviews bij Donner zou ik al stoppen. Daar waren zo’n beetje alle Nederlandse schrijvers al twee keer geweest. Wat de radio betreft, de Nieuwsshow vind ik een geweldig podium voor de literatuur. Het zou jammer zijn om daar op te stappen.”

Maar je kunt toch geen boeken bespreken waarvoor het Fonds de subsidievraag ooit heeft gehonoreerd dan wel afgewezen?

„Nee, dat kan niet. Mijn onafhankelijkheid ben ik kwijt. Ik kan niet langer ex cathedra zeggen: dat boek is het papier niet waard waarop het geschreven is. Maar ik kan misschien wel boeken bespreken in een deel van de literatuur waar ik als directeur niks over te zeggen heb. Voor de krant wil ik dat ook blijven doen, bijvoorbeeld over originele Amerikaanse literatuur. Mits de vertaling niet door het Fonds wordt ondersteund. En over dingen die niet heel direct met boeken te maken hebben.”

Zul je niet de journalistieke kriebels krijgen als in oktober de Nobelprijs voor de Literatuur wordt toegekend?

„Vast wel. Het was een sport om in onze krant nog op dezelfde middag een groot stuk over die schrijver te kunnen afdrukken. De bekendmaking was altijd om één uur ’s middags, 25 minuten voor de deadline van NRC Handelsblad. Ik ben sowieso bezeten van de Nobelprijs. Het is zo’n beetje het WK Boekenschrijven. En de grootst denkbare promotie voor literatuur.”

Dus dat moet het doel zijn in je nieuwe functie.

„Zeker.”

Maar valt er invloed uit te oefenen op het comité?

„Ten dele wel. Er is een groot artikel verschenen over de Nobelprijs voor José Saramago.  Daar zat een actieve lobby van Portugal achter. Zijn bekroning in 1998 zette ook een nieuwe lijn in bij het comité. Sindsdien hebben ze duidelijk ‘nieuwe’ taalgebieden voor de prijs ontsloten – de Chinees Gao Xingjiang, de Hongaar Imre Kertesz, de Turk Orhan Pamuk – dus dat geeft hoop voor Nederland.”

Dan moet je je kaarten op één schrijver zetten; Harry Mulisch is dood, en het zullen niet Peter Buwalda of Connie Palmen zijn.

„Nee, die niet. Voor de hand ligt Cees Nooteboom. Mooi, breed oeuvre. Overal vertaald.”

Dit artikel wordt gepubliceerd in NRC Handelsblad op Maandag 28 november 2011, pagina 2 - 3.