Hoofddoeken heb je nooit genoeg

De hoofddoek is een fashion-item geworden.

„De meiden gaan eerst kleding shoppen en komen dan hier voor een hoofddoek in een bijpassende kleur.”

Drie minuten kost het Naïma Oilad om ’s morgens haar hoofddoek om te doen. Ze draagt ’m vanaf haar zevende. Al was het toen nog niet echt, zegt ze. „Je kon mijn haar zien en zo.” In de klas moest hij af. Ze hing haar hoofddoek met haar jas aan de kapstok.

Naïma Oilad staat tussen honderden en honderden hoofddoeken in de Marokko Shop in Rotterdam. Ze verkoopt alle kleuren, alle stoffen, van zijde tot synthetisch tot katoen. Glimmende Turkse doeken, Marokkaanse en de met kraaltjes geborduurde hoofddoeken uit Dubai. Dat zijn de duurste, tien euro. De goedkoopste hoofddoek kost twee euro vijftig.

Naïma Oilad bladert in het vorige week verschenen Hoofdboek, een magazine over de hoofddoek. Schitterend, vindt ze het model, de Nederlands-Marokkaanse Boutaïna Azzibi. Azzibi showt in het blad haar eigen honderd hoofddoeken en vertelt bij elke doek hoe ze eraan komt of waarmee ze de hoofddoek associeert. De makers van het magazine (Jan Knaap, Sander Stoepker en Olivier Wegloop) willen misverstanden en vooroordelen over het „meest beladen kledingstuk” in Nederland wegnemen door een andere kant te laten zien van de hoofddoek.

Op een paar foto’s ziet Naïma dat het haar van Boutaïna Azzibi door het doek schemert. „Dat mag eigenlijk niet”, vindt ze. „Het haar moet bedekt zijn.” Maar, geeft ze direct toe, „wat bedekt precies is en hoe je je haar bedekt, is voor iedereen anders.”

Ze wijst naar het hoofd van stagiaire Safoura, die in het zwart is gekleed. Safoura draagt een strak, elastisch zwart ‘kapje’ onder haar hoofddoek. Je ziet geen haartje en het zit muurvast, zeggen ze.

Terug naar het Hoofdboek. Merkt Naïma Oilad dat de hoofddoek steeds meer een fashion-item wordt? Jazeker, zegt ze. Moet je hier op vrijdagavond komen. „De meiden gaan eerst kleding shoppen en komen vervolgens hier voor een hoofddoek in een bijpassende kleur.” Vooral Turkse vrouwen houden van patronen. Oilad vindt dat ook prachtig maar draagt zelf alleen effen. Ze vindt de hoofddoek met doodshoofdjes in het Hoofdboek trouwens te ver gaan.

Safoura houdt van zwart en donkergroen, ze is niet de enige. Maar mintgroene, turquoise, zalmroze of zachtgeel kan ook heel mooi zijn, geeft ze toe. Naïma Oilad draagt nu een bruine doek maar moet je haar in de zomer zien – alle kleuren. „Als je ’m maar netjes draagt.” En dat is? „Niet met een strakke jeans of een korte rok.” Die meisjes heb je ook. Sterker nog, zo droeg ze de hoofddoek vroeger ook. „Maar in je hart weet je dat het eigenlijk niet zo hoort.”

Ze heeft geen idee hoeveel hoofddoeken ze heeft. Lades vol. „Laatst heeft ze er nog dertig weggegeven aan haar nichtjes. „Je kunt er eigenlijk nooit genoeg van hebben. Net als schoenen en tassen.”

Niet iedereen ziet de hoofddoek zitten. Dat merkt ze door opmerkingen en vooral door blikken. „Het is maar een stukje stof hoor, denk ik dan.” Maar laatst, ze droeg een spijkerrokje met een blouse, zei een Hollandse vrouw tegen haar: „Meisje, wat zie je er leuk uit, zelfs met die doek.” Ze lacht. „Dat vond ik leuk om te horen.”

Het verbaast haar niet dat uit onderzoek blijkt dat iets minder dan de helft van de autochtone Nederlanders „geen probleem” heeft met de hoofddoek. „Dus meer dan de helft heeft wel een probleem? Ik vraag me dan af: welk probleem?”

    • Sheila Kamerman